Recensie: 64 schaaksonnetten
Het is alweer een tijdje geleden dat ik een boekje kreeg toegestuurd getiteld “64 schaaksonnetten” dat ik nu eindelijk heb kunnen doornemen. Auteur Martien Snoep is verantwoordelijk voor deze 64 sonnetten. Voordat ik inhoudelijk op het boekje inga, lijkt het mij geen kwaad kunnen om eerst te formuleren wat het begrip sonnet inhoudt.

Kort gezegd komt het erop neer dat een sonnet een gedicht is van veertien regels, dat min of meer uit twee delen bestaat. Schrijver en vertaler Jules Grandgagnage leert ons in een aardig artikel meer over het wezenskenmerk van het sonnet en geeft ons ook een lesje in geschiedenis mee in zijn stuk “Betekenis & Definitie” van het sonnet.
Het voorwoord van Teun Meirink, de voorzitter van Schaakvereniging Voorschoten, geeft eigenlijk aan hoe en waarom dit boekje tot stand is gekomen. Nadat Martien Snoep lid was geworden van het MMS (MaandagMiddagSchaak) van de vereniging heeft hij zich vanaf het moment dat de coronacrisis begon, gestort op het schrijven van sonnetten. Dat viel in goede aarde, want Snoep kreeg aanmoedigingen van anderen om hiermee verder te gaan. Ongetwijfeld met de gedachte dat de coronacrisis ons weliswaar beperkte in onze lichamelijke bewegingsvrijheid, maar niet in onze intellectuele ontwikkeling. Waar veel schaakclubs zich stortten op het online schaak, weer andere verenigingen de moeite namen om een periodieke nieuwsbrief op te zetten om het contact met hun leden intact te houden, waren deze schaaksonnetten natuurlijk ook een mooi instrument om schakers wekelijks te verrassen. Dit aspect – dat de sonnetten werden geschreven tijdens de lockdowns van 2020 en 2021, toen het (fysieke) schaakleven volledig was platgelegd, bleek een schot in de roos.
Lees meer >




Toen ik als kind echt geïnteresseerd raakte in schaken, las ik veel toernooiboeken. Dat waren vooral de blauwe toernooiboeken van de ECI-toernooien in Sas van Gent waar gesloten IM-groepen verspeeld werden. Zo las ik over Herman Grooten die IM werd, over een spannende tweestrijd tussen Rini Kuijf en Paul Motwani (die in de laatste ronde verloor van Gunter Deleyn) en over het Europees Jeugdkampioenschap van 1992 in Sas waar Dimitri Reinderman derde werd, na Aleksandrov en Borovikov. Die laatste werd tweede zonder dat hij een officiële rating had. Kom daar nu nog eens om! Later zijn er niet zo veel toernooiboeken meer toegevoegd aan mijn (bescheiden) bibliotheek. Natuurlijk kocht ik ooit Bronsteins boek over Zürich 1953 en een van mijn favorieten is nog steeds ‘Waarom schaakt u eigenlijk?’ over het laatste VSB-toernooi in 1996 met prachtige schaakverhalen van beroemdheden, waarbij ik vooral geïntrigeerd raakte door Mart Smeets die vertelde waarom er aan hem een groot schaker verloren is gegaan. Aan de vooravond van het Tata-toernooi van 2022 verscheen bij
Dit nieuwe boek: 100 Endgame Patterns You Must Know (2021) van Jesus de la Villa is een vervolg op zijn eerdere boek: “100 Endgames you must know.” Hoewel de titel niet heel anders is, is de benadering van het nieuwe boek wel anders. Waar het eerste boek prachtige eindspelen belicht die elke schaker zou moeten kennen, vertaalt het nieuwe boek deze eindspelen naar patronen die, naar mijn mening, waardevoller zijn simpelweg omdat het de informatie op een meer directe manier presenteert. In wezen vertelt het boek je: Dit is het patroon en dit is wat je moet leren. Mijn opmerking moet wel met een korreltje zand worden genomen, aangezien ik het vorige boek niet heb gelezen; Ik heb alleen de recensies ervan gelezen en uitgelichte partijen bekeken.
