Rubrieken

“Dubbelganger” door Theo Mooijman. Column van Schaakvereniging Promotie.

Al geruime tijd koop ik geen boeken meer, dus ook geen schaakboeken. Geen plaats meer in de overvolle boekenkasten en geen tijd meer om ze te lezen. Zeker, daar is wat aan te doen. Brochures en boeken van weinig hedendaags nut verwijderen en voor het kringloopproces aanbieden. Minder tijdschriften en kranten lezen. Ik weet het dus wel, maar doe het niet. Onlangs kreeg ik een boek met als direct gevolg daarvan dat er een doorschuifactie moest plaatsvinden.

Lees meer >

Krantenrubrieken weekend 23 november 2019

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: de Caro Kann

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

Veel spelers hebben problemen om agressief ingestelde spelers die 1. e4 openen van het lijf te houden in de opening.

Lees meer >

Schaakhistorie (20) : Botwinnik en Flohr op tournee in Nederland (1958 en 1963)

Donderdag wees het Max Euwe Centrum er op zijn Facebookpagina op dat het de geboortedag was van Salo Flohr, die in 1908 in Polen was geboren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden zijn (Joodse) ouders vermoord en vluchtte de kleine Salo naar Tsjecho-Slowakije.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog vielen de nazi’s dat land binnen en vluchtte Flohr naar Rusland. Er was al serieus sprake van een match tegen Aljechin om de wereldtitel, die Aljechin in 1937 op Euwe had heroverd, Flohr had ook al een sponsor gevonden (de uitdager moest destijds nog een zak met geld op tafel leggen), maar vanwege de oorlog werden uiteraard de prioriteiten verlegd, zowel bij Flohr als de sponsor. Na de oorlog bleek Flohr niet meer de absolute wereldtopper en kwam hij niet meer in de buurt van de wereldtitel.

Salo Flohr (boekomslag)

Het bericht van het Max Euwe Centrum deed mij zoeken naar een boekje over de tournees van Flohr en Botwinnik door Nederland. Een eenvoudig boekje van Evert-Jan Straat uit 2002, met verslagen van zijn vader Evert Straat uit de Volkskrant en analyses van Evert-Jan. Flohr was geen wereldtopper meer, maar nog wel een graag geziene gast voor simultaanseances. In het boekje van Straat & Straat worden twee optredens beschreven van beide grootheden die beide keren een simultaantournee combineerden met een zeskamp met vier van de sterkste Nederlanders. Het artikel dat u nu leest is mede gebaseerd op de bondsbladen uit die tijd en de omschrijvingen zijn alleen van Straat als dat staat aangegeven.

 

Perschef of toernooidirecteur?
Grote man achter de twee tournees was Berry Withuis, journalist bij het communistische dagblad De Waarheid. Bij het WK-kandidatentoernooi van 1956 in Amsterdam en Leeuwarden had hij voor het eerst een persdienst opgericht, een organisatie die nog niet bestond bij Nederlandse schaaktoernooien. Later vervulde hij deze functie bij het zonetoernooi in Wageningen in 1957, het Hoogoventoernooi, het IBM-toernooi, Nederlandse kampioenschappen en het WK-kandidatentoernooi van 1962 op Curaçao.

Lees meer >

“Hop, Marjanneke, laat de poppetjes dansen” door Hans Meijer

Als schaker wilt u natuurlijk schaakpartijen zien. Daaraan is geen gebrek in de column van Hans.

Tijdens het schrijven van mijn columns over verleden, heden en toekomst van het computerschaak, resp. Schaken tussen wal en chip en Het is schaken, maar niet zoals wij het kennen, kwam ik elf schaakpartijen van computers tegen mensen tegen die ik u niet wil onthouden. Vandaar deze bijlage bij bovengenoemde columns. Zoals bekend hadden Max Euwe en Hein Donner geen hoge pet op van het schaakniveau van computers. Hieronder twee partijen waarin zij hun gelijk in 1974 resp. 1982 aantoonden.

CD-6600 (David Slate, Larry Atkin, Keith Gorlen) – Prof. dr. M. Euwe (januari 1974).

1. e4 e5 2. Lc4 Pf6 3. Pc3 Pxe4 4. Pxe4 d5 5. Lb5+ c6 6. Ld3 dxe4 7. Lxe4 Ld6 8. d4 exd4 9. Dxd4 0-0 10. Pf3 De7 11. Lg5 f6 12. Le3 Pa6 13. 0-0-0 Lc7 14. c4 Le6 15. Lc2 Pb4 16. Lb1 Tad8 17. De4 f5 18. Dh4 Dxh4 19. Pxh4 b6 20. b3 f4 21. Ld4 c5 22. Lc3 Pc6 23. Txd8 Txd8 24. a3 Pd4 25. Lc2 Te8 26. f3 g5 27. Lxd4 cxd4 28. Pf5 Lxf5 29. Lxf5 Te2 30. Lh3 Te3 31. Kb2 Le5 32. Le6† Kg7 33. Ld5 d3+ 34. Kb1 Te2 35. Le4 d2 36. Kc2?

Euwe: ‘De enige grove fout. Na 36. Td1 Txg2 37. Kc2 Txh2 38. Txd2 Txd2 39. Kxd2 had nog een lang eindspel kunnen volgen.’ 36…Te1 37. Kxd2 Txh1 38. h3. 0-1 Uit: Nieuwsbrief Max Euwe Centrum, nr. 74, 3-2010.
Op 5 maart 1982 speelde Donner een partij tegen Belle van het beroemde AT&T Bell Labs.

Lees meer >

Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 21: Boris Spassky

Deze rubriek is gemaakt voor schaaksite.nl en is terug te vinden onder het kopje ‘Schaakhistorie’.

Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaakgeschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over Tigran Petrosian. In deze nieuwe aflevering zullen we het hebben over Boris Spassky (Geboren in 1937).

Lees meer >

Krantenrubrieken weekend 16 november 2019

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Bareev’s Exciting Chess Life (boekenrecensie)

Recentelijk verscheen het boek “Say No to Chess Principles!” van Evgeny Bareev. Een primeur in meerdere opzichten. Want hoe vaak hoor je een ex-wereldtopper dit advies geven, laat staan dat hij er een heel boek over schrijft? Maar wie is deze ex-wereldtopper eigenlijk? Bareev is een Russische schaker die opgroeide in de tijd van Boris Gelfand, Vishy Anand en de Nederlander Jeroen Piket. En dat niet alleen, hij heeft ze vaak het leven goed zuur gemaakt; achter het schaakbord wel te verstaan. Hij groeide op in de afbrokkelende Sovjet Unie en leerde goed schaken in de Smyslov-school. Hij was al eens co-auteur van een boek, maar met dit boek bezorgt hij ons tevens een primeur door het helemaal zelf te schrijven. Dat ging niet eenvoudig, zo schrijft hij in het voorwoord, het kostte hem zo’n twee jaar om geïnspireerd te raken. Gelukkig is die inspiratie er ten overvloede gekomen.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: De moderne verdediging (deel 2)

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

We bespreken de tweede (en tevens laatste) aflevering over de Moderne verdediging. In deze rubriek gaan we uit van een opstelling waarin wit met drie pionnen op c4, d4 en e4 het hele centrum in handen neemt. We komen hierdoor meer in de banen van de 1. d2-d4-openingen terecht.

1. e4 g6 2. d4 Lg7 3. c4 d6

Zwart neemt een opstelling in zoals we kennen uit het Konings-Indisch. Maar opnieuw zal hij de ontwikkeling van Pg8 willen uitstellen. De belangrijkste reden hiervoor is dat zwart hoopt dat er snel een pionnenketen ontstaat (met pionnen van wit op d5 en e4 tegen die van zwart op d6 en e5). Hij wil dan direct …f7-f5 kunnen spelen gevolgd door …Pg8-f6. Ten opzichte van het Konings-Indisch zou hij dan twee zetten uitsparen. Heel interessant is als zwart meteen probeert het centrum aan te vallen met 3…Pc6 Het is zwarts bedoeling om straks met …e7-e5 te proberen een paard op d4 te nestelen. Wit moet nu kiezen hoe hij pion d4 gaat dekken. 4. Pf3 Indertijd had men de indruk dat het witte paard hier wel eens verkeerd zou kunnen komen te staan omdat het snel door …Lc8-g4 kan worden gepend. Zwart zou dan zijn plan om een paard op d4 te krijgen vrij eenvoudig kunnen doorzetten. [Lange tijd werd 4. Le3 beschouwd als de belangrijkste voortzetting op de zwarte aanpak. 4…e5 5. d5 Pd4 6. Pe2 c5 maar zwart heeft hier natuurlijk weinig te klagen met zo’n mooi paard op d4 (Yagupov-Kasimdzhanov, 1998).] [Minder principieel is 4. d5 omdat zwart dan na 4…Pd4 een paard op d4 heeft kunnen plaatsen. 5. Pe2 c5 is wel oké voor zwart.] 4…e5 Zwart moet het nu wel zo spelen, maar hier kleven wat nadelen aan. [Als zwart nu besluit om eerst 4…d6 te spelen om te kunnen werken met …Lc8-g4 is hij net te laat.

Lees meer >

“Autonomie” door Manuel Nepveu. Column van Schaakvereniging Promotie.

In de laatste twintig jaren van mijn zogeheten werkzame leven heb ik mijn beste krachten ingezet bij TNO. Dat is me goed bevallen, maar minpuntjes zijn er natuurlijk ook geweest. Het was niet ongebruikelijk dat studenten uit een ander land een stage kwamen doen. Goed voor de studenten, goed voor TNO. Ik herinner me een Poolse student die met mij van doen kreeg. O jee, als dat maar goed is gegaan … ik hoor het sommigen van u denken.

Lees meer >