Momentum, corona en keuzes in Schakend Nederland
Beste s
chaakliefhebbers,
Om te beginnen willen wij iedereen hartelijk bedanken voor het delen van opvattingen en zeker ook ideeën m.b.t. de toekomst van Schakend Nederland. Voor bestuursleden en de collega’s op ons bondsbureau zijn posts soms confronterend maar altijd waardevol.
We hebben bijna 20.000 leden en er zijn naar schatting 200.000(!) schaakliefhebbers in Nederland. We verkeren in de voor veel sporten benijdenswaardige positie dat er elke dag nieuwe liefhebbers en nieuwsgierigen bijkomen. Onze leden zijn de basis, de andere liefhebbers en nieuwsgierigen zijn een belangrijk deel van onze toekomst.
Dankzij bijzondere initiatieven door bijzondere mensen raken elke dag meer mensen in Nederland geïnteresseerd in ons prachtige spel. Een paar voorbeelden met ook alvast excuses voor de vele inspirerende voorbeelden die we hier niet noemen:
Mustapha met zijn schaakschool in de Indische buurt in Amsterdam – Jesus die ons landschap verfraait met ‘zijn’ schaaktafels – Buurtschaak in Haarlem – veel bijzonder mooie andere schoolschaak initiatieven door heel Nederland – SG King – onze ChessQueens – de kinderschaakboeken van Joyce – Anish online – GC Teambattles – etc. etc.
Daar komt The Queen’s Gambit op Netflix bij, waardoor volgens de BBC ineens vijfmaal meer mensen online schaken dan daarvoor. (Luister en kijk ook naar het interview van Maaike Keetman bij Humberto en kijk ‘M’ terug van afgelopen donderdag!). De lijst wordt elke dag langer, schaken heeft duidelijk momentum.
10 jaar geleden bestond geen van deze initiatieven. Nu zorgen ze voor groeiend enthousiasme, elke week, door het hele land. Schaaksite is een ander treffend voorbeeld. Schaaksite is niet ontstaan op basis van iets dat er al was. Schaaksite is ontstaan op basis van iets dat er niet was. En talloze liefhebbers hebben er dagelijks plezier van.
Lees meer >


Dit keer slechts twee partijen, maar wel twee cruciale partijen!

Op een Franse blauwe maandag na speel ik mijn hele leven al met zwart de open spelen. Een schaakleraar die ik begin jaren negentig had, placht te zeggen: “leuk die open spelen maar je moet ze dan ook allemaal kennen van het Belgrado gambiet tot en met de Ponziani”. Heel wat jaren moest ik het zonder deze encyclopedische kennis doen wat resulteerde in fraaie aanvalspartijen én soms snelle ongelukken in een obscuur gambietje. Daar kwam verandering in met de verschijning van Play the open games as black van John Emms (Gambit 2000). Na een grondige bestudering had ik een compleet repertoire en ik moet zeggen dat de aanbevelingen van Emms mij punten hebben opgeleverd tegen spelers die al hun hele leven het Koningsgambiet of het Göringgambiet spelen.
