Rubrieken

Top-40 Nederlandse schakers. 32: Robin van Kampen

De grappigste prestatie van Robin van Kampen (geboren 14 november 1994) leverde hij als jonge tiener. In 2006 werd hij Nederlands kampioen tot twaalf jaar, een jaar later tot veertien, een jaar later tot zestien en een jaar later tot twintig. Dat laatste was dus in 2009, toen hij na Timman de tweede was die jeugdkampioen op zijn veertiende werd. Leeftijdsrecords boekte hij ook door op z’n veertiende meester en op z’n zestiende grootmeester te worden. ‘Schaakmeester van veertien’, kopte de in zijn woonplaats Bussum verschijnende Gooi- en Eemlander op de voorpagina.

 

Toernooizeges

Om op deze lijst te komen moet je wel volwassen resultaten hebben geboekt. Dat deed Van Kampen. Aan titelnormen wordt allang veel aandacht besteed, er worden zelfs speciale toernooien voor georganiseerd. De grote klasse van Van Kampen was dat hij de meeste van zijn recordnormen vergezeld liet gaan van een toernooizege. Dus niet kijken naar de ratings, maar naar de eerste plaats.

In 2009 boekte hij als jongen van veertien meesternormen in Amsterdam (Batavia), Cappelle la Grande en Groningen (Atlantis). Batavia en Atlantis waren toernooizeges. In dat jaar werd hij tweede op het Europees kampioenschap tot zestien jaar.

In 2010 en 2011 boekte Van Kampen grootmeesternormen in Haarlem (BDO), Groningen (Kerst), Dortmund (Helmut Kohls Turnier) en opnieuw Haarlem (BDO). De laatste drie waren toernooizeges, al dan niet gedeeld.

In 2012 tot en met 2014 volgden (gedeelde) toernooizeges in Londen, Basel, Riga en Montreal. Zijn erelijst leek indrukwekkend te worden.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 22 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

“Chinezen” door Theo Mooijman. Column van Schaakvereniging Promotie.

Mijn kinderen zijn alle drie lid geweest van de schaakclub. En hebben les gekregen volgens de methode Withuis/V&D. Vanuit het rode en groene boek, die bij mij beide nog tussen de schaakboeken staan. De oudste heeft het koning-diploma behaald en heeft het daarna voor gezien gehouden. Hij prefereerde orgel- en pianoles. Nummer twee bleek een getalenteerd voetballertje. Dan moet er veel getraind worden en is er geen ruimte meer voor iets anders.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 15 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 33: Hans Böhm

Als dit een lijst was van mensen met verdiensten voor de schaaksport, zou Hans Böhm in de top vijf staan. Maar het gaat om schaakprestaties en dan is hij nu aan de beurt.

Hans Böhm (geboren 15 januari 1950) werd in 1968 jeugdkampioen van Nederland. Na enkele jaren met Jan Timman langs open toernooien in Europa te zijn gereisd, volgden zijn grote successen. In 1974 scoorde hij goed in toernooien in Las Palmas, New York en Eksjö (Zweden). Opvallend in 1975 was zijn resultaat bij het Nederlands kampioenschap, waar hij 9 uit 11 scoorde. Een kampioensscore, maar Timman boekte een halfje meer. Het kampioenschap was niet heel sterk bezet, maar Böhm bleef wel twee volle punten voor op de toenmalige toppers Ree en Hartoch.

Een paar maanden later volgde zijn grootste succes. Böhm werd gedeeld tweede in het IBM-toernooi, achter Ljubojevic, maar voor o.a. Kavalek, Hübner, Timman en Sosonko. Het leverde Böhm zijn enige grootmeesternorm op.

Bijna bij de grote vier

Hans Böhm leek zich te voegen bij de ‘grote vier’ van dat moment: Timman, Sosonko, Ree en Donner. Het kwam er niet van. In het IBM-toernooi van 1976 versloeg hij nog wel alle deelnemende Nederlanders, maar verder boekte hij in IBM- en Hoogovenstoernooien geen successen meer. Een opleving had hij nog in 1984, toen hij vierde werd op het Nederlands kampioenschap en bij het IBM-toernooi een (tweede) grootmeesternorm op een half punt miste. Van 1977 tot en met 1985 nam hij wel elk jaar aan het NK deel, maar de twee genoemde resultaten waren uitschieters.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 8 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

“The Girls from Georgia” door Hans Meijer. Column van Schaakvereniging Promotie.

De column van Hans gaat exclusief over dames (van vlees en bloed, niet van hout/plastic).

Hoe is het mogelijk dat van een land met slechts 3.7 miljoen inwoners acht schaaksters, elf als we de schaaksters uit dat land die nu elders vertoeven ook meetellen, in de top 100 van de wereld staan? Voor het evenaren van deze prestatie zou Nederland met zijn 17 miljoen inwoners de helft van de top 100 moeten leveren,

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 34: Rini Kuijf

Voorafgaand aan het Nederlands kampioenschap van 1989 had Hans Böhm voor de televisie een gesprek met John van der Wiel en Jeroen Piket. Wie wordt er kampioen, vroeg hij. Omdat ze de favorietenrol niet op zich wilden nemen, zeiden ze: in elk geval iemand uit Leiden. Het werd Rini Kuijf. Uit Leiden.

Foto: Frans Peeters

Voor wie goed keek, was de titel van Rini Kuijf (geboren 12 februari 1960) zeker niet zo’n grote verrassing als die van Rudy Douven een jaar eerder. Vanaf 1981 nam Kuijf tien keer in twaalf jaar deel aan het NK en al bij zijn debuut versloeg hij Timman en Ree. Van 1986 tot en met 1990, toen Timman en Sosonko slechts één keer meededen, behoorde Kuijf met Van der Wiel en Van der Sterren tot de meest succesvolle deelnemers. Behalve kampioen werd hij ook drie van de vijf keer derde.

 

Vijf topjaren

Die vijf jaren was Rini Kuijf een Nederlandse topspeler. In 1988 en 1990 werd hij gedeeld tweede in het open toernooi in Groningen. Kuijf boekte nog meer goede toernooiresultaten, waaronder een grootmeesternorm (en tweede plaats) in Liechtenstein in 1989. Hij maakte deel uit van het Nederlandse Olympiadeteam dat in 1988 brons won in Thessaloniki, het op een na beste resultaat dat Nederland ooit behaalde. In die vijf topjaren won hij ook twee keer het Noteboomtoernooi in zijn woonplaats, dat hij ook in 1980 had gewonnen. Een niveau lager, maar leuk om te noemen. In juli 1989, net na zijn historische Nederlandse titel, stond Kuijf heel even in de top honderd van de wereld, op plaats 97.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 1 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 16: Paul Keres

Deze rubriek is gemaakt voor schaaksite.nl en is terug te vinden onder het kopje ‘Schaakhistorie’.

 Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaak­geschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over Mikhail Botwinnik. In deze nieuwe aflevering zullen we het hebben over Paul Keres (1916 – 1975).

 

Paul Keres rechts (foto bron onbekend)

Paul Keres is geboren in Estland dat in 1940 door de Sovjet-Unie werd geannexeerd. Het klinkt raar, maar voor Keres werden er vanaf dat moment deuren geopend die anders gesloten waren gebleven. Vijf jaar daarvoor had hij zijn visitekaartje afgegeven in de Olympiade van Warschau waar hij toen nog zijn geboorteland vertegenwoordigde. Mede hierdoor kreeg hij uitnodigingen die hij daarvoor nooit eerder had ontvangen. Toen Keres vanaf 1940 tot de Sovjet-Unie behoorde, kon hij dat jaar ook meedoen aan het Kampioenschap. Zijn vierde plaats in dat toernooi was uitstekend, maar die werd nog beter omdat de Sovjetauriteiten er geen genoegen mee namen dat Bondarevsky en Lilienthal samen op de eerste plaats waren geëindigd. Ze vonden dat het Kampioenschap nog een staartje moest krijgen en zo werd er een vierkamp georganiseerd, waarin – behalve deze twee – ook Botwinnik en Keres mochten deelnemen. Deze vierkamp werd gewonnen door Botwinnik en Keres werd tweede. Mede hierdoor kreeg hij later zijn bijnaam: ‘Keres, de (eeuwige) tweede’. Die bijnaam kreeg hij voornamelijk omdat hij zo’n vijf keer op een haar na een kans miste op een WK-tweekamp.

 

In 1947 kwam de grote doorbraak voor Paul Keres, toen hij het Kampioenschap van de Sovjet-Unie alleen op zijn naam schreef. Ook in 1950 en 1951 slaagde hij erin deze titelstrijd nogmaals te winnen.

Lees meer >