Nick Schilder: “Je hoeft niet heel intelligent te zijn om te schaken.”

Flyer van de KNSB
Tijdens de Kinderboekenweek werd overal in het land voorgelezen door landelijke of plaatselijke bekendheden. Zanger Nick Schilder, onze enthousiaste schaakambassadeur, las in de openbare bibliotheek in Hilversum voor uit het boek Simon de Schaker van Joyce van der Meijden. Daarna presenteerde hij een schaakquiz en speelde hij een partij online. Verslaggeefster Susanne van Velzen van De Gooi- en Eemlander interviewde Nick voor een paginagroot verhaal. Hieronder enkele citaten.
Over hoe hij als schaker begon:
Toen ik vijf was belde ik in de buurt aan op zoek naar iemand die de regels kende. Bij oom Ben had ik beet.
Over hoe dat verder ging:
Er was in Volendam in die tijd geen super goede begeleiding voor jonge talentvolle schakers. Achteraf maar goed, anders was ik misschien niet in de muziek verder gegaan.
Waarom hij geen profschaker zou willen zijn:
Een schaker is urenlang alleen maar mentaal bezig. Eén dip in je concentratie en je bent voor niks afgereisd naar China. Dan is mijn muziekvak een stuk gevarieerder. De ene keer heb ik een optreden, de dag erna maak ik een tv-programma.
Wat brengt schaken hem?
Lees meer >
Een relatief recent fenomeen is het streamen van games: mensen die een (computer)spel spelen en ondertussen zowel hun beeldscherm als hun webcam-beeld delen met de wereld. Schietspellen als Call of Duty en Fortnite, of een voetbalspel als FIFA worden op deze manier al door duizenden mensen gestreamd en door een veelvoud daarvan live bekeken: gemiddeld kijken er meer dan een miljoen mensen tegelijkertijd live naar dergelijke streams op de grootste streamingsite
Het Europacup-toernooi voor clubteams wordt sinds 1992 jaarlijks gespeeld. Van 1982 tot 1992 werd het om de twee jaar gespeeld. Daarvoor werd de derde editie gespeeld in 1979, de tweede in 1976 en de eerste… in 1956.
Maar zo heette het wel, ook in ons bondsblad. De Nederlandse kampioen VAS (Amsterdam) nam eraan deel. Wel met een B-team. Wim Vijvers is misschien wel het enige teamlid dat nog in leven is. Hij schaakt tegenwoordig bij BSG (Bussum) en heeft er nog levendige herinneringen aan.
Wat is de aantrekkingskracht van Richárd Réti’s (1889 – 1929) ‘hypermoderne’ benadering van de opening? De inmiddels alweer lang overleden meester van de moderne school hield van fianchetto’s, van spel over de flanken, en beslist niet van het strikt navolgen van de traditionele Gouden Regels. Pionnen in het centrum kunnen een kwetsbaarheid zijn, meer nog dan een vaste waarde. Daarnaast waren er zelfs toen al genoeg partijen verspeeld met steeds maar weer diezelfde beginzetten. Ik kan me zo voorstellen dat Réti zuchtend langs de schaaktafels liep als hij overal 1. d4 – d5 en 1. e4 – e5 op de borden zag staan. Nee, de meester van het hypermodernisme beroemde zich op de flexibiliteit van zijn openingsaanpak. Met 1. Pf3! zou hij maximaal kunnen anticiperen op het spel van zijn tegenspeler, of deze nou een agressieve of positionele speelstijl zou willen hanteren.
