Twee presentaties rondom het Damegambiet
Één van de meest gespeelde openingen ontstaat na de openingszetten 1.d2-d4 d7-d5, het Damegambiet. In elk geval zullen deze beginzetten in partijen van clubschakers zeer regelmatig op het bord verschijnen. Vandaar dat het nieuwe boek van ondergetekende, dat de afgelopen zomer is verschenen, de titel heeft gekregen: ‘Begrijp wat je doet deel 2, Damegambiet structuren’. Het boek is een zeer uitgebreide aanvulling op de artikelen ‘Begrijp wat u doet’ die de auteur voor het blad van de KNSB, Schaakmagazine, verzorgt. Dit boek, het tweede in een reeks, geeft een overzicht van stellingen, hun bijbehorende plannen en concepten die ontstaan in het Damegambiet. Het boek is in het Nederlands geschreven en wordt uitgegeven bij de Belgische Uitgeverij Thinkers Publishing.

Magnus Carlsen aan het werk in Wijk aan Zee (foto Frans Peeters)
Van het Damegambiet wordt wel eens gezegd dat elke speler deze opening absoluut een keer gespeeld moet hebben. Vrijwel alle wereldkampioenen hebben de opening op hun repertoire gehad omdat bekend is dat het inzicht in verschillende structuren hierdoor vergroot wordt. Het begrip van de diverse pionnenstructuren, zoals de geïsoleerde pion of de hangende pionnen, is dermate belangrijk, dat hierdoor meer diepgang in het spel kan worden bewerkstelligd. In het boek wordt aangegeven hoe men plannen en concepten kan
afleiden aan de hand van een pionnenstructuur. Via de teaser kan men hiermee al even bekijken hoe dat in zijn werk gaat.
Speciaal voor de geïnteresseerde bezoeker van Schaaksite geef ik hieronder een sterk staaltje dat in het boek is opgenomen waarin de huidige wereldkampioen een oud-wereldkampioen weet te verslaan puur op basis van een zwakte in de pionnenstructuur. De twaalfde zet uit deze partij werd dat jaar uitgeroepen tot het ‘Nieuwtje van het jaar 2016’. Carlsen kreeg de prijs overhandigd, maar schonk hem onmiddellijk aan zijn secondant Jon-Ludvig Hammer, die de geweldige en op het ook zeer bizarre zet in de studeerkamer had bedacht.
Lees meer >
Het wordt in de Meesterklasse weer een knotsgekke competitie. In de eerste ronde ging Kennemer Combinatie, een van de favorieten, onderuit tegen HMC Den Bosch. Landskampioen LSG verloor in deze tweede ronde met maar liefst 8-2 van datzelfde Kennemer Combinatie. Zou BSG nu eens kampioen worden? De Bussumers startten uitstekend tegen MuConsult Apeldoorn, maar verloren zaterdag fors van een van de promovendi. Hieronder een verslag van BSG-routinier Henk van der Poel, met enkele na te spelen partijen.
Na een onverwachts harde nederlaag tegen BSG in de eerste ronde was het zaak om ons te herpakken tegen het op papier zwakke De Stukkenjagers. Zij hadden het En Passant in de eerste ronde erg lastig gemaakt en dus waren we gewaarschuwd. Ditmaal konden ze echter niet echt een vuist maken en na een paar uur spelen boekten we de eerste overwinningen. Dit liep erg snel op tot een voorsprong van 7,5-0,5, waarna De Stukkenjagers nog wel de eer wisten te redden door de twee resterende partijen te winnen. Een kort overzicht van de partijen:

Wat is de aantrekkingskracht van Richárd Réti’s (1889 – 1929) ‘hypermoderne’ benadering van de opening? De inmiddels alweer lang overleden meester van de moderne school hield van fianchetto’s, van spel over de flanken, en beslist niet van het strikt navolgen van de traditionele Gouden Regels. Pionnen in het centrum kunnen een kwetsbaarheid zijn, meer nog dan een vaste waarde. Daarnaast waren er zelfs toen al genoeg partijen verspeeld met steeds maar weer diezelfde beginzetten. Ik kan me zo voorstellen dat Réti zuchtend langs de schaaktafels liep als hij overal 1. d4 – d5 en 1. e4 – e5 op de borden zag staan. Nee, de meester van het hypermodernisme beroemde zich op de flexibiliteit van zijn openingsaanpak. Met 1. Pf3! zou hij maximaal kunnen anticiperen op het spel van zijn tegenspeler, of deze nou een agressieve of positionele speelstijl zou willen hanteren.

