Rubrieken

Schaakrubrieken weekend 17 februari 2018

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 18: Vassily Smyslov

Deze rubriek is gemaakt voor schaaksite.nl en is terug te vinden onder het kopje ‘Schaakhistorie’.

 

Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaak­geschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over David Bronstein. In deze nieuwe aflevering zullen we het hebben over Vassily Smyslov (1921 – 2010).

 

In een eerdere aflevering van deze serie over de schaakgeschiedenis hebben we het gehad over de Rus Mikhael Botwinnik (1911 – 1995) die, nadat hij de wereldtitel had veroverd, deze driemaal kwijtraakte aan een landgenoot.

Vassily Smyslov tijdens het Interpolistoernooi 1992 (foto Jos Sutmuller)

Nadat Botwinnik met grote moeite zijn titel tegen Bronstein had weten te behouden, overkwam hem twee jaar later hetzelfde tegen Vassily Smyslov (geboren in 1921). Opnieuw eindigde de tweekamp onbeslist. In 1957 lukte het Smyslov wel om het grootste succes in zijn leven te behalen. Hij slaagde er in deze match in om de onverslaanbaar geachte Botwinnik maar liefst zes maal te kloppen tegenover drie verliespartijen. Omdat de wereldkampioen recht had op een revanchetweekamp die binnen een jaar gespeeld werd, was Smyslov zijn titel al binnen het jaar weer kwijt.

Naar verluidt had hij deze derde onderlinge confrontatie te lichtzinnig opgevat. Desalniettemin had Smyslov, die bekend staat als misschien wel de meest sympathieke wereldkampioen aller tijden, zijn naam gevestigd. De Moskoviet was een veelzijdig man, die zich niet alleen op het schaken heeft toegelegd. Zo is bekend dat hij een meer dan respectabele operazanger is. Dat bracht het organisatiecomité van het Interpolisschaaktoernooi ertoe om een plaat met hem op te nemen toen hij ooit in Tilburg aan het toernooi deelnam.

Zijn speelstijl is op een strategische leest geschoeid, maar gelardeerd met de meest onverwachte en fraaie tactische wendingen. Door zijn heldere en logische stijl zijn de partijen van hem goed te begrijpen. Als je partijen van Smyslov naspeelt, denk je dat het schaken heel gemakkelijk is. Van hem is ook de uitspraak afkomstig: “Chess is a simple game”. Daar bedoelt hij uiteraard mee dat je het spel niet moeilijker moet maken dan het is en het vooral voor je zelf begrijpelijk moet houden. Ik heb in 1992 de eer gehad om een korte tweekamp van twee partijen tegen deze geweldenaar te mogen spelen. In mijn artikel ‘Smyslov, innemende persoonlijkheid” ga ik in op de partijen uit deze minimatch. Het lukt mij om een verloren toreneindspel in remise te laten eindigen. En dat terwijl Smyslov erom bekend stond een groot eindspelkenner te zijn. Zijn boek met Löwenfisch over toreneindspelen is wereldberoemd. Uiteraard mag niet onvermeld blijven dat Smyslov in de eerste partij een lopereindspel op formidabele wijze had weten te winnen en dus genoeg had aan remise om een ronde verder te komen.

Lees meer >

Video: blindpartij Botwinnik tegen Euwe

Op 28 december 1963 speelden Michail Botwinnik en Max Euwe voor de NCRV een blindpartij tegen elkaar. De omstandigheden waren hierbij bepaald niet ideaal om een goede partij te spelen: ze vertelden de zetten in Duits, speelden met slechts tien minuten op de klok, en terwijl ze aan het nadenken waren probeerde Willem Jan Muhring de zetten uit te leggen aan het publiek…. Toch was het een behoorlijke partij die niet afgesproken leek. Botwinnik kwam met een nieuwtje, Euwe reageerde in eerste instantie goed hierop, beide spelers misten daarna dat wit een kwaliteit kon winnen en uiteindelijk eindigde de partij in eeuwig schaak. Mooi dat dit bewaard is gebleven!

Hieronder vindt u de partij met commentaar; maar kijkt u vooral eerst het filmpje.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 10: Sergei Tiviakov

In deze top tien staan vier spelers die we zomaar uit het buitenland cadeau kregen. Sergei Tiviakov heeft als verschil met Sosonko en Giri, maar als overeenkomst met Sokolov, dat hij al een wereldtopper was toen hij hier kwam.

Tiviakov in 1999. Foto: Johan Hut

Sergei Tiviakov (geboren 14 februari 1973) was wereldkampioen tot zestien en tot achttien jaar. Al heel jong, in 1994, bereikte hij de WK-kandidatenmatches van de PCA, de alternatieve bond van Kasparov. Hij werd uitgeschakeld door Adams. In datzelfde jaar won hij met het Russische team de Olympiade.

In september 1997 vestigde Tiviakov zich in Nederland, in Groningen. Diverse Groningers, met Johan Zwanepol voorop, hielpen hem bij zijn inburgering.

In 2000 debuteerde Tiviakov op het Nederlands kampioenschap met een gedeelde derde plaats, die hij een jaar later herhaalde. In 2002 werd hij gedeeld eerste met Van Wely, van wie hij de barrage van rapidpartijen verloor. Vervolgens werd hij tweede, derde en tweede. In 2006 kwam dan eindelijk de eerste nationale titel en wel heel overtuigend, anderhalf punt voor Sokolov. Een jaar later prolongeerde hij zijn titel, na een barrage van twee snelschaakpartijtjes tegen Stellwagen.

Van 2000 tot en met 2007 was Tiviakov daarmee na Van Wely veruit de meest succesvolle deelnemer. Daarna ging het echter mis. In 2008 werd hij zesde, in 2009 liep hij weg uit het toernooi vanwege een conflict met de organisatie. Pas in 2014 was hij er weer bij. Nu eindigde hij samen met Van Wely op de eerste plaats, maar verloor hij de snelschaakbarrage. In 2015 werd Tiviakov laatste.

 

Ook een teamspeler

Tiviakov won in Nederland alle grote toernooien: Groningen, Dieren, Vlissingen, Amsterdam, Leiden en Hoogeveen. Daarbuiten is zijn lijst van toernooioverwinningen nog veel langer. Hij bezocht exotische oorden over de hele wereld en won vooral vele open toernooien. Ook speelde hij teamcompetities in vele landen, tot in het Midden-Oosten aan toe. Zijn grootste individuele succes boekte Tiviakov in 2008, toen hij Europees kampioen werd. Zijn enorme ervaring in open toernooien was daarbij cruciaal, zei hij.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 10 februari 2018

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: De Pirc (deel 2)

Bij de opening die we nu behandelen, heb ik wel eens iemand het volgende horen zeggen: “Ik speel Konings-Indisch tegen 1. e4”. De vorige keer zijn de witte varianten met A) 4.Le3 en B) 4.Lc4 aan bod gekomen. Ditmaal zullen we drie systemen onder de loep nemen, die hun weg in het topschaak hebben gevonden. Dat zijn de varianten:

 

 

C) 4.Pf3
D) 4.Lg5
E) 4.f4

De vorige keer hebben we gezien dat de uitgangsstelling van de Pirc ontstaat na
1. e4 d6 2. d4 Pf6 3. Pc3 g6

A) 4.Pf3
Mensen die de voorkeur geven aan een rustiger speltype kiezen veelal voor de normale paardontwikkeling naar f3 (zie diagram)

Vasja Pirc (bron foto onbekend)

Hiermee kiest wit ervoor om zijn ontwikkeling zo snel mogelijk te voltooien waarbij hij zijn paarden naar de natuurlijke velden speelt.
4…Lg7
Vanaf dit moment kan wit op elk moment h2-h3 spelen en zwart op elk moment …c7-c6.  De subtiele verschillen tussen de timing waarop beide zetten gespeeld kunnen worden, brengt weliswaar specifieke kenmerken met zich mee, maar komen toch vaak op hetzelfde neer.
5. Le2
Wit kiest voor de meest normale manier om zijn stukken verder te ontwikkelen. [Het inlassen van 5. h3 om te verhinderen dat er een zwart stuk naar g4 kan, is – zoals hierboven al even aangegeven – een serieus alternatief.]

5…O-O 6. O-O c6
Op het moment dat zwart deze pionzet speelt en wit heeft kort gerokeerd, is het raadzaam voor wit om een actie met … b7-b5 te gaan verhinderen. Daarom gaat men meestal verder met

7. a4
Er zijn witspelers die deze dreiging negeren met bijvoorbeeld 7. h3 b5 8. e5 Pe8 Deze stelling ontstond in een oude partij Karpov-Hort, 1974. Het lijkt erop dat zwart niet zoveel problemen had hoewel hij later in de partij toch ten onder ging.7…Pbd7 8. Le3

Lees meer >

“Het einde van de denksporten en de laatste schaker” door Hans Meijer. Column van Schaakvereniging Promotie.

Tja, erg vrolijk klinkt de titel van Hans’ column niet.

De Koninklijke Nederlandse Bond voor Bordspelen (KNBoBo) was maar een kort leven beschoren. Voorzitster Máxima gaf er de brui aan toen half Nederland over haar heenviel omdat ze geen goede beschrijving van de identiteit van ‘dé schaker’ kon geven. Ze heeft nog een foto van een morsig type in een sleets ruitjesjasje laten zien en hem ‘dé schaker’ genoemd maar daar kwam ze niet mee weg.

Lees meer >

Boek over Berry Withuis

Naast de topschakers zelf mag je Berry Withuis een van de belangrijkste personen noemen in de Nederlandse schaakgeschiedenis.  Decennialang was hij niet alleen perschef van alle belangrijke toernooien in ons land, maar regelde hij eigenlijk ook het deelnemersveld. Tegenwoordig zou je hem toernooidirecteur noemen, maar daar wilde hij niets van weten. Hij liet zich voor zijn werk ook niet betalen, zijn geld kreeg hij uit zijn journalistieke werk. Withuis was overtuigd communist en wilde ook niets weten van onderscheidingen. Anders zou hij zeker tot erelid van de KNSB zijn benoemd. In de Canon hier op Schaaksite is meer over hem te lezen. Bij zijn overlijden in 2009 stond op zijn rouwkaart: “Nog steeds vloekend op de fascisten maar overigens goed geluimd, en woordrijk en geestig als altijd.”

 

 

Raadselvader

Volgende week verschijnt een boek over Withuis, onder de titel Raadselvader. Het is geschreven door zijn dochter Jolande, een bekende geschiedschrijfster. Berry’s overtuigde communisme staat centraal in het boek. Jolande groeide op met haar vaders politieke overtuiging, maar ontwikkelde zich tot een vermaard critica van het communisme. De uitgever: “Die breuk met haar afkomst opende voor Withuis de weg naar het schrijverschap en de wetenschap, maar leidde tegelijkertijd tot een verwijdering tussen haar en haar vader. Na zijn dood kon ze zich er niet bij neerleggen dat de man die zij als kind had vereerd, zich als persoon nauwelijks had laten kennen. Met behulp van onder meer zijn BVD-dossier reconstrueert ze in Raadselvader zijn levensgeschiedenis. Withuis’ scherpe en ontroerende ontleding van de verhouding tot haar vader weerspiegelt onze recente wereldgeschiedenis en biedt de lezer een blik van binnenuit op de Koude Oorlog: ‘Ik was vijf en wist: wij zijn de vijand.’”

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 3 februari 2018

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Hoe sterk schaakte overgrootvader Baudet?

Toen Thierry Baudet in oktober het Hoogeveen Schaaktoernooi opende, zei hij dat zijn opa een sterke schaker was geweest en dat zijn overgrootvader zelfs van Lasker en Capablanca had gewonnen.

Een dergelijke uitspraak moet je altijd checken. Daarbij doel ik niet op het moderne fenomeen ‘nepnieuws’, maar op iets vriendelijkers. Er zijn nogal wat families waarin opa bekendstaat als meester of zelfs grootmeester, op basis van kleine lokale successen. Baudet blijkt echter in zoverre gelijk te hebben, dat zijn overgrootvader een van de sterkste Nederlandse schakers van zijn tijd was. De claim over Lasker en Capablanca acht ik nog niet bewezen.

Voor informatie over sterke Nederlandse schakers uit lang vervlogen tijden kun je eenvoudig terecht bij de Utrechtse schaakhistoricus Peter de Jong. Nou ja, eenvoudig, als je in 2015/2016 zijn drie dikke boeken over Max Euwe hebt gekocht. In deel 1 wordt het Nederlandse schaakleven voor 1950 beschreven, de specialiteit van De Jong. Over iedereen die in die tijd als schaker echt iets voorstelde, schreef hij een biografietje.

Pierre Joseph Henry Baudet (roepnaam Henry of Han) werd geboren in 1891 in Baarn. Dat hij de overgrootvader was van de huidige politicus, wordt op deze Wikipedia-pagina bevestigd. Hij studeerde wiskunde en werd hoogleraar. Zijn betekenis als wiskundige wordt op deze Wikipedia-pagina uiteengezet. Zo was hij de bedenker van het ‘Vermoeden van Baudet’.

De schaker Baudet

De volgende gegevens over Baudet als schaker heeft De Jong verzameld. Baudet was pas vijftien toen hij, in 1906, werd toegelaten tot de bondswedstrijden in Arnhem, die later de geschiedenis ingingen als officieuze kampioenschappen van Nederland. Twee jaar later speelde hij in Düsseldorf onder anderen tegen Aljechin. In 1912 nam hij deel aan het officiële kampioenschap van Nederland in Delft, waar hij derde werd. Op deze prachtige uitslagensite van het Max Euwe Centrum is de scoretabel te zien. Baudet scoorde 1,5 uit 2 tegen de eerste twee, maar De Jong vermoedt dat zijn desondanks magere resultaat werd beïnvloed door het overlijden van zijn vader.

Lees meer >