Leren combineren 5

Deze rubriek is primair geschreven voor minder geoefende clubschakers, waarin de beginselen van het combinatiespel centraal wordt gezet. Aan de hand van enkele instructieve voorbeelden wordt benoemd waar men op kan letten tijdens een partij. Dit alles met een knipoog naar de Stappenmethode, waar grotendeels de terminologie en andere aspecten aan ontleend zijn. En uiteraard kan men meteen wat gaan oefenen. Veel plezier!
Inleiding
Schaken is voor een groot deel je fantasie gebruiken. De redeneertrant om te denken “Als dat paard nou daar zou staan, dan zou ik winnen”, kan wel eens van pas komen om de juiste zettenreeks te vinden. Om nog even bij dit zelfde paard te blijven. Als het paard een vork kan geven op de vijandelijke koning en dame, is materiaalwinst gegarandeerd. Maar soms staat een eigen stuk op het veld, waar het paard die vork wil geven. Dat stuk willen we dan graag wegzetten om de vork mogelijk te maken. Dat heeft alleen effect als het met tempowinst weggezet wordt. Het moet dus een dwingende zet zijn. Welke dwangmiddelen kennen we ook al weer in het schaken?
- Schaak
- Slaan/offer
- (Mat)dreiging
Het wegzetten van een stuk met tempowinst wordt ‘ruiming’ genoemd. En in het hieronder genoemde eerste voorbeeld spreken van een ’veldruiming.
Lees meer >















