Rubrieken

Grandmaster Insides, Maxim Dlugy

 

Als een uitgever informatie geeft over zijn boek, weet je al dat het een lovend verhaal zal zijn. De slager die zijn eigen vlees keurt, luidt het gezegde. Bij dit boek is onze recensent Franck Steenbekkers echter enthousiaster dan de uitgever.

Eerst maar het verhaal op de site van New in Chess. Dat is niet de uitgever, wel een van de verkopers.

 

 

New in Chess

‘Grandmaster Insides’ takes you into the inner world of Maxim Dlugy, as he recounts and analyses what a young player went through to become a champion and what areas of development are important for self-improvement as a chess player.

As the highest rated player in the world in the age group of 15 and until he became World Junior Champion at 20, Maxim has an ideal vantage point from which to recount the exploits of a talented young player. He became the highest rated blitz player in the world, won numerous International tournaments and even tied for 1-4th place in the first World Rapid Championship in Mazatlan, while missing becoming a World Championship Candidate.

Lees meer >

“De etiquette van winst en verlies” door Manuel Nepveu. Column van Schaakvereniging Promotie

“Voor de winst!” roep ik en mijn betere helft roept vervolgens hetzelfde. Het scrabbelspel wordt voor de dag gehaald. Ik win meestal. Dat heeft misschien met mijn woordenschat te maken, maar ook met het feit dat ik strategisch speel. Ik zie het woord “wekken” op het bord liggen en besef dat ik in de gaten moet houden of ik er “ver” voor kan leggen waardoor ik driemaal woordwaarde haal. Dat bedenk ik terwijl ik niet over de nodige letters beschik,

Lees meer >

Vier oude helden bijeen

Vijftig jaar geleden werd het Nederlands kampioenschap gespeeld in Zierikzee. De meeste deelnemers leven nog. Twee van de twaalf zeker niet en van twee weet ik het niet. Het Witte Paard uit Haarlem brengt vier van hen weer bij elkaar. Zaterdag spelen ze een erevierkamp, ter gelegenheid van het tweede lustrum van de Karel Kuip Vierkampen.

Hans Ree

Het NK van 1967 was de vierde in een bijzondere rij. Hein Donner was kampioen geworden in 1954, 1957 en 1958. Het kampioenschap werd ongeveer eens per twee jaar gespeeld. In 1961 werd Hoan Liong Tan kampioen, in 1963 Frans Kuijpers, in 1965 Lodewijk Prins en in 1967 Hans Ree. Donner werd wel nog steeds als de sterkste beschouwd, welke status hij bevestigde met zijn legendarische toernooizeges in Beverwijk 1963 (Hoogovens) en Venetië 1967. Kampioen van Nederland werd hij echter niet meer, terwijl hij er in drie van de vier genoemde jaren wel bij was.

 

Sterk bezet

Een bijzonderheid van het NK 1967 was iets waar we nu om kunnen lachen. Voor het eerst in de geschiedenis was er geen enkele speler die op de speeldagen ook naar zijn werk moest. Het werd beschouwd als een professioneel kampioenschap en was ook sterk bezet. De vorige kampioen Prins was er niet bij, maar die nam sowieso zelden aan het NK deel. Behalve naar Donner keek men vooral naar Hans Bouwmeester, de ervaren speler die ook zelden aan het NK deelnam, en naar Ree, het jonge aanstormende talent. Ook Kick Langeweg was op dat moment een absolute topper, alsmede Coen Zuidema, die twee jaar eerder pas na een beslissingstweekamp de titel aan Prins moest laten.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 6 mei 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Gespot 84: Giri en Reykjavik en…

 

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

Anish Giri voor de Nachtwacht in het Rijksmuseum (foto Frans Peeters)

Zoals u ongetwijfeld weet, won onze landgenoot Anish Giri nog niet zo lang geleden het open toernooi in Reykjavik. Deze zege werd op meerdere sites breed uitgemeten omdat dit zo’n beetje het eerste toernooi was, waar hij het als elitespeler niet tegen andere elitespelers hoefde op te nemen. Vaak zie je dat het helemaal niet zo goed afloopt met gedoodverfde favorieten. We hoeven alleen maar het dramatische optreden van ex-wereldkampioen Viswanathan Anand in Gibraltar vorig jaar in herinnering te nemen. De Indiër moesten halve en hele punten toestaan aan spelers waar hij waarschijnlijk nog nooit van gehoord had.

 

Giri bleek van een heel ander slag te zijn. Hij won het toernooi overtuigend met 8½ uit 10 en daarmee won hij zelfs Elopunten. In sommige verslagen kom ik de fraaie slotzet tegen die hij in achtste ronde tegen Donchenko op het bord bracht. In mijn verslag had ik die fraaie kruispenning ook al naar voren gehaald.

Donchenko, Alexander – Giri, Anish

 

In deze stelling dacht wit wellicht dat hij zich gered had, maar Giri had een prachtige wending achter de hand.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: Het Slavisch (deel 2): o.a. de Botwinnikvariant

 

In de vorige aflevering hebben we het Slavisch gepresenteerd. Met in het bijzonder de Mera­ner­­variant. We komen nu toe aan een van de meest grillige, ondoorzichtige, bijna monster­lijke variantencomplexen die ons schaakspel rijk is: de Botwinnikvariant. Die ontstaat na de zetten:

 

1.d4 d5 2.c4 c6

 

3.Pf3 Pf6 4.Pc3 e6 5.Lg5 dxc4

 

Hiermee kiest zwart ervoor om ‘op de pion te gaan zitten’. Omdat wereldkampioen Mikhail Botwinnik zo’n beetje de eerste was die hiermee begon, kreeg dit systeem zijn naam.

 

Lees meer >

“Birdman” door Hans Meijer. Column van Schaakvereniging Promotie

De column van Hans Meijer deze week gaat over een specifieke opening.

Een schaakblog die ik van tijd tot tijd bezoek is die van Brabo, alias Helmut Froeyman. Ik kan dit iedereen aanraden want de onderwerpen die Brabo aansnijdt zijn altijd interessant. Zo gaf hij in zijn column De Bird de namen van Negi Parimarjan en Anatoly Vaisser als schrijvers van boeken over openingstheorie die ‘te eerlijk’ zijn.

Lees meer >

Idiote regels

Het lijkt wel een wet te zijn: hoe populairder de sport, des te hardnekkiger wordt er vastgehouden aan idiote regels. Regels die onnodig ingewikkeld zijn, die ingehaald zijn door de huidige stand van de techniek of die het werk van een scheidsrechter onnodig moeilijk – lees: praktisch onmogelijk – maken. De regels – of systemen – waar het om gaat gaan meestal ook ten koste van de puurheid van de sport.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 29 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Belevenissen van een arbiter: “Wit wint!”

Bij vrijwel alle competities en toernooien wordt tegenwoordig gespeeld met een speeltempo met increment, een tijdstoevoeging per zet. Zo is het KNSB-tempo 1 uur 30 + 30 minuten met 30 seconden increment per zet vanaf de start. En dat betekent dus blijven schrijven, tot de laatste zet! Bij de onderbonden zie je vaak een tempo van 1.40 + 10 seconden increment of 1.30 + 15. Ook bij rapid en snelschaak zien we een tijdschema met increment steeds vaker verschijnen.

Lees meer >