Recensie: 1.e4! The Chess Bible – Justin Tan
Inleiding
Justin Tan (*1997) is een Australische grootmeester. 1.e4! The Chess Bible is zijn eerste schaakboek, maar eerder publiceerde hij al op Chess Publishing. In zijn boek behandelt Tan de varianten die minder vaak tegen 1.e4 gespeeld worden, maar waartegen niettemin een solide openingsrepertoire onontbeerlijk is, namelijk:
- Aljechin (1… Pf6)
- Nimzowitch (1… Pc6)
- Scandinavisch (1… d5)
- Pirc en Moderne systemen (1… d6 gevolgd door 2… g6)
- Philidor (1… d6 gevolgd door 2… e5)
Opbouw
In zijn voorwoord verwerpt Tan het idee dat wit vanaf het begin recht heeft op een openingsvoordeel en dat zwart degene is die voor een gelijke stelling zou moeten vechten. Dat neemt echter niet weg dat wit het zou moeten proberen, waarbij volgens Tan 1.e4 de beste mogelijkheid is. Hij raadt daarbij ook de scherpere varianten aan, want een agressieve benadering stelt zwart voor de meeste problemen. Dit type spel zal niet iedereen bevallen, maar aan de andere kant, wie een afkeer van tactiek heeft, zou überhaupt geen 1.e4 spelen.
Ook besteedt Tan – in tegenstelling tot vele andere schaakboeken – een deel aan de uitleg van zijn onderzoeksmethode. Zo analyseert hij altijd eerst partijen die door mensen gespeeld zijn, om daarna pas de engine(s) erbij te betrekken. Hij legt vervolgens uit dat hij bestaande schaakliteratuur kritisch benadert, hoewel later nergens in het boek hiernaar een verwijzing gemaakt wordt.
Elk van de vijf delen waarin het boek is onderverdeeld begint met een overzicht van de belangrijkste ideeën en concepten. De nadruk ligt daarbij op algemene principes en plannen waarnaar beide spelers streven en niet op zetvolgorde. Als laatste wordt de opbouw van de hoofdstukken uitgelegd. De hoofdstukken zelf behandelen de belangrijkste (zij-)varianten en elk sub-hoofdstuk wordt afgesloten met een modelpartij. Door deze verfijnde benadering, die we ook van de boeken van Herman Grooten gewend zijn, blijft er zowel aandacht voor de grote lijnen in de vorm van overzicht en concepten, als specifieke zetvolgordes en concrete varianten. Het verschil is echter dat Tan de varianten niet vanuit het perspectief van zwart behandelt, maar zijn publiek een kant-en-klaar repertoire voor wit aanbiedt.
Lees meer >




Het is exact honderd jaar geleden dat Lasker in Havana zijn wereldtitel verloor in een match tegen Capablanca. Daarmee kwam er een einde aan de langste titelhoudersperiode: nog steeds staat de 27 jaar van Lasker in de boeken als een record. Toch staat hij tot op de dag van vandaag minder in de belangstelling dan vele collega’s die tragische levensverhalen kenden, zoals Aljechin of Fischer, of bekend staan om hun eindspeltechniek of tactische vaardigheden, zoals Capablanca of Tal. Wellicht komt dit ook door de perceptie dat zijn spel zich niet leent voor een didactische aanpak. Om de Engelstalige Wikipedia te citeren: “He published chess magazines and five chess books, but later players and commentators found it difficult to draw lessons from his methods”. Des te spannender als er een nieuw boek gewijd wordt aan juist Laskers wijze van spelen: The Lasker method to improve chess: A manual for modern-day club players.




