Top-40 Nederlandse schakers. 10: Sergei Tiviakov
In deze top tien staan vier spelers die we zomaar uit het buitenland cadeau kregen. Sergei Tiviakov heeft als verschil met Sosonko en Giri, maar als overeenkomst met Sokolov, dat hij al een wereldtopper was toen hij hier kwam.

Tiviakov in 1999. Foto: Johan Hut
Sergei Tiviakov (geboren 14 februari 1973) was wereldkampioen tot zestien en tot achttien jaar. Al heel jong, in 1994, bereikte hij de WK-kandidatenmatches van de PCA, de alternatieve bond van Kasparov. Hij werd uitgeschakeld door Adams. In datzelfde jaar won hij met het Russische team de Olympiade.
In september 1997 vestigde Tiviakov zich in Nederland, in Groningen. Diverse Groningers, met Johan Zwanepol voorop, hielpen hem bij zijn inburgering.
In 2000 debuteerde Tiviakov op het Nederlands kampioenschap met een gedeelde derde plaats, die hij een jaar later herhaalde. In 2002 werd hij gedeeld eerste met Van Wely, van wie hij de barrage van rapidpartijen verloor. Vervolgens werd hij tweede, derde en tweede. In 2006 kwam dan eindelijk de eerste nationale titel en wel heel overtuigend, anderhalf punt voor Sokolov. Een jaar later prolongeerde hij zijn titel, na een barrage van twee snelschaakpartijtjes tegen Stellwagen.
Van 2000 tot en met 2007 was Tiviakov daarmee na Van Wely veruit de meest succesvolle deelnemer. Daarna ging het echter mis. In 2008 werd hij zesde, in 2009 liep hij weg uit het toernooi vanwege een conflict met de organisatie. Pas in 2014 was hij er weer bij. Nu eindigde hij samen met Van Wely op de eerste plaats, maar verloor hij de snelschaakbarrage. In 2015 werd Tiviakov laatste.
Ook een teamspeler
Tiviakov won in Nederland alle grote toernooien: Groningen, Dieren, Vlissingen, Amsterdam, Leiden en Hoogeveen. Daarbuiten is zijn lijst van toernooioverwinningen nog veel langer. Hij bezocht exotische oorden over de hele wereld en won vooral vele open toernooien. Ook speelde hij teamcompetities in vele landen, tot in het Midden-Oosten aan toe. Zijn grootste individuele succes boekte Tiviakov in 2008, toen hij Europees kampioen werd. Zijn enorme ervaring in open toernooien was daarbij cruciaal, zei hij.
Lees meer >
Bij de opening die we nu behandelen, heb ik wel eens iemand het volgende horen zeggen: “Ik speel Konings-Indisch tegen 1. e4”. De vorige keer zijn de witte varianten met A) 4.Le3 en B) 4.Lc4 aan bod gekomen. Ditmaal zullen we drie systemen onder de loep nemen, die hun weg in het topschaak hebben gevonden. Dat zijn de varianten:













Verrassend was wel de nummer twee, Joost Berkvens. Hij verraste niet met zijn prestatie, maar met zijn deelname. De Graaf ook, hij belde een halfuur voor aanvang of hij er nog bij kon. “Zo konden ze zich niet op mij voorbereiden”, grijnsde hij na afloop.



Wat de eerste uren nog een spannende wedstrijd leek te worden – tussen de twee teams met de hoogste gemiddelde rating in deze ronde en met licht optimistische vooruitzichten – stortte op een gegeven moment helemaal in. Het begon met drie remises. Daan Brandenburg zag al snel een solide witte stelling tegenover zich zonder zwaktes en nam daarom genoegen met remise. Mogelijk was dat bij doorspelen ook gebeurd. Het stukoffer van Eelke Wiersma was niet bedoeld als winstpoging, maar om remise te forceren. Daar kon Jan Werle niet aan ontkomen. Joost Wempe stond een geofferde kwaliteit voor en heeft enige momenten goede winstkansen gehad. Na de doorbraakzet 21.e5 zijn die kansen waarschijnlijk voorbij. Niettemin voelt ook hier de remise wat snel aan, temeer daar een paar borden in moeilijkheden waren gekomen. Joris Brenninkmeijer overkwam het ergste van deze middag. Eerste cruciale moment was na b6 van Jelmer Jens.
Competitiemailing:
Decennialang was hij niet alleen perschef van alle belangrijke toernooien in ons land, maar regelde hij eigenlijk ook het deelnemersveld. Tegenwoordig zou je hem toernooidirecteur noemen, maar daar wilde hij niets van weten. Hij liet zich voor zijn werk ook niet betalen, zijn geld kreeg hij uit zijn journalistieke werk. Withuis was overtuigd communist en wilde ook niets weten van onderscheidingen. Anders zou hij zeker tot erelid van de KNSB zijn benoemd.
