Bobby Fischer, jongste grootmeester met 15 jaar

In de jaren ’50 van de vorige eeuw waren er drie schakers, Spassky, Tal en Fischer, die al heel jong de grootmeestertitel kregen en later ook wereldkampioen werden. Fischer won met 14 jaar het USA kampioenschap van 1957 en plaatste zich in 1958 via het interzonale toernooi voor het kandidatentoernooi in Bled van 1959. Daardoor werd hij met 15 jaar de jongste grootmeester ooit. Hij schreef in die tijd ook al een boek over zijn schaakpartijen, wat een unicum is.
In die tijd was Fischer echter nog niet helemaal opgewassen tegen de topgrootmees
ters uit de Sovjet Unie. Hij werd in Bled gedeeld vijfde samen met de beste Europeaan Gligoric uit Joego-Slavië, ruim achter de vier Sovjet grootmeesters. Tegen Tal verloor Fischer in dat kandidatentoernooi zelfs viermaal en tegen Petrosian tweemaal met twee remises. Tegen de nummer twee in de eindstand Keres lijdt hij met wit twee nederlagen, maar wint hij met zwart wel tweemaal. En tegen Smyslov verloor hij ook een keer met wit en won hij een keer met zwart, terwijl het twee keer remise was. Tegen hen was de score dus gelijk: 2-2. Op de foto rechts zien we Fischer in Bled met de twee toekomstige wereldkampioenen Tal en Petrosian.



Vera Menchik werd in 1906 geboren in Rusland als dochter van een Tsjechische vader, die een adellijke betrekking had. De familie vluchtte na de Bolsjewistische revolutie van 1917 naar Engeland, waar Vera samen met haar moeder en zuster in de buurt van Hastings bleef wonen. Het bleek dat ze een talent voor schaken had en ze won in 1927 in London het individuele damestoernooi dat samenviel met de Olympiade.
Wereldkampioen Alexander Aljechin had in 1933 het toernooi in Parijs gewonnen. Hij behaalde acht punten uit negen partijen. Dr. Tartakower werd tweede met zes punten. Het spel van Aljechin verraste steeds door grote originaliteit. Hij verliet zich niet op theoretische paden, hoewel hij de theorie goed kende, doch zocht steeds naar nieuwe wendingen. Na Parijs kwam hij naar Nederland om in oktober/november een serie lucratieve simultaans te spelen. Hij speelde o.m. in Maastricht, Heerlen, Heemstede, Bussum, Groningen, Amsterdam, Eindhoven, Utrecht, Den Haag en besloot zijn toer op 14 november in Rotterdam, waar hij te gast was van het Rotterdamsch Nieuwsblad. Aljechin was een echte broodschaker, hij leefde van het schaken.
In de toernooipraktijk komt het vaak voor dat wit een aanval begint op de zwarte koningsvleugel. Meestal staat de koning daar goed beschermd achter zijn pionnen, maar als zwart teveel stukken op de damevleugel zet om daar een tegenoffensief te beginnen, kan wit door offers de stelling openbreken. Zulke aanvalspartijen zijn spectaculair en worden vaak gebruikt in schaakrubrieken voor opgaven als wit speelt en wint. Maar de grootmeesters hebben deze offermotieven al veel eerder in de partij gezien.
