Langs de rand van de afgrond, maar…
Onze landgenoot Anish Giri heeft vandaag in ‘The Legends of Chess’ bewezen uit het goede hout gesneden te zijn. In de tweede halve finale tegen Ian Nepomniachtchi kwam hij na vele avonturen én een armageddon-partij toch zegevierend tevoorschijn en dwong zo een derde match af die morgen gespeeld gaat worden. Magnus Carlsen had vandaag wederom genoeg aan 2,5 – 0,5 tegen Svidler en hij heeft daarmee een extra rustdag voordat hij straks de finale mag gaan spelen.
Dat de Rus Nepomniachtchi geen makkelijke tegenstander voor Giri is, bleek ook nu weer in deze tweede halve finale. Deze zin gebruikte ik gisteren ook in mijn verslag van de eerste halve finale-tweekamp en die bleek ook nu weer van toepassing!
Vrijwel alle partijen uit deze clash tussen twee schakers met een totaal verschillende stijl waren de moeite van het volgen waard. Niet in het minst omdat er – naast icoon Judit Polgar – ook nog een andere legende zich met de analyse ging bemoeien: Garry Kasparov! De organisatoren van Chess24 waren maar wat blij met deze geweldenaar in hun midden. En dat leverde wat leuke taferelen op. De analyses van Polgar en Kasparov werden soms een soort vluggertje tussen deze twee… waarbij één van de twee ongelijk bleek te hebben.

Partij 1
Giri heeft zwart en laat zich niet verontrusten door het Schots van zijn tegenstander. De muziek wordt snel uit de stelling gehaald; eigenlijk de minst interessante partij uit deze tweekamp. Remise.
Partij 2
Een variant van het Engels waarin Giri met wit het obscure 10.Tg1 speelt. Hij wint een pion maar ondervindt moeilijkheden met zijn koning. Als zwart dan met 40…Pe3! op prachtige wijze een stukoffer brengt om de witte koning in het nauw te drijven, komt zwart goed te staan. In tijdnood weet Giri het hoofd niet boven water te houden en gaat ten onder. ½ – 1½ achter. De wijze waarop zwart de aanval met zware stukken voert, is uit het boekje.

De tienkamp van het online toernooi, ‘The Legends of Chess’, zit erop. Zoals eerder al gemeld bestond elke ronde uit een tweekamp over vier partijen tussen twee spelers. Bij een 2-2-gelijkspel eindigen, werd er direct een armageddon-partij gespeeld.
En we zijn onderweg! Op zondagavond 26 juli ging Glorney 2020 van start. Zoals bekend niet in Frankrijk, zoals de bedoeling was, maar online.


De online Magnus Carlsen Tour kent een nieuwe loot aan de stam. Namelijk het toernooi dat de wereld in is gegaan als 

Op mijn bureau ligt, ik zou bijna zeggen, een monumentaal werk dat gaat over positionele offers in het schaakspel. Een onderwerp waar ik bijzonder in geïnteresseerd ben en naar nu blijkt – de auteur van dit boek, IM Merijn van Delft uit Apeldoorn – ook! Voordat ik het boek bespreek, wil ik eerst graag een paar woorden wijden aan Merijn zelf. Geboren in 1979 behoort hij tot een lichting van schakers waarvan gedacht werd, dat spelers uit datzelfde geboortejaar wel eens de sterkste lichting ooit in Nederland is geweest. Op het gevaar af iemand te vergeten, noemen we spelers die het ver geschopt hebben in het schaken: Sipke Ernst, Erik van den Doel, Ruud Janssen, Maarten Solleveld en Martijn Dambacher (allemaal grootmeester), Lucien van Beek, Yong Hoon de Rover en Merijn van Delft (allen IM), Tim Lammens, Paul Span, Joost Wempe, Michael Wunnink, Sybolt de Boer en Jeroen Blokhuis (allen FM), waarbij ik graag Jeroen Willemze en Ralf Gommers niet wil vergeten. Deze laatste twee waren (indertijd) van meestersterkte.
k “Begrijp wat u doet”. 


