Mooi weer!
De achtste ronde van de vaderlandse schaakcompetitie viel op de eerste dag waarop hooikoortspatiënten weer volop aan hun trekken konden komen. Zelf behoor ik ook tot die kneusjes, maar dat weerhoudt mij er niet van om lekker per fiets door de polder van Nijkerk naar Bunschoten te rijden. Over de Oostdijk rijd je dan door Gelderland met uitzicht op Utrecht en Flevoland. Jaja, we leven in een klein land. Het risico van opgezwollen ogen en extra veel niezen neem ik maar op de koop toe. Ik houd van mooi weer. Punt uit! Ik had ook nog eens de wind schuin achter, dus dat halfuur fietsen was bijzonder relaxed.
Mooi weer betekent ook dat de statafels van het denksportcentrum naar buiten kunnen om zo in de frisse lucht de partij te kunnen analyseren. En zo kom ik langzaam maar zeker uit bij waar het in dit verslag echt over zou moeten gaan. Over schaken. De wedstrijd En Passant – HMC Calder. Maar dat hield niet over afgelopen zaterdag. Vandaar waarschijnlijk dat ik maar over het weer begon. Opa Van Dasselaar was daar vroeger goed in. Als een gespreksonderwerp hem niet beviel begon hij ineens: “Wat een prachtig weer hebben we vandaag toch he?”
De tafelschikking was bijzonder deze keer. Aan de ene kant van de speelzaal de borden 1 tot en met 5, aan de andere kant de borden 6 tot en met 10. Daartussenin werd de degradatiekraker in 3D tussen En Passant 2 en De Amstel gespeeld. Het was zo net alsof het eerste het tweede omarmde in die bikkelharde strijd rondom die rode streep. Met succes, want voor de zesde keer dit seizoen eindigde een wedstrijd van het tweede in 4,5-3,5 maar voor het eerst zat EP2 aan de goede kant van de score!
Lees meer >
Wederom gaan we op Hemelvaartsdag geen bekerwedstrijden spelen. En dat terwijl we wel een kans hadden tegen die mannen van Muconsult Apeldoorn.
Ineens zat ik op Mallorca te schaken afgelopen week. Nu ja, ineens, het was natuurlijk een maandje geleden al bekokstoofd. Wat was het geval? Ik kampte met nogal wat onbenutte verlofuren van vorig jaar. Die moeten op, want uit laten betalen, daar profiteert mijn baas me net iets teveel van. Dat er zoveel uren over waren had onder andere te maken met het feit dat ik het afgelopen najaar geen toernooi heb gespeeld.
“Vereer naast mij geen andere goden”. Het werd er al vroeg in gestampt in Bunschoten. Op school en in de kerk. Als we daar niet mee bezig waren deden we iets onschuldigs als voetballen of schaken. Nou ja, onschuldig? Op zekere dag leerden we dat er een godin van het schaakspel is: Caïssa! Kan dat dan wel? Met zoveel fanatisme dat spelletje doen omdat je altijd wilt winnen. Ben je dan in zekere zin geen andere god aan het vereren?
De Bundesliga. Vroeger keek ik er vaak naar, Zaterdags om 18:00 uur op een van de Duitse zenders. Wat me er vooral van is bijgebleven is dat er toen, in de jaren ’80, altijd van die lelijke spitsen rondliepen. Dieter Hoeness bij Bayern München en Rudi Völler bij Werder Bremen bijvoorbeeld. Het meest tot de verbeelding sprak echter Horst Hrubesch, de spits van HSV uit Hamburg. Waar wij in Nederland gewend raakten aan sierlijke spitsen zoals Marco van Basten,
De Top 2000 komt er weer aan op Radio 2 en ik heb vergeefs getracht Clout met Substitute in die lijst te krijgen. Een liedje dat volgens de wet van Van Nieuwkerk een “guilty pleasure” is. Primitief, maar stiekem toch wel lekker klinkend. Een van mijn eerste herinneringen aan Toppop.
