Rubrieken

Begrijp wat u doet: Het Slavisch (deel 2): o.a. de Botwinnikvariant

 

In de vorige aflevering hebben we het Slavisch gepresenteerd. Met in het bijzonder de Mera­ner­­variant. We komen nu toe aan een van de meest grillige, ondoorzichtige, bijna monster­lijke variantencomplexen die ons schaakspel rijk is: de Botwinnikvariant. Die ontstaat na de zetten:

 

1.d4 d5 2.c4 c6

 

3.Pf3 Pf6 4.Pc3 e6 5.Lg5 dxc4

 

Hiermee kiest zwart ervoor om ‘op de pion te gaan zitten’. Omdat wereldkampioen Mikhail Botwinnik zo’n beetje de eerste was die hiermee begon, kreeg dit systeem zijn naam.

 

Lees meer >

“Birdman” door Hans Meijer. Column van Schaakvereniging Promotie

De column van Hans Meijer deze week gaat over een specifieke opening.

Een schaakblog die ik van tijd tot tijd bezoek is die van Brabo, alias Helmut Froeyman. Ik kan dit iedereen aanraden want de onderwerpen die Brabo aansnijdt zijn altijd interessant. Zo gaf hij in zijn column De Bird de namen van Negi Parimarjan en Anatoly Vaisser als schrijvers van boeken over openingstheorie die ‘te eerlijk’ zijn.

Lees meer >

Idiote regels

Het lijkt wel een wet te zijn: hoe populairder de sport, des te hardnekkiger wordt er vastgehouden aan idiote regels. Regels die onnodig ingewikkeld zijn, die ingehaald zijn door de huidige stand van de techniek of die het werk van een scheidsrechter onnodig moeilijk – lees: praktisch onmogelijk – maken. De regels – of systemen – waar het om gaat gaan meestal ook ten koste van de puurheid van de sport.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 29 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Belevenissen van een arbiter: “Wit wint!”

Bij vrijwel alle competities en toernooien wordt tegenwoordig gespeeld met een speeltempo met increment, een tijdstoevoeging per zet. Zo is het KNSB-tempo 1 uur 30 + 30 minuten met 30 seconden increment per zet vanaf de start. En dat betekent dus blijven schrijven, tot de laatste zet! Bij de onderbonden zie je vaak een tempo van 1.40 + 10 seconden increment of 1.30 + 15. Ook bij rapid en snelschaak zien we een tijdschema met increment steeds vaker verschijnen.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 32: Robin van Kampen

De grappigste prestatie van Robin van Kampen (geboren 14 november 1994) leverde hij als jonge tiener. In 2006 werd hij Nederlands kampioen tot twaalf jaar, een jaar later tot veertien, een jaar later tot zestien en een jaar later tot twintig. Dat laatste was dus in 2009, toen hij na Timman de tweede was die jeugdkampioen op zijn veertiende werd. Leeftijdsrecords boekte hij ook door op z’n veertiende meester en op z’n zestiende grootmeester te worden. ‘Schaakmeester van veertien’, kopte de in zijn woonplaats Bussum verschijnende Gooi- en Eemlander op de voorpagina.

 

Toernooizeges

Om op deze lijst te komen moet je wel volwassen resultaten hebben geboekt. Dat deed Van Kampen. Aan titelnormen wordt allang veel aandacht besteed, er worden zelfs speciale toernooien voor georganiseerd. De grote klasse van Van Kampen was dat hij de meeste van zijn recordnormen vergezeld liet gaan van een toernooizege. Dus niet kijken naar de ratings, maar naar de eerste plaats.

In 2009 boekte hij als jongen van veertien meesternormen in Amsterdam (Batavia), Cappelle la Grande en Groningen (Atlantis). Batavia en Atlantis waren toernooizeges. In dat jaar werd hij tweede op het Europees kampioenschap tot zestien jaar.

In 2010 en 2011 boekte Van Kampen grootmeesternormen in Haarlem (BDO), Groningen (Kerst), Dortmund (Helmut Kohls Turnier) en opnieuw Haarlem (BDO). De laatste drie waren toernooizeges, al dan niet gedeeld.

In 2012 tot en met 2014 volgden (gedeelde) toernooizeges in Londen, Basel, Riga en Montreal. Zijn erelijst leek indrukwekkend te worden.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 22 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

“Chinezen” door Theo Mooijman. Column van Schaakvereniging Promotie.

Mijn kinderen zijn alle drie lid geweest van de schaakclub. En hebben les gekregen volgens de methode Withuis/V&D. Vanuit het rode en groene boek, die bij mij beide nog tussen de schaakboeken staan. De oudste heeft het koning-diploma behaald en heeft het daarna voor gezien gehouden. Hij prefereerde orgel- en pianoles. Nummer twee bleek een getalenteerd voetballertje. Dan moet er veel getraind worden en is er geen ruimte meer voor iets anders.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 15 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 33: Hans Böhm

Als dit een lijst was van mensen met verdiensten voor de schaaksport, zou Hans Böhm in de top vijf staan. Maar het gaat om schaakprestaties en dan is hij nu aan de beurt.

Hans Böhm (geboren 15 januari 1950) werd in 1968 jeugdkampioen van Nederland. Na enkele jaren met Jan Timman langs open toernooien in Europa te zijn gereisd, volgden zijn grote successen. In 1974 scoorde hij goed in toernooien in Las Palmas, New York en Eksjö (Zweden). Opvallend in 1975 was zijn resultaat bij het Nederlands kampioenschap, waar hij 9 uit 11 scoorde. Een kampioensscore, maar Timman boekte een halfje meer. Het kampioenschap was niet heel sterk bezet, maar Böhm bleef wel twee volle punten voor op de toenmalige toppers Ree en Hartoch.

Een paar maanden later volgde zijn grootste succes. Böhm werd gedeeld tweede in het IBM-toernooi, achter Ljubojevic, maar voor o.a. Kavalek, Hübner, Timman en Sosonko. Het leverde Böhm zijn enige grootmeesternorm op.

Bijna bij de grote vier

Hans Böhm leek zich te voegen bij de ‘grote vier’ van dat moment: Timman, Sosonko, Ree en Donner. Het kwam er niet van. In het IBM-toernooi van 1976 versloeg hij nog wel alle deelnemende Nederlanders, maar verder boekte hij in IBM- en Hoogovenstoernooien geen successen meer. Een opleving had hij nog in 1984, toen hij vierde werd op het Nederlands kampioenschap en bij het IBM-toernooi een (tweede) grootmeesternorm op een half punt miste. Van 1977 tot en met 1985 nam hij wel elk jaar aan het NK deel, maar de twee genoemde resultaten waren uitschieters.

Lees meer >