Terugblik op de Deloitte Nederlandse Kampioenschappen
(*Update: alle links naar de artikelen van onze verslaggevers van Schaaksite zijn bijgewerkt)
Het experiment dat dit jaar is gehouden met het Nederlandse Kampioenschap kan – als we de publieke opinie mogen geloven – als volledig geslaagd beschouwen. Dat er ook de nodige commotie was, past er dan uiteraard ook in, want dat haalt alle pers en daarmee komt onze edele sport ook in de belangstelling van andere media. Of iedereen daar blij mee is, is een ander verhaal… Hierbij een korte terugblik.


Foto’s van de prijsuitreiking met winnaar Max Warmerdam. Meer foto’s van Harry Gielen
Kwalificatietoernooi
Het algemene toernooi en het dameskampioenschap had dit jaar een andere formule. In Hoogeveen werd in oktober de traditionele achtkamp voor het NK dames gehouden. Die werd gewonnen door Anne Haast (die daarmee haar vijfde titel binnenhaalde). Ze zal zelf niet gedacht hebben aan een nieuwe titel toen ze met 1 uit 3 was begonnen. Maar de 4 uit 4 eindsprint maakte veel goed.
Voor het algemene kampioenschap gaf de KNSB (eindelijk) gehoor aan de kritiek dat telkens de sterkste spelers op de ranglijst werden uitgenodigd en dat er eigenlijk geen doorstroming is vanuit de regionale bonden. Ten tijde van Sytze Faber, die bestuurslid topschaak van de KNSB was, werden er knock-outmatches gehouden met 32 deelnemers, waarbij een aantal plaatsen voor een deel werd opgevuld door kampioenen uit de regionale bonden. De rest werd opgevuld op basis van rating en oudste rechten. Deze tijden lijken weer te herleven nu er ook weer kampioenen uit de provincie mochten aanschuiven voor een knock-outtoernooi. Pas in de tweede ronde kwamen er een paar sterke grootmeesters bij. Dit alles vond plaats in Hoogeveen, waardoor het traditionele toernooi – mede door de coronacrisis – aardig was gedevalueerd. Maar de organisatie was als vanouds in goede handen.
Net als waarschijnlijk elk ander team was de vrijdagavond nog niet zeker of de KNSB-competitie door kon gaan.
Volgens goed Russisch gebruik heeft Ian Nepomniachtchi een zeperd laten volgen door een soepele remise. Daarmee voorkwam hij dat hij op een dag twee keer een nul opliep in een WK-match, zoals ooit Viktor Kortchnoi overkwam. Ja, dat zijn lang vervlogen tijden, maar de match Karpov-Kortchnoi uit 1978 werd de laatste dagen meerdere keren aangehaald. Eerst door de remiserijke start van de match. Destijds eindigden de eerste zeven partijen in remise.
Laatst was ik aan het bladeren in ‘Oordeel en Plan’, het bekende boek van Euwe over de strategie van het schaakspel. Ik vroeg me af in hoeverre beweringen die daarin door de grootmeester werden gedaan door Fritz werden overgenomen, ‘door de computer’ zeg maar. Voor mij ligt de derde druk, uitgekomen in 1973. Lees de hele column in 










Het boek 1001 Chess Exercises van Frank Erwich is een uitstekend boek voor spelers met een Elo tussen 1800 en 2300. Een van de belangrijkste kwaliteiten die een schaakspeler kan hebben, is het herkennen van patronen.
Just another day at the office? Dat was het vandaag niet voor Magnus Carlsen. In opnieuw de Spaanse Anti-Marshall variant was hij de eerste die afweek van de partij uit ronde drie, maar dat bekwam hem niet erg goed. En als Ian Nepomniachtchi 20.c4 gespeeld had, waren Carlsen’s problemen nog veel groter geweest.






