KANDIDATEN R5: Vier remises maar niet zonder strijd
In Madrid doen de kandidaten voor de wereldtitel nog altijd verwoede pogingen om tot uitdager van de wereldkampioen uitgeroepen te worden. Het zou zelfs kunnen dat de winnaar van het Kandidatentoernooi zomaar ineens een tweekamp om de wereldtitel met de nummer twee van het toernooi mag spelen als Magnus Carlsen zich terugtrekt. Ligterink schreef in de Volkskrant dat Carlsen beter zijn intenties vóór dit toernooi kenbaar had gemaakt. In meerdere interviews heeft de Noor zich er al over uitgelaten dat hij het niet meer ziet zitten om in een zenuwslopende tweekamp zijn wereldtitel te verdedigen.

Liren Ding miste de grootste kans van de vijfde ronde (foto toernooisite)
Vooralsnog lijkt het erop dat de twee vorige uitdagers van Carlsen, Ian Nepomniachtchi en Fabiano Caruana zich hiervoor hard maken. Zij staan ongedeeld één en twee (met respectievelijk 3½ en 3 punten). Het achtervolgende trio bestaande uit Hikaru Nakamura, Richard Rapport en Jan-Krzysztof Duda staat op 50% en de door Carlsen gewenste tegenstander, Alireza Firouzja, bungelt samen met de nummer drie van de wereld Liren Ding en Teimour Radjabov helemaal onderaan, allen met 2 punten. Het is duidelijk dat alles nog wel dicht bij elkaar zit en dat had in deze ronde ook heel anders kunnen zijn. Om te beginnen had Nakamura riante winstkansen tegen Nepomniachtchi en op een bepaald moment misschien zelfs beslissend voordeel. Hetzelfde gold voor Ding die met zwart zijn tegenstander Radjabov naar de rand van de afgrond had gemanoeuvreerd. Maar beide kanshebbers gingen niet nauwkeurig genoeg te werk om de tegenstander ook daadwerkelijk over de rand te duwen en aalglad als die waren, slaagden zij erin om het vege lijf te redden. De andere twee partijen eindigden ook in remise waarbij gezegd moest worden dat die tussen Caruana en Rapport een gevecht was op het scherp van de snede dat in een zetherhaling eindigde. De andere partij tussen Firouzja en Duda viel in de categorie “correcte remise”!
NAKAMURA – NEPOMNIACHTCHI
![]() Foto FIDE/Stev Bonhage |
![]() FIDE/Maria Emelianova/Chess.com |


Na een pauze van twee jaar (vanwege corona) werd het afgelopen Hemelvaartsweekend in Rijswijk weer het 
Groep 1B was dit langgerekte seizoen het tegenoverstelde van een Poule des Doods. Met HWP Sas van Gent en Zuid Limburg veilig opgeborgen in de Meesterklasse en het twééde team van Paul Keres in de poule droomden bijna alle teams ervan om, als het meezat, omhoog te vallen naar het Walhalla. Bij ons vochten de aartspessimisten en rasoptimisten om voorrang. Het ging van ‘we kunnen zomaar degraderen’ tot ‘als we goed beginnen tegen BSG, ligt de weg naar de Meesterklasse open’. Gevolgd door hard gelach.


De opening is achter de rug en hoe nu verder? Dit probleem zal de meeste clubschakers bekend in de oren klinken. Voor de hand liggende vervolgvragen zijn dan “naar welke kenmerken moet ik kijken?” en “hoe formeer ik een plan?” Eigenlijk draait alles om strategische inzicht. Maar hoe ontwikkel of verbeter je dat?





De meeste schaakboeken die tegenwoordig op de markt komen zijn ofwel openingsboeken, dan wel leerboeken. Persoonlijk juich ik de komst van die tweede categorie toe , hoewel er natuurlijk verschillen zijn in de kwaliteit van het aangebodene. En vind ik persoonlijk dat er veel te veel wordt gepubliceerd over modern openingsspel. Een onderwerp als bijvoorbeeld de de huidige stand van zaken in de Najdorf variant van het Siciliaans is minder interessant voor spelers onder elite of sterk grootmeester niveau. Om te beginnen is door de snelle ontwikkelingen in de hoogste schaakechelons een idee vaak al verouderd als het word gepubliceerd. Verder betreft het openingen van het karakter waarvoor dagelijks onderhoud noodzakelijk is om het goed bij te houden. En tenslotte betekent het klakkeloos kopiëren van de openingsfinesses van elitespelers dat men subtiliteiten moet doorgronden die het bevattingsvermogen van het merendeel van de lezers meestal te boven gaan. Inclusief ondergetekende, laten we daar duidelijk over zijn. Men koopt dergelijke boeken zodoende om zettenreeksen te kopiëren, en dat kan nooit de bedoeling zijn…


“Mijn oudere zus Emma had (heeft nog steeds?) er veel plezier in mij te verslaan met golf, tennis en andere spelletjes en sporten. Ze speelde zelfs schaak, totdat ze op 11-jarige leeftijd verklaarde ‘dat het jouw ding zou kunnen zijn’. Dat was erg gul van haar 😊”. Deze woorden zijn afkomstig van de Engelse IM Lorin D’Costa, trainer/coach van vele meisjes en dames in Engeland.

