Boekrecensie: Scoren met de Scandi van Thomas Willemze

“Leer nu een onvermijdbaar en makkelijk te onderhouden antwoord op 1.e4 en verbeter gelijk je schaaktechniek!”
Wie niet is afgeschrikt door de reclameslogan op het titelblad van The Scandinavian for Club Players, heeft geluk: onder de kaft zit een ware goudmijn. Internationaal Meester Thomas Willemze is erin geslaagd een onovertroffen studiehandleiding te schrijven voor de desbetreffende schaakopening: het Scandinavisch. Als een heuse master chef haalt hij alle technieken uit de kast. Zo krijgen we in elk hoofdstuk de winstmiddelen voor zwart én wit voorgeschoteld, evenals flashcards[1] en een overzichtelijke theoretische sectie. Aan het einde van elk deel, dat steeds meerdere hoofdstukken beslaat, zetten we de tanden in een set testopgaven over cruciale wendingen in de besproken varianten. Als dessert krijgen we nog een zetboom voorgezet die ons naar de relevante hoofdstukken terugverwijst. Het is nu alleen nog wachten op de Chessable-cursus zodat we de vermaarde spaced repetition-techniek aan het rijtje kunnen toevoegen. Wat met een exotisch aperitiefje begint (1.e4 d5!?), eindigt al met al in een rijk diner. Was er een schaak-‘Schijf van Vijf’ geweest, dan hadden we met Willemze makkelijk aan onze vitamines en mineralen gekomen. Zie de teaser voor een voorproefje van het eindresultaat.
Lees meer >
Laat ik de recensie van dit jubileumboek van MSV meteen met een disclaimer beginnen. Uw recensent is een Limburger en helaas heeft onze provincie de laatste tijd op het gebied van transparantie niet altijd de hoofdprijs gewonnen. Aan de andere kant gaat het boek over honderd jaar schaken in Maastricht en ben ik een geboren en getogen Heerlenaar. Voor hen bij wie dan niet meteen een belletje gaat rinkelen: de tegenstelling tussen Maastricht en Heerlen is te vergelijken met de beroemde spanning tussen Amsterdam en Rotterdam.



pionformaties die er zijn. Zoals het boek van John Nunn: “Secrets of Rook Endings.” Dat boek telt 352 bladzijden en behandelt alleen maar toren en pion tegen toren! Nee, allerlei onderverdelingen zijn opgenomen. Twee torens tegen dame, twee lichte stukken tegen dame, dame tegen pion(nen) enz. Dame vs. dame komt natuurlijk aan bod (hoofdstuk 2). Dit hoofdstuk gaf me al meteen een persoonlijke correctie. In het eindspel dame en randpion tegen dame alsook dame en paardpion tegen dame meende ik de remise-zone te kennen. Maar die zone was onjuist! Dankzij de table-bases is dat duidelijk geworden. Ik ga dat nu niet verklappen, koopt u daarvoor dit boek en de “nieuwe” remisezone wordt u ook duidelijk! Het hoofdstuk waar ik het meeste plezier aan beleefde was hoofdstuk 6: dame tegen twee torens. Wellicht omdat er weinig tot geen stof voorhanden is in andere eindspelboeken. Afgezien dan van Glenn Flears “Practical Endgame Play-beyond the basics”, maar dat kan ook liggen aan mijn beperkte voorraad schaakboeken. Voorts vind ik het prettig dat Müller vaak refereert aan andere boeken. Bijvoorbeeld op bladzijde 221 aangaande het eindspel: koning dame tegen koning loper en paard (zonder pionnen) waar hij verwijst naar John Nunns: “Secrets of Pawnless Endings”, met het excuus erbij dat hijzelf te weinig stof geeft. Mooi toch, die waardering voor collega-schrijvers. Ook is er waardering voor de toernooipraktijk, want bijna alle voorbeelden komen daarvandaan. Ook is het gros van de partijen van de laatste 20 jaar. Ik trof zelfs enkele bekenden aan! Het boek corrigeert deze toernooipartijen (uiteraard wemelen de partijen van de fouten, die de computer genadeloos laat zien). Daarnaast laat het boek de langste (lees lastigste) winsten zien in het eindspel dat op dat moment behandeld wordt. Dus wij kijken naar de partij Nakamura – Gunina (Caleta 2018) Koning met twee torens plus pion tegen koning dame en dan volgt later een geforceerde winst van 244 zetten, vanuit de moeilijkste beginstelling van dat specifieke eindspel.










