Rubrieken

Wat wil de schaakmóeder?

“De schaakvader gaat het maar om één ding: dat zijn kind de partij wint. Het liefst langs de weg die de trainer onderwezen heeft, maar als het incorrect is of dankzij een blunder van de tegenstander, dan maalt hij daar niet om. En of de zege tot stand komt door middel van langdurige positionele en strategische manoeuvres waarbij alle vlakken van het speelveld subtiel worden verkend, dan wel via het betere rechttoe-rechtaan werk van een woeste koningsaanval – ook dat zal hem een biet zijn. Zolang het maar leidt tot de allesbevrijdende glorieuze climax aan het eind: de matzet!

Doorgaans is één winstpartij niet genoeg voor hem, na een korte adempauze maakt hij zich op voor de volgende, en daarna wéér – onverzadigbaar als hij zijn kan. Er zijn er bij wie het vormen aanneemt van een obsessie die zelfs het dagelijkse leven beheerst. Onderzoek heeft uitgewezen dat de zwaarste gevallen elke zeven seconden denken aan dat ene.” …

Hoe het met hem zit is wel duidelijk. Maar wat te zeggen van háar, de schaakmóeder?

Bovenstaande regels vormen het begin van het verhaal Wat wil de schaakmóeder? Een nieuw schaakvaderverhaal. Tezamen met meer nieuwe verhalen en een selectie van het blog schaakvaderverhalen zal het deel uitmaken van een bundel schaakvaderverhalen. Natuurlijk over schaken maar ook met uitstapjes naar politiek, geschiedenis, voetbal en popmuziek – altijd met een knipoog geschreven.

Lees meer >

Op een andere dag, door Theo Mooijman (de column van SV Promotie)

De KNSB zoekt leden. En daar staat de bond niet alleen in. Iedereen zoekt leden. Het is overal het zelfde liedje. Of het nu een koor is of een biljartclub. Elke sport- of culturele vereniging die zich niet mag verheugen in grote belangstelling van de jeugdigen kalft af. Zelfs de ouderenbonden hebben te maken met teruggang in het aantal leden, terwijl de doelgroep in aantal juist stijgt.
Er is op verschillende manieren tegen deze ontwikkelingen aan te kijken.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 25 juni 2016

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Schaakgeschiedenis: De scheuring in de Amsterdamse Schaakbond

Kritiek op de KNSB is van alle tijden. In de jaren ’50 werd er in Amsterdam veel gemopperd over het feit dat ze veel contributie moesten afstaan aan de KNSB, vooral voor het reisfonds, terwijl ze zelf maar weinig reiskosten vergoed kregen. De KNSB wilde geen concessies doen en zo kwam er een scheuring in Amsterdam: de Amsterdamse Schaakbond werd onafhankelijk, terwijl de nieuw opgerichte Hoofdstedelijke Schaakbond bestond uit clubs die trouw aan de KNSB wilden blijven. Dirk Goes is in de archieven gedoken en schrijft in onderstaand verhaal over hoe dit conflict ontstond en hoe het uiteindelijk weer goed kwam.

Aan het begin van de 20e eeuw begon het georganiseerde Nederlandse schaakleven langzaam maar zeker structuur te krijgen. Elk jaar speelden vijf clubs om het kampioenschap van Nederland: de Amsterdamse verenigingen VAS en ASC, DD (Den Haag), Utrecht en de Nieuwe Rotterdamse Schaakvereniging. De eerste tientallen van deze clubs vormden de eerste klasse, waaruit niet kon worden gedegradeerd. De rest van het Nederlandse schaaklandschap was door de over-koepelende Nederlandse Schaakbond verdeeld in districten, wat voor de Amsterdamse clubs inhield dat men was ingedeeld in het district Noord-Holland. De banden tussen de Amsterdamse en de Noord-Hollandse schakers waren hecht, en toen op 19 oktober 1913 de Noord-Hollandse Schaakbond werd opgericht traden vijf Amsterdamse verenigingen toe: VAS, ASC, De Toren, de Nationale Schaakclub en Anderssen.

Op zondag 15 december 1912 werd op initiatief van de heer Flentrop, de energieke secretaris van de schaakclub Zaandam, een massakamp georganiseerd (het Haarlemsch Dagblad sprak zelfs van “een monsterkamp”) over liefst 113 borden, waarin de Amsterdamse schakers het opnamen tegen schakers uit de provincie Noord-Holland, wat een gigantische logistieke operatie moet zijn geweest. Plaats van handeling was het Gebouw van de Maatschappij voor den Werkenden Stand aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam (nu: de Doelenzaal). Alle niet-Amsterdamse schakers kregen hun reis-kosten vergoed op basis van derde klasse spoor, tweede klasse tram en eerste klasse boot. Men speelde met wit en zwart tegen dezelfde tegenstander, Amsterdam won met 137½ – 88½.

Lees meer >

Gespot 80: Van 1. e4 naar 1. d4 en andersom; verstandig?

Gespot_embleem

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

Al decennia lang zijn we in staat om ons met de computer voor te bereiden op tegenstanders. Dit wordt in Nederlandse kringen het ‘pluggen’ genoemd. Als we met zwart tegen iemand moeten, leert een korte blik in een schaakdatabase ons vaak snel of we tegen een ‘1. e4-speler’ of een ‘1. d4-speler’ moeten spelen. Uiteraard zijn er ook mensen die ook andere openingen spelen, maar op clubniveau komen deze openingszetten het meest voor. Dat op topniveau de laatste jaren ook 1. c4 en 1. Pf3 in populariteit winnen, heeft met andere factoren te maken. Maar ook daar zien we de van oudsher populaire openingszetten terugkomen.

Als we ons gemakshalve even beperken tot de 1. e4 en de 1. d4 -categorieën kunnen we veelal stellen dat het om spelers gaan met totaal andere speelstijl. Eerstgenoemde zijn meestal de wat agressiever ingestelde spelers. Dat moet ook wel als je tegen het Siciliaans iets voor elkaar wilt krijgen. Het is een beetje kort door de bocht, maar de meeste 1. e4-spelers gaan graag op de koning af… De 1. d4-speler kiest meestal voor de meer strategische aanpak.

SONY DSC

GM David Smerdon (foto Lennart Ootes)

Het bestrijden van beide type spelers vergt een heel andere aanpak. In het populaire Open toernooi te Hoogeveen 2007 kreeg ik tweemaal iets merkwaardigs voor mijn kiezen. In de vierde ronde was de Zweedse grootmeester Tiger Hillarp Person mijn tegenstander. In de database zag ik dat hij een groot strateeg was en vooral met 1. d4 opende. Maar ik was gewaarschuwd, maar tegen mijn vriendin Petra Schuurman was hij eerder in hetzelfde toernooi met 1. e4 begonnen.

In de negende en laatste ronde had ik zwart tegen de Australische GM (toen nog IM) David Smerdon. Een typische 1. e4-speler, zoals ik in mijn voorbereiding constateerde. Wat schetst mijn verbazing toen ik aan het bord verscheen en ik plotseling de dubbele zet van de damepion zag worden uitgevoerd.

 

In het eerste geval dacht ik Hillarp Person te kunnen verrassen door hem niet mijn gebruikelijke Caro Kann voor te schotelen, maar te kiezen voor de Siciliaanse Scheveninger. Hij antwoordde met de scherpe Engelse Aanval, waar ik een globaal idee van Loek van Wely (met … Tb8) in de praktijk probeerde te brengen.

13…Tb8!?

Lees meer >

Magnus Carlsen is ook een groot schaakpromotor

Magnus Carlsen is zich ervan bewust wat zijn status als wereldkampioen met zich meebrengt. Hij is open naar de pers en actief op Twitter, hij wil het wereldkampioenschap eerlijker maken hoewel hij daar momenteel zelf nadeel van heeft en hij promoot een schaak-app die gebaseerd is op zijn partijen en waarvoor hij ideeën ter verbetering heeft. Dit alles vertelde hij in een interview met Gert Devreese voor de Vlaamse krant De Standaard.

Carlsen-journalist-Sinq2015-Lennart

Carlsen staat altijd ruimhartig de pers te woord. Hier bij de Sinquefield Cup 2015, foto Lennart Ootes.

Gert Devreese is niet de man op de foto. De lezers mogen zijn naam kennen van de lange interviews in Schaakmagazine, ook met wereldtoppers. In het dagelijks leven is hij journalist bij De Standaard. Algemeen journalist, maar vanwege zijn schaakkennis neemt hij dat gebied erbij. Vorige week interviewde hij Carlsen, die in België was voor het snelschaaktoernooi in Leuven voor de wereldelite. Hieronder een selectie uit dat interview.

WK-match tegen Karjakin in het najaar

“Ik focus nu op dit toernooi in Leuven, vorige week focuste ik op het toernooi in Parijs. Ik heb van mijn twee vorige gewonnen WK-matches tegen Anand geleerd dat het niet gezond voor je is om al vele maanden van tevoren geobsedeerd te zijn door een WK-match.”

“Ik denk niet dat Karjakin de meest gevaarlijke opponent is voor mij.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 18 juni 2016

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Verrassingen, de column van Manuel Nepveu (Schaakvereniging Promotie)

Verrassing

In de jaren negentig kwam “The Oxford Companion to Chess” uit van de heren Hooper en Whyld. Een schaakencyclopedie. Grootmeester Hans Ree schreef vol lof over het handzame werkje en suggereerde, als ik mij niet ernstig vergis, dat je het ook eens lekker kon doorbladeren als je niet per se naar iets op zoek was. Een bladerboek, een genietboek.

Laatst was het weer eens zover.

Lees meer >

35 jaar schaakrubriek

Bab Wilders

 

Bab Wilders (middenachter) op het ND Schaaktoernooi, dat zaterdag voor de 37e keer plaatsvond, in de Martuskerk in Amersfoort.

Wilders verzorgt wekelijks de schaakrubriek in de zaterdagbijlage van het Nederlands Dagblad

Schaakrubrieken weekend 11 juni 2016

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >