1B: Rotterdam – Voorschoten 2½ – 7½
Wie gaat er in 1B samen met Rotterdam degraderen? De eerste taak bij het ontlopen daarvan is natuurlijk: winnen van Rotterdam. Dat deed Voorschoten deze ronde, waardoor de ploeg steeg van negen naar acht. Aan Rotterdamse zijde won alleen Rini Kuijf. Op de site van Voorschoten vertelt Sander Hilarius hoe het allemaal in zijn werk ging.
Zes ronden hebben we erop moeten wachten maar toen was het dan ook zover: ons eerste pakte beide matchpunten. Dat was ook wel nodig ook want inmiddels was het team onder de degradatiestreep beland en dat is toch geen fijne streep om onder te staan. Nu was de wedstrijd tegen SO Rotterdam ook een ‘must win’ want dat team had tot nu toe alle wedstrijden met duidelijke cijfers verloren en dat moest natuurlijk vooral zo blijven. Jarenlang had Rotterdam sponsors die ervoor zorgden het een absoluut topteam was – Volmac Rotterdam werd bijvoorbeeld 18 maal kampioen van Nederland, al moeten we dan wel terug naar de vorige eeuw – maar resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst zoals wij weten. Als de sponsor ophoudt verdwijnen ook de sterkste spelers en dan stort gans het raderwerk ineen.
Lees meer >
“Wie heeft het toernooi gewonnen?” vraagt mijn jeugdige collega de dag na afloop van het Tata Steel Chess Tournament als ik de draad van het gewone leven op mijn werk weer probeer op te pakken. “Magnus Carlsen” antwoord ik iets te snel maar ik voeg er gelijk aan toe: “en nog een paar honderd anderen!” Want het toernooi bestaat niet alleen uit de Masters en daarop volgend de Challengers. De vele vierkampen en tienkampen zorgen samen met wat speciale groepen – waaronder het journalistenkampioenschap en zelfs een arbiterstoernooi – voor meer dan 320 winnaars! Natuurlijk zijn de spelers op het podium het belangrijkst en het uithangbord van het toernooi. Maar wat het ook zo wereldberoemd maakt is het feit dat het overgrote deel van die amateurs in één zaal speelt met de professionals en dat het systeem van meerkampen met promotierecht iedere schaker de mogelijkheid geeft om de groep van de Masters te bereiken! 
Om de haverklap komen er schaakboeken uit die elk een volgens de schrijver onderbelicht aspect van het schaakspel beschrijven. Liefst met een titel die je een tikje onzeker maakt over je eigen schaakfunctioneren. Mooie voorbeelden zijn 100 endgames you must know (“shit, ken ik die wel allemaal?”) of Secrets of modern chess strategy (“dadelijk kennen mijn tegenstanders die geheimen al wel!”). Ik vraag me echter altijd af welke van die boeken de tand des tijds doorstaan. Er valt dan ook wel iets voor te zeggen om net als in de wereldliteratuur enkel klassiekers te lezen: per slot van rekening hebben we in ons leven maar beperkt tijd en zegt het wel iets dat die boeken nog altijd herlezen worden. Omdat mijn interesse uitgaat naar de meer psychologische kanten van het schaakspel, heb ik voor deze review gekozen voor een moderne klassieker: het boek John Nunn’s ‘Secrets of practical chess’, waarvan de eerste druk in 1998 uitkwam.
