Radjabov schuift Ding weg in het eindspel
In de finale van World Cup tussen de Chinees Liren Ding en Teimour Radjabov heeft de man uit Azerbeidzjan op knappe wijze de stand gelijkgetrokken. Het was één van de zeldzame nederlagen van de nummer drie van de wereld. De vierde partij eindigde na enige strijd in een bloedeloze remise waardoor beide heren op 2-2 staan en ze morgen aan de tiebreak gaan beginnen. Dat geldt overigens ook voor Vachier Lagrave en Yu Yangyi om de derde en vierde plaats.

Foto Fide
In de derde partij liet Radjabov zich opnieuw in op het Marshallgambiet van het Spaans. Het gambiet staat bekend als zo goed dat sommige spelers zelfs de openingszet 1.e4 verlaten om met een andere beginzet de strijd aan te gaan. Het bracht Kasparov indertijd ook al zoveel hoofdbrekens dat hij in het Spaans andere wegen insloeg die evenwel ook niet zoveel voordeel beloofden. De laatste twintig jaar zien we ook dat veel grootmeesters zich niet meer op het Spaans inlaten maar in plaats daarvan voor het Italiaans kiezen. Het is daarom aardig om te zien dat een moderne topspeler als Radjabov wel de discussie wil aanzwengelen of dat Marshallgambiet echt niet te kraken valt. Met moderne technologie, zware computers waar zelfs kunstmatige intelligentie op gebruikt kan worden, kunnen ellenlange varianten tot in den treure uitgezocht worden. Met 22.Pe4 hadden we dan eindelijk een nieuwtje te pakken en inderdaad, onze huis-tuin-en-keuken-engines beginnen ook vrolijke scores aan te geven. Mijn Stockfish 10 geeft tussen een klein plusje en een wat grotere plus in. Het resulteerde in een onaangenaam eindspel voor zwart waarin Ding op een gegeven moment toch zomaar een pion inleverde. Volgens analyses die later gemaakt werden, had de Chinees naar een toreneindspel moeten vluchten, maar toen hij de lopers die nog op het bord stonden niet ruilde, trok de Azeri de partij definitief naar zich toe. Hij activeerde zijn koning, plaatste een uitgekiende doorbraak en toen was er geen redden meer aan. Op zet 46 legde Ding zijn koning om.
Lees meer >
De Stukkenjagers zijn met vol goede moed begonnen aan het nieuwe seizoen. Met een nieuw samengesteld team werd Spijkenisse met 6-4 verslagen. Nieuwe krachten als Sam Baselmans, Sjoerd van Roon, en Erwin Kalle lieten met hun eerste wedstrijd meteen zien wat ze waard zijn. Maar ook (de terugkeer van) twee ervaren krachten als César Becx en Erik Dignum brachten het verschil in deze wedstrijd. 

Aangezien ik in mijn leven al heel wat schaaktrainingen heb verzorgd, vooral aan (talentvolle) jeugdspelers, is het van belang om de schaakstudenten, behalve schaaktechniek ook de nodige motivatie bij te brengen. Het is mij opgevallen dat motivatie een zeer bepalende factor is op de weg naar succes. Zo bouw ik verschillende uitdagingen in bij mijn trainingsmateriaal, maar spreek ik ook regelmatig met spelers over hun schaaksuccessen.
In de eerste partij, waarin onze landgenoot wit had, kwam er al snel na de opening een eindspel op het bord. Daarin gaf wit het loperpaar op in ruil voor een dubbelpion bij de tegenstander. Het leverde hem een klein maar duurzaam voordeeltje op. Zeker toen de zwartveldige lopers werden geruild en Giri een paard tegen een loper overhield, zag het er even naar uit dat hij hier wel zaken mee kon doen. Maar Xiong bleek uit het goede hout gesneden, hij verdedigde zeer taai en ondanks verwoede pogingen kon wit geen enkele progressie boeken. Toen Giri eindelijk een pluspion had, kwam hij in een eeuwige penning terecht en kon daarom zijn winstaspiraties meteen in de ijskast zetten. Remise bleek onoverkomelijk.
Benko werd op 14 juli 1928 geboren in Amiens (Frankrijk) waar zijn Hongaarse ouders op vakantie waren, maar hij groeide op in Hongarije. Hij probeerde zijn geboorteland in 1952 (dat toen Communistisch was) te ontvluchten maar hij werd gevangen genomen en zat maar liefst 16 maanden vast. Uiteindelijk lukte het wel om in 1958 naar de Verenigde Staten te vluchten. Datzelfde jaar werd hij door de Fide benoemd tot grootmeester. Zijn grootste prestatie was om zich te kwalificeren voor het Kandidatentoernooi in 1959 en 1962, waarin acht van ’s werelds beste spelers deelnamen. Hij gaf zijn plaats op in 1971 om Bobby Fischer toe te kunnen laten in dat Interzonale toernooi. Zoals bekend won Fischer dat met grote overmacht en liep hij daarna in de Kandidatenmatches ook over Mark Taimanov (6-0), Bent Larsen (6-0) en Tigran Petrosian (5,5-2,5) heen om daarna in de WK-tweekamp de regerend wereldkampioen Boris Spassky ook ruim te verslaan en zo de wereldtitel te veroveren. Benko kreeg zijn naam verbonden aan een opening die wij in het Nederlands kennen als het Wolgagambiet.












Als er een grootmeester in de wereld is waarvoor ik groot respect heb, is het de Engelsman John Nunn (geboren 25 april 1955). Hij werd in 1974 Europees jeugdkampioen en 1978 benoemd tot grootmeester. Hij behoorde een tijd tot de sterkste spelers ter wereld, waarbij hij het in januari 1985 schopte tot de negende plaats op de wereldranglijst. Wat later (januari 1995) behaalde hij zijn hoogste rating ooit: 2630 maar daarmee was hij geen negende van de wereld meer. Naast deze prestaties werd hij ook driemaal wereldkampioen in het oplossen van schaakproblemen.
In de 

