De 18-jarige Frits Böttcher verslaat de wereldkampioen
Aflevering 3, lees ook aflevering 1 en 2.
Eerst een vraag
Voordat ik begin met dit artikel over de jonge student Frits Böttcher en zijn prestatie tegen wereldkampioen dr. Alexander Aljechin wil ik graag eerst een vraag voorleggen die mij al een tijdje bezighoudt :
Wie weet wie de eerste Nederlander was die een klassieke partij (geen simultaanpartij) speelde tegen Alexander Aljechin en in welk jaar dit was?
Aljechin in Nederland in oktober/november 1933
Wereldkampioen Alexander Aljechin had in 1933 het toernooi in Parijs gewonnen. Hij behaalde acht punten uit negen partijen. Dr. Tartakower werd tweede met zes punten. Het spel van Aljechin verraste steeds door grote originaliteit. Hij verliet zich niet op theoretische paden, hoewel hij de theorie goed kende, doch zocht steeds naar nieuwe wendingen. Na Parijs kwam hij naar Nederland om in oktober/november een serie lucratieve simultaans te spelen. Hij speelde o.m. in Maastricht, Heerlen, Heemstede, Bussum, Groningen, Amsterdam, Eindhoven, Utrecht, Den Haag en besloot zijn toer op 14 november in Rotterdam, waar hij te gast was van het Rotterdamsch Nieuwsblad. Aljechin was een echte broodschaker, hij leefde van het schaken.
Aljechin had hiermee een zwaar programma achter de rug. In slechts 17 dagen speelde hij 15 simultaans, 1 consultatie-simultaan en hield hij een voordracht in het Carlton-hotel welke door de AVRO werd uitgezonden. Ook een wereldkampioen raakt vermoeid en dat was soms af te lezen uit het aantal verliespartijen. Op de laatste dag in Rotterdam zelfs negen verliespartijen. In Amsterdam tegen de nieuwe Beursclub verloor Aljechin er zeven. Aljechin lag hier niet wakker van, je zou ook kunnen zeggen dat het spelpeil in Nederland zich in een stijgende lijn bevond. In totaal speelde Aljechin 624 partijen, waarvan 71 remise, 41 verloren en 512 gewonnen. Een score van bijna 90% en dat is uitstekend te noemen, ook een wereldkampioen kan niet alles winnen!
Lees meer >
In de toernooipraktijk komt het vaak voor dat wit een aanval begint op de zwarte koningsvleugel. Meestal staat de koning daar goed beschermd achter zijn pionnen, maar als zwart teveel stukken op de damevleugel zet om daar een tegenoffensief te beginnen, kan wit door offers de stelling openbreken. Zulke aanvalspartijen zijn spectaculair en worden vaak gebruikt in schaakrubrieken voor opgaven als wit speelt en wint. Maar de grootmeesters hebben deze offermotieven al veel eerder in de partij gezien.
Dit is een heel leuke quiz voor liefhebbers van schaakgeschiedenis. De quiz is gemaakt door Eric Roosendaal. Het gaat erom dat je de 100 beste of beroemdste schakers uit de geschiedenis herkent aan hun foto’s. De keuze van de 100 meest bekende schakers is natuurlijk enigszins willekeurig of een kwestie van smaak.
In deze serie wil ik het rijke schaakleven beschrijven van Frits Böttcher aan de hand van het familiearchief en eigen onderzoek. Alvorens in te gaan op zijn boeiende schaakleven eerst een portret van deze markante en vooraanstaande Nederlander die in 1915 in Rotterdam werd geboren en op 93-jarige leeftijd in den Haag overleed. Grote bekendheid kreeg hij als lid en oprichter van de Club van Rome. De aanleiding voor deze serie was het volgende.
Aan niets in het Tijdschrift van den Koninklijken Nederlandschen Schaakbond van april 1940 is te merken dat de Tweede Wereldoorlog in ons land op het punt van beginnen staat. De vaste verslagen, de vaste rubrieken, de vaste vormgeving: het is business as usual. Schakend Nederland kan probleemloos aan de competitie 1940-1941 beginnen, zo lijkt het.
Op 5 december 1931 moest er afscheid worden genomen van de 39-jarige schaker, journalist en probleemcomponist Henri Weenink, die plots was overleden aan de gevolgen van tuberculose. Weenink was een prominent topspeler van het meesterklasseteam van het VAS en promotor van het componeren en oplossen van schaakproblemen.
