“Straatduif” door Theo Mooijman. Column van Schaakvereniging Promotie
Geboeid heb ik zitten kijken naar het verhoor van Michael Cohen door leden van het Congres. Mijn vrouw riep mij toen zij bij het zappen op CNN de live uitzending was tegengekomen.
Ik heb direct mijn werkzaamheden aan de kant gelegd en mij bij de televisie genesteld. De stategie van de Republikeinen bleek te zijn Cohen als een pathologische leugenaar neer te zetten. Iemand die gewoonweg altijd liegt als hem dat uitkomt. “U heeft eerder in een hoorzitting van het congres gelogen, waarom zouden we u nu wel geloven? Senator Jordan leidde de aanvallen in en elke senator na hem gaf een minuutje van zijn of haar eigen ondervraagtijd aan Jordan om Cohen extra af te matten. Enkele Republikeinse senatoren waren gematigd van toon, waarschijnlijk om te kijken of Cohen dan wat minder alert zou zijn. In schaaktermen: er werden enkele stille zetten gedaan dan wel een schijnaanval op de andere zijde van het bord geplaatst.
Cohen gaf geen krimp, ook niet toen de jaloezie kaart werd gespeeld. Hij zou geaast hebben op een post in het Witte huis en heeft, toen hij die niet kreeg, een 180 graden draai gemaakt en zich tegen de President gekeerd, na eerst één van zijn trouwste vazallen te zijn geweest. Cohen bleef uiterst secuur en correct antwoorden en beleed enkele malen zijn spijt. En zo waar: ik kreeg sympathie voor de man en zelfs begrip. In zijn tomeloze eerzucht deed hij alles (liegen, dreigen en zwijggeld betalen) om de President te dienen. Hij legde uit dat er een moment kwam dat dit alles zo tegen de belangen van het volk in druisde, dat hij dat niet meer wilde.
Hij heeft de veroordeling inzake zijn transacties en meineed al binnen en zal enkele jaren in de gevangenis moeten verblijven. Hij wil nu verklaren (wat iedereen overigens al weet, maar graag uit zijn mond hoort) dat de President een niets en niemand ontziend persoon is die alleen zijn eigen belang kent en tot elke prijs wil winnen.
“Wie heeft het toernooi gewonnen?” vraagt mijn jeugdige collega de dag na afloop van het Tata Steel Chess Tournament als ik de draad van het gewone leven op mijn werk weer probeer op te pakken. “Magnus Carlsen” antwoord ik iets te snel maar ik voeg er gelijk aan toe: “en nog een paar honderd anderen!” Want het toernooi bestaat niet alleen uit de Masters en daarop volgend de Challengers. De vele vierkampen en tienkampen zorgen samen met wat speciale groepen – waaronder het journalistenkampioenschap en zelfs een arbiterstoernooi – voor meer dan 320 winnaars! Natuurlijk zijn de spelers op het podium het belangrijkst en het uithangbord van het toernooi. Maar wat het ook zo wereldberoemd maakt is het feit dat het overgrote deel van die amateurs in één zaal speelt met de professionals en dat het systeem van meerkampen met promotierecht iedere schaker de mogelijkheid geeft om de groep van de Masters te bereiken!
De column van Hans Meijer behoeft geen nadere toelichting. Lees hem 
