Schaakhistorie (17) : Het diepe inzicht van Manuel Bosboom
Gedeeld winnaar van het Open kampioenschap van Nederland in Dieren, deze zomer, dat is het grootste succes dat Manuel Bosboom in zijn schaakcarrière heeft behaald. Althans in het klassieke schaken.

Bosboom in 2018. Foto: Frans Peeters.
In het snelschaak kent iedereen natuurlijk zijn overwinning op Gari Kasparov in 1999 en zijn toernooizeges, die niet meer te tellen zijn. Zelf is hij er ook niet de man naar om daar statistieken van bij te houden. Volgens zijn Wikipedia-pagina heeft hij het snelschaaktoernooi van Amstelveen achttien keer gewonnen. Dat zou heel goed waar kunnen zijn. Het totaal aantal toernooizeges zou best boven de honderd kunnen liggen.
Kijkend naar statistieken zou je zeggen dat Manuel Bosboom (geboren 24 januari 1963) zijn toptijd had rond 1990. Van 1988 tot en met 1992 plaatste hij zich vier van de vijf keer voor het Nederlands kampioenschap. In 1990 werd hij gedeeld vijfde na overwinningen op Van der Wiel, Nijboer, Douven, Pliester en Blees. De andere keren scoorde hij onder de vijftig procent. Dat deed hij ook in 2000, 2004, 2007 en 2008. Na dat laatste NK kon hij wel zeggen dat hij dus twintig jaar tot de Nederlandse top behoorde. Tijdens de editie van 2000 viel hij op door tegen de computer Fritz $$$, waarvan de deelname omstreden was, uit protest na een paar zetten op te geven. Schaken tegen een computer past helemaal niet bij Bosboom.
Grootmeesternormen
Dieren noem ik Bosbooms grootste succes omdat ik het een toernooiwinst noem, al werd Casper Schoppen officieel tot open kampioen uitgeroepen. Zijn prestatie op het open toernooi Leeuwarden 1997 was echter minstens zo groot. Achter Sokolov en Gleizerov werd Bosboom derde, samen met Speelman, Van Wely en Lobron, voor onder anderen Van den Doel, Landa, Reinderman en Nijboer. Het was zijn eerste grootmeesternorm. Dieren was op rating een grootmeesternorm, maar gold niet omdat Bosboom niet genoeg grootmeesters tegen zich kreeg (maar één) en niet genoeg buitenlanders (ook één).
Bosboom is een van de topscorers aller tijden in de hoogste klasse van de KNSB-competitie. Daarin speelde hij voor HWP Zaandam, VAS, Amstelveen, Rotterdam, De Variant, Apeldoorn en En Passant. Met die laatste club boekte hij twee grote individuele successen. Bij de Europacup 2013 op Rhodos scoorde hij 5 uit 7, wat een grootmeesternorm was. Dat herhaalde hij een jaar later in Bilbao, waar hij Peter Leko versloeg.

Als er een grootmeester in de wereld is waarvoor ik groot respect heb, is het de Engelsman John Nunn (geboren 25 april 1955). Hij werd in 1974 Europees jeugdkampioen en 1978 benoemd tot grootmeester. Hij behoorde een tijd tot de sterkste spelers ter wereld, waarbij hij het in januari 1985 schopte tot de negende plaats op de wereldranglijst. Wat later (januari 1995) behaalde hij zijn hoogste rating ooit: 2630 maar daarmee was hij geen negende van de wereld meer. Naast deze prestaties werd hij ook driemaal wereldkampioen in het oplossen van schaakproblemen.




Een samenvatting van een e-mailwisseling tussen een voornaam afgevaardigde van de jubilaris en schrijver dezes…
Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen? ”






Toen me gevraagd werd of ik, net als twee jaar geleden, een avond van het zomerschaak bij Erasmus wilde verzorgen, hoefde ik niet lang na te denken. “Natuurlijk doe ik dat, altijd leuk om te doen”, was mijn reactie. Afgelopen maandag, 12 augustus, was het zover.
De club werd in 1968 opgericht onder de naam Utstud. Het was een studentenclub in Utrecht, dus iedereen kan bedenken wat die naam betekent. Utstud was een fusieclub van drie zeer oude studentenclubs, namelijk Lasker (1908), Stukken & Schijven (1910) en Caïssa (1946).

