Rubrieken

Schaakrubrieken weekend 1 april 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 16: Paul Keres

Deze rubriek is gemaakt voor schaaksite.nl en is terug te vinden onder het kopje ‘Schaakhistorie’.

 Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaak­geschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over Mikhail Botwinnik. In deze nieuwe aflevering zullen we het hebben over Paul Keres (1916 – 1975).

 

Paul Keres rechts (foto bron onbekend)

Paul Keres is geboren in Estland dat in 1940 door de Sovjet-Unie werd geannexeerd. Het klinkt raar, maar voor Keres werden er vanaf dat moment deuren geopend die anders gesloten waren gebleven. Vijf jaar daarvoor had hij zijn visitekaartje afgegeven in de Olympiade van Warschau waar hij toen nog zijn geboorteland vertegenwoordigde. Mede hierdoor kreeg hij uitnodigingen die hij daarvoor nooit eerder had ontvangen. Toen Keres vanaf 1940 tot de Sovjet-Unie behoorde, kon hij dat jaar ook meedoen aan het Kampioenschap. Zijn vierde plaats in dat toernooi was uitstekend, maar die werd nog beter omdat de Sovjetauriteiten er geen genoegen mee namen dat Bondarevsky en Lilienthal samen op de eerste plaats waren geëindigd. Ze vonden dat het Kampioenschap nog een staartje moest krijgen en zo werd er een vierkamp georganiseerd, waarin – behalve deze twee – ook Botwinnik en Keres mochten deelnemen. Deze vierkamp werd gewonnen door Botwinnik en Keres werd tweede. Mede hierdoor kreeg hij later zijn bijnaam: ‘Keres, de (eeuwige) tweede’. Die bijnaam kreeg hij voornamelijk omdat hij zo’n vijf keer op een haar na een kans miste op een WK-tweekamp.

 

In 1947 kwam de grote doorbraak voor Paul Keres, toen hij het Kampioenschap van de Sovjet-Unie alleen op zijn naam schreef. Ook in 1950 en 1951 slaagde hij erin deze titelstrijd nogmaals te winnen.

Lees meer >

“Spotify” door Jan Willem Duijer. Column van Schaakvereniging Promotie.

Klinkt schaken u als muziek in de oren? Lees dan de column van Jan Willem.

Het gezellige gekwek waar kantoortuinen, hardloopgroepen en volle trams om bekend staan zul je in Nederlandse schaakclubs niet horen. Tussen 8 uur en half 11 ‘s-avonds kun je in de meeste schaakzaaltjes een speld horen vallen. En wie het toch waagt om iets te zeggen kan op dodelijke blikken van zijn clubgenoten rekenen.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 35: Hoan Liong Tan

Hij kwam plotseling op, werd in 1961 Nederlands kampioen en verdween toen weer. Zo wordt in de Nederlandse schaakgeschiedenis Hoan Liong Tan herinnerd. Ik voeg er een paar jaar aan toe.

Hoan Liong Tan met zijn nationale kampioenstrofee in 1961. Foto: Nationaal archief.

Tan werd op 20 augustus 1938 geboren in Indonesië. In 1956 kwam hij met zijn ouders naar Nederland, Amsterdam, waar hij zijn middelbare school afmaakte en verzekeringswiskunde ging studeren. In 1958 debuteerde hij met VAS in de hoofdklasse. In het seizoen 1960-61 zakte hij af naar het eerste bord van het tweede team, dat het huzarenstukje uithaalde als enige reserveteam in de geschiedenis kampioen van Nederland te worden.

Een enorme prestatie behaalde Tan op de Olympiade van 1960 in Leipzig. In het team van Indonesië won hij de individuele gouden medaille aan het vierde bord, met een score van 16,5 uit 20.

Voor het Nederlands kampioenschap van 1961 had Tan zich met de hakken over de sloot geplaatst. Al in de eerste ronde zorgde hij echter voor een enorme sensatie door Hein Donner te verslaan, de kampioen van de voorgaande drie edities. Hij stond zijn voorsprong niet meer af en werd kampioen met anderhalf punt voorsprong op de nummers twee. Het was het zwakste NK sinds jaren, Euwe, Bouwmeester, Van Scheltinga, Prins, Kramer en Cortlever waren afwezig. Dat deed weinig af aan de sensatie: Hoan Liong Tan had Donner onttroond. Door zijn tijdgenoten werd hij omschreven als ondoorgrondelijk en vindingrijk. Nederland had er opeens een zeldzaam talent bij gekregen.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: Het Slavisch (deel 1): o.a. de Meraner

 

Een mooie, maar ook zeer ingewikkelde ope­ning is het Slavisch. De systemen die hieruit ont­staan, vormen in het moderne topschaak een belangrijk wapen tegen de opening met de damepion van wit.

 

Na de zetten 1.d4 d5 2.c4 c6

hebben we de uitgangsstelling van het Slavisch bereikt. In tegenstelling tot het Klassiek Dame­gambiet (na 2…e6) houdt zwart zich nog de keuze voor om zijn dameloper naar buiten te kunnen spelen. Vanaf dit moment moeten beide spelers steeds kijken wat de conse­quen­ties zijn van het slaan op c4. Soms kan wit de pion (meteen) terugwinnen, soms is hij hem zelfs helemaal kwijt omdat zwart met …b7–b5 zogezegd ‘op de pion gaat zitten’. Zwart kan dan bogen op een overweldigende pionnen­meer­derheid op de damevleugel, maar ondertussen heeft hij de strijd in het centrum verloren. Wit heeft een pion meer in het centrum en omdat hij vaak ook meer ruimte heeft, kan hij op aanval spelen.

De Indiër Viswanathan Anand is een grote specialist in de Meraner (foto Frans Peeters )

3.Pf3

 

Uiteraard kan 3.Pc3 ook eerst en dan kunnen er na Pf3 dezelfde stellingen ontstaan. Maar ook kan het spel een zelfstandige betekenis hebben, als zwart het anders doet.

Er is een respectabel aantal sterke spelers dat kiest voor de ruilvariant met 3.cxd5 cxd5 In feite levert wit in een klap zijn ruimtevoordeel in, maar omdat hij een tempo meer heeft, kan hij soms zwart onder druk zetten. Een aardig voorbeeld is Aronian-Nakamura, 2013, maar we laten deze varianten verder buiten be­schouwing.

 

3…Pf6

 

Met deze neutrale zet kan het spel weer alle kanten op gaan. Het uitstellen van …Pf6 kan ook met direct 3…e6. Maar dat geeft een heel ander speltype te zien, waar we later op terugkomen.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 25 maart 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Giri in Shenzhen Longgang Masters

Top-40 Nederlandse schakers. 36: Haije Kramer

Tot in de jaren zestig was het voor een schaker van buiten de Randstad moeilijk door te dringen tot de Nederlandse top. Haije Kramer was een uitzondering, hij slaagde er uitstekend in.

Haije Kramer tegen Max Euwe, de man tegen wie in die tijd geen Nederlander op kon

De Fries werd geboren op 24 november 1917. Hij leerde pas schaken op z’n vijftiende, maar werd ruim een jaar later al kampioen van Friesland! Misschien zegt dat ook iets over Friesland. Maar het bleef snel gaan. Vlak voor de oorlog richtte de Friese schaakpromotor Waling Dijkstra het Kramer-comité op, vergelijkbaar met het Euwe-comité. Het organiseerde matches tegen nationale topspelers. Daaronder een match in 1940 tegen Euwe, waarin Kramer een partij won, drie verloor en vier remise speelde. Zover kwam niemand in die tijd, maar een jaar later won Euwe de tweede match met 7-1.

Achter Euwe

Van 1942 tot 1957 nam Kramer aan alle zeven Nederlandse kampioenschappen deel en in 1969 nog een keer. Zijn beste prestatie was een tweede plaats in het kandidatentoernooi van 1948, waarvan de winnaar Euwe mocht uitdagen. In die periode zou ik hem met Prins, Van Scheltinga, Cortlever en later Donner tot de sterkste schakers achter Euwe rekenen. Hij gold van die spelers als de theoretisch best onderlegde, mede door zijn medewerking aan de Losbladige Schaakberichten, een soort Informator avant la lettre. In die tijd boekte Kramer ook zijn grootste internationale successen. In 1949 won hij een toernooi met veertien deelnemers in Vimperk (Tsjecho-Slowakije) en in 1954 scoorde hij in het zonetoernooi in München 11,5 uit 19, wat hem de meestertitel opleverde. Van 1950 tot en met 1962 vertegenwoordigde hij Nederland op alle zeven de Olympiades. Hij scoorde vijftig procent en won in 1958 een bronzen bordmedaille.

Lees meer >

“Kleine kindertjes worden groot” door Manuel Nepveu. Column van Schaakvereniging Promotie.

Onlangs stond op de site van SV Promotie (www.svpromotie.nl) te lezen dat Pauline van Nies gepromoveerd was aan de TU Delft, achtentwintig jaar jong.
Pauline moet ergens aan het begin van het millennium lid van onze schaakclub zijn geworden. In mijn partijenverzameling heb ik uit die beginperiode twee partijen tegen haar. Ik won ze beide en in een geval met veel geluk. Een derde partij zit niet in mijn verzameling.

Lees meer >

Gespot 83: Achtervolging

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

 

 

Het nieuwe Formule 1 seizoen staat binnenkort op stapel. In Nederland kijken we gespannen naar de prestaties van de jonge Max Verstappen. De vraag is of hij met zijn vernieuwde racewagen de achtervolging kan inzetten op de teams met de schijnbaar ongenaakbare auto’s Ferrari en Mercedes.

Achtervolging kennen we nog meer in de sport. In het schaatsen is het nog niet zo lang geleden ingevoerd; in het baanwielrennen was dit fenomeen al langer bekend.

Ik vroeg me af of het begrip ‘achtervolging’ ook in het schaken zou bestaan. En het kan ook bijna niet anders of ook onze edele sport heeft posities waarin sprake is van een achtervolging. Het was wel wat zoekwerk, maar ik ben erin geslaagd om vier stellingen te traceren waarin overduidelijk een achtervolging plaatsvindt. Uiteraard ga ik uw fantasie en creativiteit op de proef stellen door ze u als probleem voor te leggen. Als u op oplossing klikt, krijgt u het hele antwoord te zien, met mijn uitleg erbij. Via de viewer is het nog eenvoudiger; dan kunt u het gewoon naspelen. Ik mag hopen dat u ook de humor van deze stellingen kunt inzien. Ik in elk geval wel!

Lees meer >