De zet die niets weggeeft
Het schaakspel vraagt veel energie. Kasparov zal onder hoogspanning hebben gestaan, alvorens tegen Topalov het beroemde torenoffer los te laten (zijn onsterfelijke partij uit Wijk aan Zee, 1999). Als een wereldkampioen zodanig alle bruggen achter zich verbrandt, trekt dan vanzelfsprekend alle aandacht. Er wacht echter ook een verhaal bij de veilige zet die niets weggeeft, en die niet zo de aandacht trekt. Vaak ten onrechte, zoals we zullen zien.
Torenzetjes
Als iemand vertelt over een ‘sjablone zet’, dan associëren we dat al snel met gemakzucht. Denk maar eens aan Tac1, haar zusjes Tad1 en Tae1, en de broertjes Tfc1, Tfd1 en Tfe1. Vaak een goede zet, maar soms ook wel uit armoe gespeeld. Doorgaans zul je je er geen buil aan vallen. Het zijn stereotiepe voorbeelden van de zet die niets weggeeft. Niet echt disruptive, om een populair jeukwoord uit het contemporaine management bargoens te gebruiken.
De buitenkans van Anand
De toppers leunen eigenlijk nooit achterover. Als zij een veilige zet spelen, rust dat op een bewuste afweging. Toch is daarmee soms wél wat aan de hand. Het voorbeeld waaraan ik denk is Carlsen–Anand, 6e matchpartij om het wereldkampioenschap in Sotsji (2014), waar zowel wit als zwart het niet zo moeilijke 26. – Pxe5 overzien. Dit was in de stelling gekomen door Carlsens blunder 26. Kd2. Reken maar dat de heren dit in een heksenketel niet zouden overzien, maar in deze langzame partij konden deze twee relatief ‘neutrale’ zetten zomaar het beeld verstoren.

Zowel voor mezelf als voor mijn leerlingen was ik op zoek naar meer tactiekboeken. Nu kun je je afvragen waarom boeken nog nodig zijn voor het oefenen van tactiek. Tegenwoordig kun je online, bijvoorbeeld, eindeloos puzzle rushen op 

Juli 2015. Het is bloedheet. We rijden in een taxi door Wenen op weg naar de plek waar het Europees schaakkampioenschap voor seniorenteams gespeeld gaat worden.
De tweede serie van tien puzzels is gisteren beëindigd: de prijswinnaars staan op onze website.
