Hoe oud moet je zijn voor een biografie?
Er is een biografie verschenen over de 22-jarige voetballer Frenkie de Jong. Het boek telt maar liefst 320 pagina’s. Is 22 niet erg jong voor een dikke biografie? Toen ik de aankondiging zag, dacht ik aan de eerste biografie van Magnus Carlsen. Die verscheen in 2004, toen Carlsen dertien jaar was.
Het boek werd geschreven door Simen Agdestein, de trainer van Carlsen, en in de Nederlandse vertaling uitgegeven door New in Chess. Ik pakte het boek erbij en zag dat ik er een uitgeprinte column had ingestopt die Gert Ligterink had geschreven op de site van Tata Steel Chess.
Ligterink schrijft dat het eerste boek over Bobby Fischer verscheen in 1966, toen hij 23 jaar was. Garry Kasparov kreeg op z’n 18e een eerste klein boekje. Beiden hadden toen al een grote staat van dienst. Carlsen had in 2004 net de C-groep in Wijk aan Zee gewonnen. Van wereldtop was nog geen sprake, dat kan ook niet voor een dertienjarige, maar waarom dan toch al een biografie?
Ligterink: “Dertien jaar, is dat niet een tikje jong voor een biografie, zegt u misschien. Uit de inleiding blijkt dat die bedenking ook bij de auteur is opgekomen. ‘Aan de Noorse pers’, schrijft Agdestein, ‘leg ik soms uit dat iemand die zo jong de grootmeestertitel verovert vergelijkbaar is met een dertienjarige die de Nobelprijs voor scheikunde wint.’ Na zo’n entree weet de lezer dat de auteur het moeilijk zal vinden afstand tot zijn onderwerp te bewaren en dat een lofzang op het punt staat te beginnen. En inderdaad, bijna alles wat Magnus heeft gedaan is in dit boek buitengewoon of op zijn minst opmerkelijk.”
Ligterink vond Carlsens optreden in de C-groep de mooiste herinnering van 2004, maar hield bedenkingen bij de biografie: “Ik hoop dat ik ongelijk heb maar ik kan me niet voorstellen dat de vroege commerciële exploitatie van Carlsens talent een goede invloed op zijn ontwikkeling zal hebben. Voetballen moet hij en studeren natuurlijk op de finesses van het toreneindspel en de Svesjnikov-variant.
Lees meer >
De keurige heer, die bij ons werd ingekwartierd, was de jeugdleider van de K.B.S.B., de Belgische schaakbond, Hendrik Baelen. Een zeer aimabele man, die zich bij ons zeer thuis voelde.
Aangezien ik in mijn leven al heel wat schaaktrainingen heb verzorgd, vooral aan (talentvolle) jeugdspelers, is het van belang om de schaakstudenten, behalve schaaktechniek ook de nodige motivatie bij te brengen. Het is mij opgevallen dat motivatie een zeer bepalende factor is op de weg naar succes. Zo bouw ik verschillende uitdagingen in bij mijn trainingsmateriaal, maar spreek ik ook regelmatig met spelers over hun schaaksuccessen.
