Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 20: Tigran Petrosian

Deze rubriek is gemaakt voor schaaksite.nl en is terug te vinden onder het kopje ‘Schaakhistorie’.
Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaak¬geschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over Mikhail Tal. In deze nieuwe aflevering zullen we het hebben over Tigran Petrosian (1929 – 1984).

Tigran Petrosian
Een van de vorige afleveringen van deze serie over de schaakgeschiedenis ging over de Rus Mikhael Botwinnik (1911 – 1995) die, nadat hij de wereldtitel had veroverd, deze driemaal kwijtraakte aan een landgenoot. In 1963 verdedigde Botwinnik nog eenmaal zijn titel, ditmaal tegen Tigran Petrosian, die zijn rivaal pas in de slopende slotfase van de tweekamp de baas was. Omdat de revanchetweekamp inmiddels door de Fide was afgeschaft, behield Petrosian in de daarop volgende jaren de titel.
Met Petrosian is een speler genoemd die bekend stond om zijn zeer speciale speelstijl. Zijn bijnaam “De Tijger” geeft precies aan hoe zijn spel in elkaar stak. Als een echte tijger sloop hij om zijn prooi en sloeg af en toe een klauw uit. Vervolgens wachtte hij met ijselijk geduld op het moment dat deze geen kant meer op kon. Daarna nam hij zijn prooi in de tang om hem niet meer los te laten. Petrosian had een uitstekend gevoel voor gevaar, maar omdat hij iets te defensief was ingesteld stond hij ook erg veel remises toe. Daarom viel het hem als toernooispeler niet mee om veel evenementen te winnen. Als matchspeler daarentegen kwam hij altijd heel ver, omdat hij bijna niet te kloppen was en met zijn onuitputtelijke geduld bereid was om het kleinste foutje van de opponent af te wachten. Zijn grote voorbeeld was Nimzowitsch, waarvan hij het meesterwerk ‘Mein System’ bijna uit zijn hoofd kende. In de volgende partij zien we een vlekkeloze demonstratie van een ‘wurgpartij’ zoals we die van hem gewend waren.
Lees meer >


Het verhaal in de Top-40 van Johan Hut over grootmeester Jan Hein Donner heeft de gemoederen flink in beweging gebracht. Zoals de Amsterdammer dat gedurende zijn leven zelf ook al volop voor elkaar had gekregen, lukt het hem zoveel jaren na zijn dood toch ook weer. Het boek De Koning van Tim Krabbé en Max Pam laat ook zien hoe Donner er vaak in slaagde om te provoceren en te choqueren. Maar dat hij de lachers meestal op zijn hand kreeg, is ook een feit.






In deze recensie bespreek ik het boek the Modern Nimzo-Queen’s Gambit Declined Systems van uitgeverij 
Hierbij de partijen van de wedstrijd Pathena/Rotterdam – Groninger Combinatie. Twee clubs die volgend jaar aan de bak moeten om weer terug te keren naar de Meesterklasse.
