The Creative Power of Bogoljubov: Volume 1

Deze recensie gaat over het boek ‘The Creative Power of Boguljobov: Volume 1’, geschreven door Grigory Bogdanovich. Dit eerste deel, uitgebracht in 2020, is sinds dit jaar vergezeld van het tweede en laatste deel, dat eveneens in gaat op de partijen van Boguljobov. Twee dikke pillen, elk zo’n 400 pagina’s. Ruim voldoende om een recensie over te schrijven. Ik recenseer hier alleen het eerste deel. Het tweede deel volgt later dit jaar.
Wie is Boguljobov?
Tja, ik stel de vraag toch maar even. Weet u het? Ja? Mooi, dan heeft u vast een keertje de schaakgeschiedenis bestudeerd. Ik had Bogoljubov’s naam weleens langs horen komen. Pas echt geïnteresseerd raakte ik in hem, toen zijn naam veelvuldig benoemd werd in het boek van Romanovsky, waar ik eerder een recensie over schreef. Toen ik zag dat Elk and Ruby, de uitgever van het eerder gerecenseerde boek, recentelijk het tweede deel over Bogoljubov had uitgebracht leek dat mij een goede aanleiding beide boeken te recenseren.
Toch stelde ik de vraag niet helemaal zonder reden. Want net als in het boek van Romanovsky, wordt ook in dit boek in het eerste deel een biografie gegeven. In pakweg 70 pagina’s geeft Bogdanovich een interessant kijkje in het leven van deze Oekraïense (Sovjet) – Duitse schaakmeester. Zo leer je dat Efim Boguljobov nooit om zelfvertrouwen verlegen zat, zelfs niet toen hij pas net als jonge student de schaakkroegjes instapte met een notitieblokje en zelfbedachte openingsnieuwtjes. Lekker spelen, dat straalde van Boguljobov af. Zijn optimistische spel was niet vlekkeloos, iets dat hem de kans op een wereldtitel in de strijd met Aljechin helaas ontnam. Ook leer je dat Boguljobov een echt familiemens was, zijn familie stond op 1. Tijdens de eerste wereldoorlog leerde hij in Duitsland, waar hij wat ongelukkig vast kwam te zitten toen de oorlog uitbrak tijdens een schaaktoernooi daar, zijn vrouw kennen. Duitsland werd zijn woonplaats en uiteindelijk, om voor zijn familie te kunnen zorgen, nam hij afstand van het Sovjet burgerschap.
Nog een laatste keer: wie is Bogoljubov? Na het opgeven van het Sovjet burgerschap was er, zoals gebruikelijk in die tijd, geen goed woord over voor de voormalig vaderlandse helden. Ook niet voor Bogoljubov. Een vraag is of dit ook doorsijpelde in de schaakliteratuur. Nimzowitsch, die overigens niet meer in de Sovjet Republiek woonde, nam in zijn boek ‘Mijn Systeem’ enkel drie verliespartijen van Bogoljubov op en geen enkele winstpartij. Ook andere prominente schrijven ontweken de winstpartijen van Bogoljubov. Zou dit te maken hebben gehad met zijn vertrek uit de Sovjet Republiek? Of waren er andere redenen? (Zie voor wat nuances ook de opmerkingen onder dit artikel!)
Lees meer >
Laat ik de recensie van dit jubileumboek van MSV meteen met een disclaimer beginnen. Uw recensent is een Limburger en helaas heeft onze provincie de laatste tijd op het gebied van transparantie niet altijd de hoofdprijs gewonnen. Aan de andere kant gaat het boek over honderd jaar schaken in Maastricht en ben ik een geboren en getogen Heerlenaar. Voor hen bij wie dan niet meteen een belletje gaat rinkelen: de tegenstelling tussen Maastricht en Heerlen is te vergelijken met de beroemde spanning tussen Amsterdam en Rotterdam.




pionformaties die er zijn. Zoals het boek van John Nunn: “Secrets of Rook Endings.” Dat boek telt 352 bladzijden en behandelt alleen maar toren en pion tegen toren! Nee, allerlei onderverdelingen zijn opgenomen. Twee torens tegen dame, twee lichte stukken tegen dame, dame tegen pion(nen) enz. Dame vs. dame komt natuurlijk aan bod (hoofdstuk 2). Dit hoofdstuk gaf me al meteen een persoonlijke correctie. In het eindspel dame en randpion tegen dame alsook dame en paardpion tegen dame meende ik de remise-zone te kennen. Maar die zone was onjuist! Dankzij de table-bases is dat duidelijk geworden. Ik ga dat nu niet verklappen, koopt u daarvoor dit boek en de “nieuwe” remisezone wordt u ook duidelijk! Het hoofdstuk waar ik het meeste plezier aan beleefde was hoofdstuk 6: dame tegen twee torens. Wellicht omdat er weinig tot geen stof voorhanden is in andere eindspelboeken. Afgezien dan van Glenn Flears “Practical Endgame Play-beyond the basics”, maar dat kan ook liggen aan mijn beperkte voorraad schaakboeken. Voorts vind ik het prettig dat Müller vaak refereert aan andere boeken. Bijvoorbeeld op bladzijde 221 aangaande het eindspel: koning dame tegen koning loper en paard (zonder pionnen) waar hij verwijst naar John Nunns: “Secrets of Pawnless Endings”, met het excuus erbij dat hijzelf te weinig stof geeft. Mooi toch, die waardering voor collega-schrijvers. Ook is er waardering voor de toernooipraktijk, want bijna alle voorbeelden komen daarvandaan. Ook is het gros van de partijen van de laatste 20 jaar. Ik trof zelfs enkele bekenden aan! Het boek corrigeert deze toernooipartijen (uiteraard wemelen de partijen van de fouten, die de computer genadeloos laat zien). Daarnaast laat het boek de langste (lees lastigste) winsten zien in het eindspel dat op dat moment behandeld wordt. Dus wij kijken naar de partij Nakamura – Gunina (Caleta 2018) Koning met twee torens plus pion tegen koning dame en dan volgt later een geforceerde winst van 244 zetten, vanuit de moeilijkste beginstelling van dat specifieke eindspel.










