Een knoeipartij: ik verloor objectief, maar won psychologisch
Met al het geweld uit de kandidatentoernooi en bijvoorbeeld de meesterklasse, geef ik u nu eens een analyse (nu ja) van een knoeipartij.
Het Sevilla Open is een fijn,
Met al het geweld uit de kandidatentoernooi en bijvoorbeeld de meesterklasse, geef ik u nu eens een analyse (nu ja) van een knoeipartij.

Het te bespreken boek is het derde uit een serie over “Rock Solid Chess” van Sergei Tiviakov en Yulia Gökbulut. De twee eerdere boeken uit de serie werden al eerder op Schaaksite besproken. https://schaaksite.nl/2023/02/17/rock-solid-chess-tiviakovs-unbeatable-strategy-pawn-structures/ en https://schaaksite.nl/2024/04/12/rock-solid-chess-volume-2-piece-play/
In het boek met elf hoofdstukken analyseert Tiviakov 118 partijen. Vaak bestaat een “analyse” uit een opmerking bij een of twee stellingen.
In het hoofdstuk “Moves found with the aid of intuition” legt Tiviakov uit dat hulp van de intuïtie nodig is bij heel moeilijke,
Lees meer >
Momenteel is op Netflix de docu Chess mates te zien. Over Hans Niemann; en vooral de controverse met Magnus Carlsen. Op Sporza.be las ik erover. En ik moest schateren. Niemann:
“Ik blijf een man met een missie. Vanaf nu ben ik een ijskoude killer voor de rest van mijn leven.”
“Ik kan dan ook niet wachten tot Magnus oud en versleten is en afdaalt in de waanzin.
Lees meer >
Vrijdagavond, de avond voor de volgende ronde van de KNSB-competitie. Eindelijk tijd om een paar uurtjes te oefenen. Welke tegenstander zou ik morgen treffen? Moet ik me specifiek op hem of haar voorbereiden? Wat nu als ik tegen een invaller moet spelen? Eigenlijk moet ik nog werken aan mijn eindspel. Rekenen gaat de laatste tijd ook moeizaam, misschien kan ik beter nog een paar tactische opgaven doen.
Lees meer >
Oké, mijn eerste recensie
Hoe moet ik beginnen? Wat kan ik schrijven en wat niet? Ben ik niet te kritisch? Niet aan denken, gewoon beginnen en we zullen het wel zien. Hoogstens kunnen anderen besluiten dat we het bij een eenmalige ervaring gaan laten. Dus… nadat ik was welkom geheten en opgenomen in de gelederen van de schaakrecensenten, kon ik beginnen aan de zoektocht wat ik dan wel niet ging recenseren.
Lees meer >
Wekelijks publiceren we de schaakrubrieken van Dimitri Reinderman voor HDC Media, Henk Prins voor het Reformatorisch Dagblad, Nick Maatman voor Dagblad van het Noorden / Leeuwarder Courant en Hans Ree in de Groene Amsterdammer.
Afgelopen week presenteerde Hans Böhm in Hotel De Wereld in Wageningen het boek “Herinneringen van twee schaakvrienden”. Het was de bedoeling dat de twee schaakvrienden, Hans Böhm en Jan Timman, elkaar het eerste exemplaar zouden overhandigen. Zoals we allemaal weten mocht dat niet zo zijn.
Ik mocht een exemplaar ontvangen, en hoewel ik het nog niet helemaal uit heb, mag ik het nu al zonder meer van harte aanbevelen aan iedereen die iets heeft met Hans Böhm,
Lees meer >Wie kent hem niet? Ik leerde Koos in eerste instantie kennen vanwege de afzender van de competitiemailtjes. Maar hij is veel meer dan dat. Hij is de man die men regelmatig achter het bord vandaan plukte vanwege zijn tomeloze inzet en zich graag bezighoudt met het organiseren van evenementen. Tegenwoordig uiteraard voor de schaakbond. Hij opereert het liefst een beetje op de achtergrond. Lees over zijn ambities, drijfveren en de mens achter de bekende naam.
Wanneer ben je begonnen met schaken en wie heeft het je geleerd?
Een vriend van een oudere broer was bij ons op bezoek en toen besloten we te gaan schaken. Hij heeft het me dus geleerd. Ik was toen een jaar of zeven, acht. Het eerste wat hij deed, was vragen:
“Zullen we een potje spelen?”
Hij zette me direct mat met het herdersmat. Dat was een behoorlijke afknapper; ik heb daarna tot mijn twaalfde of dertiende niet meer geschaakt.
Op de middelbare school, het Thomas a Kempis College in Arnhem, was er een schaaktoernooi. Ik deed mee en dat ging best goed; ik versloeg zelfs iemand uit het schoolteam. Daarna heb ik weer een hele tijd niet gespeeld. Wel af en toe een potje voor mijn plezier, maar niet bij een club. Pas op mijn vijfentwintigste zei een vriend:
Lees meer >Een oude legende vertelt hoe een rijke jonge man, die al zijn geld had verspeeld, op oudejaarsavond zijn leven beëindigen wilde, maar – schaakliefhebber – hij besloot de laatste avond hiermee door te brengen. Plotseling verschijnt de duivel met schaterlach en stelt de jonge man een partijtje voor met zijn ziel als inzet. “Je verspeelt er toch niets mee”, zegt de boze, “want als je je van kant maakt kom je vanzelf bij mij terecht.” De jonge man – balorig – gaat erop in.
Lees meer >Waar zou de schaakwereld zijn zonder mensen die er alles aan doen om het schaken tot een voor iedereen fijne aangelegenheid te maken? We spreken met iemand die niet alleen een belangrijke rol vervult in de Utrechtse schaakwereld maar ook op nationaal niveau als directeur van het NK in 2024.
Wanneer ben je begonnen met schaken en wie heeft dit je geleerd?
Ik kom uit een dorpje waar geen schaakclub was: Nieuw-Lekkerland, in de buurt van Dordrecht. Ik weet het niet meer precies, maar het schijnt dat mijn oma me heeft leren schaken. Toen ik een jaar of 10, 11 was, bleek er een informeel schaakclubje in het dorp te zijn. Dat was zonder klok en men noteerde niet. Het waren vooral oudere heren. Waarschijnlijk heeft mijn opa toen gezegd:
“Mijn kleinzoon kan er ook wel wat van. Laat die maar meedoen.”
Daar werd ik uiteindelijk — niet gelijk het eerste jaar — kampioen.
Hoe reageerden de oudere deelnemers erop dat zo’n jong broekje kampioen werd?
Ik geloof dat er over mijn deelname wel even gesproken moest worden. Ze vroegen zich af of dat wel de bedoeling was. Maar uiteindelijk vonden ze het ook wel leuk; ze waren er trots op. In Alblasserdam, een dorp wat verderop, was wel een kleine schaakclub. Daar werd ik lid en speelde er na enige tijd ook in competitieverband.
Lees meer >