Rubrieken

‘Winnen wat je winnen kunt!’, met schaakschrijver Cyrus Lakdawala

Winnen wat je winnen kunt!

Boekrecensie van Cyrus Lakdawala’s Clinch it! (2018) door Daniël Zevenhuizen

Met Clinch it! is Amerikaanse schaakschrijver Cyrus Lakdawala  aan zijn tigste boek aangekomen. En de ervaring loont: het boek is tot in de puntjes uitgewerkt, boeiend en vooral erg goed geschreven. Het hoofddoel van de auteur is om het winnende voordeel vast te stellen en dan tot een goed einde te brengen.

Lees meer >

“Als je eens wist…” door Manuel Nepveu. Column van Schaakvereniging Promotie.

Het is een waarheid als een koe: wie een geschiedkundig onderwerp bestudeert dat niet al te contemporain is, heeft het voordeel van de wijsheid achteraf. Toen de Eerste Kamer werd geïntroduceerd in 1815 was dat op verzoek van de Zuidelijke Nederlanden die een plaatsje wilden reserveren voor hun adel. Daar ging Willem I mee akkoord. Het was op dat moment een handige zet om onze zuiderburen binnenboord te krijgen.

Lees meer >

Herinneringen aan kapper De Brie

Je hoeft geen grootmeester te zijn om een legendarische schaker te zijn. Misschien heeft iedere stad of dorp wel zijn schaaklegendes. In Utrecht behoort kapper De Brie daartoe. In zijn kapperszaak vonden tijdens het knippen de meest wonderlijke schaaktaferelen plaats. Daarnaast was hij ook een sterke schaker, in een simultaanseance won hij eens van Euwe. Een mooi verhaal van Robert Beekman en Bert Kieboom, met historische foto’s en partijfragmenten, op de website van Oud Zuylen Utrecht.

 

Kapper de Brie (11 september 1879 – 31 maart 1961). Bij leven al een legende. Iedereen kent hem. Eén van de meest geliefde leden van Schaakclub Utrecht. Ook erelid van de Nederlandse Kappersbond in 1947. Hij is in die wereld administrateur van de kappersvakschool geweest, penningmeester van de afdeling Utrecht en leider van de kappersziekenkas.

Zo rond 1900 richt hij samen met een aantal vrienden de schaakclub Schaakmat op. In 1920 gaat diezelfde schaakclub failliet. Hij kan amper begrijpen waarom. De reden is namelijk dat er in de zaal naast het clublokaal niet meer gebiljart kan worden (!)

In 1916 is hij al lid van Schaakclub Utrecht geworden waar Olland dolblij met hem is.

Lees meer >

Belevenissen van een arbiter: ‘Boontje komt om zijn loontje!’

“Wie heeft het toernooi gewonnen?” vraagt mijn jeugdige collega de dag na afloop van het Tata Steel Chess Tournament als ik de draad van het gewone leven op mijn werk weer probeer op te pakken. “Magnus Carlsen” antwoord ik iets te snel maar ik voeg er gelijk aan toe: “en nog een paar honderd anderen!” Want het toernooi bestaat niet alleen uit de Masters en daarop volgend de Challengers. De vele vierkampen en tienkampen zorgen samen met wat speciale groepen – waaronder het journalistenkampioenschap en zelfs een arbiterstoernooi – voor meer dan 320 winnaars! Natuurlijk zijn de spelers op het podium het belangrijkst en het uithangbord van het toernooi. Maar wat het ook zo wereldberoemd maakt is het feit dat het overgrote deel van die amateurs in één zaal speelt met de professionals en dat het systeem van meerkampen met promotierecht iedere schaker de mogelijkheid geeft om de groep van de Masters te bereiken!

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 9 februari 2019

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Over moderne klassiekers

Om de haverklap komen er schaakboeken uit die elk een volgens de schrijver onderbelicht aspect van het schaakspel beschrijven. Liefst met een titel die je een tikje onzeker maakt over je eigen schaakfunctioneren. Mooie voorbeelden zijn 100 endgames you must know (“shit, ken ik die wel allemaal?”) of Secrets of modern chess strategy (“dadelijk kennen mijn tegenstanders die geheimen al wel!”). Ik vraag me echter altijd af welke van die boeken de tand des tijds doorstaan. Er valt dan ook wel iets voor te zeggen om net als in de wereldliteratuur enkel klassiekers te lezen: per slot van rekening hebben we in ons leven maar beperkt tijd en zegt het wel iets dat die boeken nog altijd herlezen worden. Omdat mijn interesse uitgaat naar de meer psychologische kanten van het schaakspel, heb ik voor deze review gekozen voor een moderne klassieker: het boek John Nunn’s ‘Secrets of practical chess’, waarvan de eerste druk in 1998 uitkwam.

Lees meer >

Schaaknomade Vladimir Epishin naar Rapid Hardenberg.

‘Russische beer’ op komst

Hoewel deze uitspraak normaal gesproken betekent dat er koude golven vanuit Rusland richting Europa komen betreft het hier een schaakfenomeen. Deze gepensioneerde Russische grootmeester is nog een product uit de oude Sovjet tijd, waarbij angst als praktische drijfveer werd gezien. Botvinnik’s strenge maar rechtvaardige schaakscholen waren toen nog diep verscholen achter het IJzeren Gordijn. Het schaakspel was allerminst een ‘spelletje’, maar werd door de overheid als metafoor gebruikt voor dominantie en strategische superioriteit.

Lees meer >

“Pi op het schaakbord” door Hans Meijer. Column van Schaakvereniging Promotie.

De column van Hans Meijer is uit.

Voor deze column laat ik de geschiedenis van het getal Pi (π = 3.14159265….) beginnen met de komst van Ludolph van Ceulen (1540-1610) naar Leiden. Van Ceulen was een wiskundige die een deel van zijn tijd besteedde aan het berekenen van de decimalen van het getal Pi. Hij gebruikte hiervoor een bewerkelijke methode die afkomstig was van de Griekse wiskundige, natuurkundige, ingenieur en astronoom Archimedes (287 BC – 212 BC) die in Syracuse op Sicilië woonde. Archimedes slaagde erin om twee decimalen van Pi te bepalen. Van Ceulen kwam tot 35 decimalen. Een fantastisch resultaat dat weduwe Adriana in zijn grafsteen liet beitelen, zie Het grafschrift van Ludolph van Ceulen (2000) van R. Oomes, J. Tersteeg en J. Top. Een replica van deze grafsteen, de oorspronkelijke is verloren gegaan, is in de Pieterskerk in Leiden te zien.

Lees meer >

Juweeltjes 8: Kramnik – Carlsen

In deze rubriek nodigen we de bezoeker van Schaaksite graag uit om te genieten van de meest schitterende prestaties op het schaakbord, door alle eeuwen heen. De reden waarom voetballiefhebbers in vervoering raken als zij acties zien van Messi of Ronaldo moet bij ons schakers dezelfde zijn als wij de partijen naspelen die we hier willen tonen. En aarzelt u vooral niet om uw keus ook kenbaar te maken!

 

 

Vorige week maakte de Rus Vladimir Kramnik zijn afscheid bekend uit het professionele schaak. Het bracht misschien niet zo’n schok te weeg als het moment waarop Garry Kasparov aankondigde dat hij met pensioen ging, maar desalniettemin kwamen er toch veel reacties los. Kramnik is decennia een grootheid gebleken die zich heel lang op het allerhoogste niveau heeft weten te handhaven.

Vladimir Kramnik (foto Frans Peeters)

Bij het laatste Kandidatentoernooi, waarin hij heel goed begon en toen een gewonnen stelling bereikte tegen de latere uitdager, Fabiano Caruana, konden we echter al haarscheurtjes zien in de prestatie van de zo fenomenale speler die hij altijd was. De gewonnen stelling tegen de Amerikaan ging verloren en daarna begon hij min of meer ‘wild om zich heen te slaan’. Hij speelde alles of niets, probeerde stellingen te winnen, die onmogelijk te winnen waren en mede door dit roekeloze gedrag eindigde hij in de achterhoede. En dat, terwijl het begin er zo veelbelovend uitzag. Misschien heeft hij naar aanleiding hiervan besloten dat het genoeg was en het was voor Nederland leuk dat hij Tata Steel heeft uitgekozen als zijn laatste officiële toernooi. Wel liet Kramnik weten dat hij, in navolging van Kasparov, nog wel te porren zal zijn voor rapid- en snelschaaktoernooien. Zelf heb ik nooit persoonlijk kennis met hem gemaakt, maar ik herinner me de eerste keer dat ik hem ‘live’ zag spelen. Dat was in 1992 in Manilla op de Filippijnen waar hij – mede op gezag van Kasparov – was toegevoegd aan het team van Rusland. Dat bestond verder uit Khalifman, Dolmatov, Dreev en Vizmanavin. Kasparov deed het fantastisch op het eerste bord met 8½ uit 10. Maar de score van debutant Kramnik (8½ uit 9) aan het laatste bord was zo mogelijk nog mooier. Een van zijn slachtoffers was Loek van Wely, die – als ik het goed heb – ook voor het eerst aan een Olympiade mee mocht doen.

Lees meer >

Strike Like Judit!

Is het interessant om in 2018 een boek uit te brengen over Judit Polgar, die in 2014 stopte met topschaak? Zijn er al niet genoeg boeken over haar? Dat waren mijn eerste vragen toen ik zag dat New in Chess vorig jaar dit boek presenteerde. Het antwoord is snel gegeven: het boek overlapt in elk geval niet met eerdere boeken en het is ook geen afsluiting van haar carrière, een magnum opus of iets dergelijks. Het is een boek met veel leuke partijfragmenten, toevallig afkomstig van één persoon.

Toch even een kort overzicht van de belangrijkste eerdere boeken. In 1990 schreef Ed van Eeden het boek ‘De Polgar-zusters, de creatie van drie schaakgenieën’. Judit is geboren in 1976 en was dus veertien jaar oud. Uit dezelfde tijd herinner ik me een eveneens Nederlandstalig boekje van Siep Postma en een Engelstalig boek van Cathy Forbes, waar de zussen niet blij mee waren. Het boek van Van Eeden is het enige dat ik heb bewaard.

In 1997 schreef Susan Polgar samen met haar man Jacob Shutzman het boek ‘Queen of the Kings Game’, over haarzelf, maar natuurlijk ging dat ook over de familie. In 2005 schreef ze samen met Paul Truang het boek ‘Breaking Through’ over alle drie de zussen. Het eerste boek is vooral verhalend, het tweede bevat vooral partijen.

In 2004 verscheen ‘Judit Polgar, The Princess of Chess’ van Tibor Karolyi, een fameuze Hongaarse auteur. Het bevat 89 uitvoerig geanalyseerde partijen plus artikelen over bijvoorbeeld haar speelstijl. Het was het eerste boek van enige importantie dat niet over de zussen, maar alleen over Judit ging. Even terzijde: wel opmerkelijk om Susan de Queen en Judit de Princess te noemen. Reden is natuurlijk dat Susan wereldkampioene is geweest en Judit niet. Maar dan nog.

In 2012 begon Judit Polgar zelf aan de serie ‘Judit Polgar Teaches Chess’, met het boek ‘How I beat Fischer’s record’. In 2013 gevolgd door ‘From GM to Top Ten’ en in 2014 ‘A game of Queens’. De boeken bevatten persoonlijke herinneringen, gedenkwaardige partijen en partijen op thema. Een beetje rommelig door elkaar, maar bij elkaar een prachtige trilogie, ook mooi uitgevoerd.

 

Nu dan ‘Strike Like Judit!’ van Charles Hertan, een FM uit Massachusetts die al meer dan dertig jaar werkt als trainer en schrijver. Het boek begint met zeven pagina’s over de invloed van de computer op het schaakspel. (Ik schrijf in het vervolg voor het gemak ‘de computer’, ook al zijn daar natuurlijk veel verschillen in.) Dat had niet langer hoeven te zijn, want vanaf het begin vroeg ik me af wat Hertan nou eigenlijk wil zeggen. Toch een paar belangrijke punten.

  1. Judit leerde schaken in een tijd dat computers nog niet van belang waren. Ze moest dus helemaal zelf nadenken.
  2. Er zijn stellingen die wij allemaal snappen en de computer niet, omdat die alleen varianten uitrekent.
  3. De computer is een hulpmiddel. Er moet ook een kapitein aan het roer staan die de beslissingen neemt.
  4. Een schaakschrijver moet de computer niet gebruiken om partijen tot in den treure te analyseren, maar als hulpmiddel om verhalen te vertellen en een mooi boek te schrijven.

De eerste drie punten zijn duidelijk, punt 4 vind ik een interessante mening van Hertan.

Lees meer >