Ode aan de Garde, de schaakklok van het volk die alles zag
Bij de herdenking van de val van de Berlijnse Muur denken we aan de voormalige DDR. Er zijn mensen die de Trabant een belangrijk symbool daarvan vinden. Wim van der Wijk denkt echter vooral aan de Garde-klok. Bij toernooien in Hongarije kocht hij voor slechts 35 gulden per stuk altijd klokken van Oost-Duitsers die hun koffers ermee hadden volgestopt, in de hoop in Hongarije aan westerse valuta te komen.

Een Garde-klok in de tuin van Wim van der Wijk.
Van der Wijk gaf ze door aan de penningmeester van zijn club HSG, die nu nog steeds opvallend veel Garde-klokken heeft. Ter gelegenheid van het jubileum van de val van de Muur deed Van der Wijk onderzoek naar de geschiedenis van de Garde-klok. Hij komt met een doorwrocht verhaal. Garde heeft overigens ook digitale klokken! Die vindt Van der Wijk minder mooi.
(Inleiding: Johan Hut. Hieronder het verhaal van Wim van der Wijk.)
Gisteren, zaterdag 9 november 2019, precies dertig jaar na de val van de Muur, stonden de kranten vol met historische terugblikken op de DDR, de Duitse Democratische Republiek, Oost-Duitsland. Hebben wij schakers iets met de DDR? Jawel, tenminste als je open staat voor wat nostalgie of Ostalgie.
In de meeste verhalen, voor zover die over het dagelijks leven destijds aan gene zijde van de Muur gaan, komt de Trabant voorbij als het meest iconische product van de DDR. Wij schakers kennen ook een bijzonder object van Duitse makelij dat vanachter het IJzeren Gordijn vandaan komt: de Garde schaakklok, waarmee veel oudere schakers onder ons spelenderwijs zijn opgegroeid. En zeker bij HSG, dat een opvallend grote collectie Garde-klokken had, waarover later meer.
De Garde is een mooie schaakklok met een behuizing van beukenhout, sober en functioneel uitgevoerd. Heel transparant voor zo’n geniepige samenleving als de DDR was. Je hebt aan een blik van ruime afstand voldoende om te weten hoe het er voor staat met het tijdverbruik van de spelers.
Lees meer >
“Ik ben blij dat iedereen op tijd zijn visum heeft kunnen regelen!” zegt Frans tegen mij op de avond van 13 september, voor het vertrek op zaterdag naar Cuba. Plotseling verstijf ik, mijn ademhaling stokt en benauwd klinkt het uit mijn mond: “Maar Frans, ik dacht dat jij ze voor ons allemaal besteld had, ik heb nog geen visum!” Je ziet Frans schrikken en het is even angstvallig stil. Een groot probleem komt aan de oppervlakte drijven. Op de normale manieren is niet meer op tijd aan een visum te komen. En zonder visum kom je Cuba niet in. Sterker nog, je komt al niet het KLM-vliegtuig in. Wat nu?
Het boek werd geschreven door Simen Agdestein, de trainer van Carlsen, en in de Nederlandse vertaling uitgegeven door New in Chess. Ik pakte het boek erbij en zag dat ik er een uitgeprinte column had ingestopt die Gert Ligterink had geschreven op de site van Tata Steel Chess.
Deze recensie gaat over het derde deel uit Sokolovs (inmiddels niet meer zo nieuwe) serie over middelspel: Chess Middlegame Strategies. Voor een recensie van het tweede deel, dat twee jaar geleden uitkwam, zie: 
De keurige heer, die bij ons werd ingekwartierd, was de jeugdleider van de K.B.S.B., de Belgische schaakbond, Hendrik Baelen. Een zeer aimabele man, die zich bij ons zeer thuis voelde.
