U Cannot Be Serious!
Mijn vijfde recensie b
ehandelt het boek: “U Cannot Be Serious!” geschreven door Michael Basman (1946) en Gerard Welling (1959). Dat dit boek is geschreven door een Nederlander en een Engelsman is duidelijk te zien aan de titel: het begint met een Nederlandse “u” en de rest is in het Engels. De naam Basman staat garant voor behoorlijk wat zeldzame openingen die ons schaakspel rijk is. Basman is eind jaren 70 begonnen aan zijn queeste en heeft wereldwijd de nodige volgelingen. Dat zijn aparte openingskeuze gezond en speelbaar is, staat buiten kijf. Als u me niet gelooft dan zal dit boek voldoende bewijs van het tegendeel leveren.
Als ik het goed begrepen heb, leverde Basman de partijen en varianten en heeft Gerard dit alles samengevoegd tot een prachtig boek. Dit boek is duidelijk tweeledig: aan de ene kant de ode aan “Mike” Basman, die dit jaar 75 is geworden en aan de andere kant een volwaardig openingsboek, met een zee aan materiaal, analyse en uitleg over wat er nu strategisch gebeurt in deze openingen.
Opbouw
De ode aan Basman is goed te zien in de eerste twee hoofdstukken. Ik heb met plezier de bladzijden 11 tot en met 60 gelezen en nagespeeld. Het behandelt de toernooien Biel 1979 en Luik 1981 waar Basman met succes aan deelnam. Maar ook Gerard speelde mee en zat dus op de spreekwoordelijke eerste rij. Dat maakt deze hoofdstukken ook zo speciaal. Neem nu de Joegoslaven die gruwelden van de openingskeuze van Mike en die hem wel een eventjes van het bord zouden vegen. De parka die Basman aanhad in Luik, terwijl de mussen dood van het dak vielen.
Daarna komen de hoofdstukken met de theorie. Hoofdstukken 3, 4 en 5 gaan over de St. George, de Grob en de De Klerk zowel als de Dubbele De Klerk, de laatstgenoemde opening is in het Engels beter bekend als The Global opening, maar dat terzijde. Zowat alle varianten komen aan bod. Wat niet gespeeld is, wordt benoemd en bijna alles (ook weer een ode aan Basman) is van partijen van hemzelf. Er is geloof ik in het hele boek maar één partij die niet van hem is. Maar belangrijker is dat de lezer duidelijk gemaakt wordt wat de bedoeling is na bijvoorbeeld 1.g4 of na 1.a3 e5 2.h3 Daardoor wordt het misschien interessant om deze openingen eens zelf te spelen? Misschien eerst online wat snelschaak? Maar waarom ook niet in uw echte partijen? Met dit boek erbij bent u wat dat betreft serieus bezig!
Lees meer >


Als jonge schaker kreeg ik het boekje Schaken als vak (Het Spectrum 1976) van Hans Bouwmeester in handen. Hij bood een uitgebreid schema aan waardoor je openingen systematisch kon bestuderen. Elke dag een stukje nieuwe theorie en dan in een afwisselend ritme de stof van de eerdere dagen herhalen. Ik begon vol goede moed, maar hield het maar twee weken vol. Dat lag niet aan Bouwmeester, maar aan mezelf: het is bijzonder lastig om systematisch het schaakspel te bestuderen.



De auteurs van ‘Defensive Tools – a tournament player’s manual’ zien bovenstaande hiërarchie ook terug in de moderne schaakliteratuur: “of the non-opening subjects, defence is easily the one that has been the least discussed in available chess literature’. Met deze observatie werd hun idee geboren om over dit structureel onderbelichte thema een boek te schrijven. Naast het verrijken van de literatuur is het doel van het boek tweeledig. Als eerste wordt de actieve toernooischaker een aantal belangrijke ‘tools’ aangereikt. De grondige bestudering en het juiste gebruik ervan kunnen in de toekomst zorgen voor het voorkomen van vermijdbare verliespartijen. Tevens biedt het boek trainers een systematische uiteenzetting van belangrijke onderdelen van het begrip ‘verdedigen’.
