Belevenissen van een arbiter: een maas in het net en toeval
Voor het zesde achtereenvolgende jaar speelden de Masters van het Tata Steel Chess Tournament ‘on tour’. In de eerste week werd Alkmaar aangedaan. Na aankomst daar werd op het plein waar ’s zomers de kaasmarkt plaats vindt een groepsfoto inclusief kaasdragers gemaakt. Daarna toog men naar TAQA Theater De Vest, het culturele hart van Alkmaar, waar in de luxueuze Grote Zaal de degens gekruist werden. In de tweede week was het de beurt aan Leiden waar de bijna 900 jaar oude Pieterskerk het onderdak verschafte. Voor een omschrijving citeer ik de website: ‘een monumentale evenementenlocatie met een unieke ambiance en sfeer’. En daar is niets van overdreven. Qua bezoekers zou in Leiden wel eens het record gebroken kunnen zijn. Bij de ingang van de speelzaal hebben de portiers 2216 bezoekers geteld. Toen Anand om 20.20 uur de laatste klok stil zette en Carlsen de hand schudde ter overgave waren daar nog ongeveer 100 bezoekers getuige van!
In een opwelling van groot optimisme heb ik wel eens gedacht dat de KNSB-competitie een belangrijk publicitair uithangbord van de Nederlandse schaakwereld zou kunnen zijn. Met wedstrijden op goed toegankelijke, aantrekkelijke locaties, live partijen op de lokale websites, raadsleden en andere VIP’s als regelmatige bezoekers, pers en publiek die zich vergapen aan de partijen van de regionale topspelers, parallelle evenementen voor de schooljeugd en zo meer. Een soort Tatachess-sfeer,
Een mooie oude foto uit lang vervlogen tijden, genomen vanaf het balkon van een volgepakt theater.
Laat ik met een literair citaat beginnen. Het zijn de eerste regels uit het grote boek over Paul Charles Morphy dat zijn bewonderaar Geza Maroczy in 1908 publiceerde. De regels zijn de opmaat tot een soort schaaksprookje:
