In de schijnwerpers: IM Henk Vedder
In ‘Beat the Masters!’ poneert broer Richard Vedder een grappige stelling. Hij zegt, met de nodige voorzichtigheid, dat wanneer twee broers dezelfde sport beoefenen, met evenveel fanatisme, dat de jongste uiteindelijk sterker wordt. Hij verwijst naar de broertjes Ton en Jan Timman en de broertjes Jeroen en Marcel Piket. Zijn onderbouwing is plausibel: de oudste leert de jongste schaken. Op die manier leert de jongste alles wat de oudste weet. Later voegt de jongste de door hem zelf verworven kennis aan toe en het resultaat is dat de jongste de oudste overtreft. In dit verband is het interessant om te kijken hoe de broertjes Van Foreest zich ontwikkelen.
Richard schrijft in zijn boek op een uitermate plezierige manier over zijn jongere broer. Beiden staan op zeer goede voet met elkaar. Een grappige anekdote mag niet onvermeld blijven. Henk speelde in de jaren negentig in de reservegroep van het Hoogovenstoernooi tegen de Pool Ostrovski. Henk had op een zeker moment drie serieuze problemen: zijn stelling was dubieus, hij had weinig tijd over en moest heel erg nodig naar de wc.
De afstand tussen de speelruimte en de toiletten overbruggen is in De Moriaan bepaald geen sinecure. Je moet jezelf door een massa mensen worstelen en het kan, gezien de spanningen die schaken nou eenmaal oproept, ook nog wel eens erg druk zijn bij de toiletten. Er was geen keuze. Henk moest er even tussenuit. Dan maar hopen dat zijn tegenstander niet zou zetten tijdens zijn absentie. Tot zijn grote opluchting bleek dat ook niet het geval. Sterker: zijn tegenstander bleef denken, en denken en ging uiteindelijk zelf door zijn vlag!
Wanneer ben je begonnen met schaken en wie heeft het je geleerd?
Ik werd lid van En Passant toen ik een jaar of zes was, nadat ik het van mijn broer Richard had geleerd. Op de eerste avond zette ik een drie jaar ouder lid mat met koning en toren tegen koning, dus toen was ik meteen verkocht.
Lees meer >



Driemaal is scheepsrecht wil het gezegde. Dus nadat ik mijn weddenschappen in
Inleiding
De auteurs van ‘Defensive Tools – a tournament player’s manual’ zien bovenstaande hiërarchie ook terug in de moderne schaakliteratuur: “of the non-opening subjects, defence is easily the one that has been the least discussed in available chess literature’. Met deze observatie werd hun idee geboren om over dit structureel onderbelichte thema een boek te schrijven. Naast het verrijken van de literatuur is het doel van het boek tweeledig. Als eerste wordt de actieve toernooischaker een aantal belangrijke ‘tools’ aangereikt. De grondige bestudering en het juiste gebruik ervan kunnen in de toekomst zorgen voor het voorkomen van vermijdbare verliespartijen. Tevens biedt het boek trainers een systematische uiteenzetting van belangrijke onderdelen van het begrip ‘verdedigen’.

