Rubrieken

The Full English Opening

Na The Gambit Guide to the English Opening: 1…e5 (1999) en The Symmetrical English (2000) komt de Deense FM Carsten Hansen opnieuw met een boek over het Engels: The Full English Opening. Naast 1.c4 e5 en 1.c4 c5 (daarover gaan de boeken uit 1999 en 2000) komen nu ook de Indische openingen aan bod, evenals de Slavische en Hollandse opstelling tegen het Engels. Ik was erg benieuwd naar dit boek, omdat het Engels al een tijdje op mijn repertoire staat. Daarnaast is het een hele kunst om de volledige Engelse opening in één boek te bespreken.

Geen boek over openingstheorie

In de inleiding (zie voorbeeldpagina’s) wordt al meteen duidelijk dat het boek in kwestie geen traditioneel openingsboek is. De theorie van het Engels kan wel een update gebruiken volgens de schrijver, maar hij acht het belangrijker om de fundamentele concepten van de Engelse opening te bespreken. Vandaar ook de ondertitel van het boek, Mastering the Fundamentals.

Lees meer >

Schaakhistorie (8): Bert Enklaar dacht altijd na over de zin van alles

Die Enklaar, die was toch ook heel goed? Dat vroeg een clubgenoot van mij toen ik in 2011 de Canon schreef. Enklaar stond daar niet in. Paul van der Sterren toonde zich onlangs in Schaakmagazine verdrietig dat Enklaar zelfs niet in mijn top-40 stond. Ik had hem zeker in mijn overwegingen meegenomen, maar zijn resultaten waren daarvoor te licht en te weinig. Een kleurrijk schaker was hij zeker en er is genoeg over hem te vertellen. Enklaar was een schaker die worstelde met de keuzes tussen maatschappij, wetenschap en de schaaksport. Met schaken begon hij in zijn jeugd en begon hij als volwassene twee keer opnieuw.

Bert Enklaar werd geboren op 1 december 1943. Begin jaren zestig was hij een van de veelbelovende jonge spelers bij VAS die ervoor zorgden dat het tweede team in 1961 kampioen van Nederland werd en voor wie VAS-coryfee Berry Withuis in 1961 het IBM-toernooi oprichtte, om de jongens gelegenheid te geven meesternormen te scoren. Dat is in deze geschiedenisverhalen al meerdere keren aan de orde geweest. Tot zijn leeftijdsgenoten behoorden Piet van der Weide, Tim Krabbé (beiden 1943), Hans Ree (1944) en Rob Hartoch (1947). Van Kick Langeweg (1937), de winnaar van het eerste IBM-toernooi, werd al wat langer iets verwacht. Coen Zuidema (1942) behoorde ook tot deze lichting, maar speelde bij de Amsterdamse rivaal ASC.

Met Ree was Enklaar goed bevriend, bleek uit het in memoriam dat Ree in 1996 schreef in NRC-Handelsblad. Ree: “Er waren jaren dat ik Bert Enklaar bijna iedere dag zag. We volgden dezelfde wiskundecolleges en gingen daarna naar het koffiehuis tegenover Artis, waar we praatten over de zin van wiskunde, literatuur en schaken. Er staat me bij dat gesprekken met hem vaak over de zin van iets gingen, maar waarschijnlijk ging het meestal gewoon over het Konings-Indisch of het Boedapester Gambiet, waar hij een tijdje een ongelukkige liefde voor had. (…) Sommige mensen konden ons niet uit elkaar houden en het is me een paar keer gebeurd dat ik met een schaker praatte en na een tijdje merkte dat die dacht dat ik Bert Enklaar was.”

Op weg naar een landenwedstrijd tegen Engeland, in 1963, hoorden ze op een station in Londen dat Kennedy was doodgeschoten. Enklaar vond dat heel erg en dat verbaasde Ree.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 25 augustus 2018

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Omgaan met paarden

Schaakrubriek in De Gooi- en Eemlander

Een legende, dat woord moet je niet te vaak gebruiken, maar bij de schaakclub En Passant in Bunschoten-Spakenburg is Henk Pruijs een legende. Geen levende legende, hij overleed in 2006 op 56-jarige leeftijd. In 1970 had hij kennisgemaakt met de club, toen hij het schaakzaaltje binnenstormde en luid uitriep: “Waar is de bijeenkomst van de jonge boeren?” Het leverde hem luid gesis en boze blikken op van de leden die natuurlijk nog niet wisten dat er zojuist een aankomende legende zijn entree had gemaakt. Hij werd clubkampioen in 1979, 1982, 1986 en van 1993 tot en met 1996. Boer bleef hij niet lang, Pruijs werd marktkoopman. Niet in de vis of in de koek, zoals vele Bunschoters, maar in de wol.

Het waren niet de zeven clubkampioenschappen die hem legendarisch maakten, want clubkampioen werden er zovelen. Het was iets veel specifiekers. Henk Pruijs is legendarisch vanwege zijn paarden. En niet die van de boerderij van zijn vader.

Ooit kwam ik kijken bij een competitiewedstrijd van En Passant 1, toen Pruijs me in de wandelgangen toevertrouwde: “Ik sta gewonnen, want ik heb paarden.” Na bij zijn bord te hebben gekeken, deed ik iets onreglementairs. Ik gaf hem namelijk informatie die ik had ingewonnen, namelijk: “Jouw tegenstander heeft ook paarden.” Waarop Pruijs zei:

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 18 augustus 2018

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Schaakhistorie (7): Zonetoernooi Nijmegen: sport en politiek (1960)

Nederland en de KNSB hebben altijd een grote rol gespeeld bij de organisatie van het wereldkampioenschap. Er werden hier nogal wat zonetoernooien gespeeld, een interzonetoernooi, een kandidatentoernooi (plus één op Curacao) en diverse kandidatenmatches. Op een van de zonetoernooien rust een smet, dat van 1960 bij Nijmegen.

Wolfgang Uhlmann een paar jaar later

Zo erg, dat het moest worden overgespeeld in Tsjechoslowakije.
Een zonetoernooi was, na de nationale kampioenschappen, internationaal de eerste stap in de WK-cyclus. Er vonden er in Europa altijd diverse plaats. Na Hilversum 1947 (het eerste zonetoernooi in de geschiedenis) en Wageningen 1957 vond er in 1960 één plaats in het dorpje Berg en Dal bij Nijmegen. De Nijmeegse club Strijdt met Beleid verleende wat medewerking, die zich volgens Jan van de Mortel in het SMB-jubileumboek uit 1998 beperkte tot het uitlenen van materiaal en het doorgeven van de zetten per telex. Het toernooi ging een beetje langs het verenigingsleven heen. Dat gaat tegenwoordig wel anders. Denk aan de Tata-dagen buiten Wijk aan Zee, waar de plaatselijke schaakclubs enorme publiciteitssuccessen van maken. Maar goed, daar gaat het nu niet om.

 

Reisdocumenten
Probleem was dat de Oost-Duitser Wolfgang Uhlmann in zijn land geen geldig uitreisdocument kreeg. Het ging om een ‘temporary travel document’, dat in ons land bekendstond als een ‘groen paspoort’. De Nederlandse autoriteiten konden Uhlmann daarop ook geen visum geven. Binnen de NAVO was besloten dat Oost-Duitsers niet konden worden toegelaten zonder zo’n groen paspoort. De Koude Oorlog woedde volop.
In het bondsblad werd zeer gedetailleerd verslag gedaan van de onderhandelingen tussen KNSB-bestuurders en de regering. De minister van justitie wilde wel toestemming geven (zei hij), maar ging daar niet over. De minister van buitenlandse zaken hield zich aan de NAVO-afspraak. De schaakbonzen mochten zelfs bij de excellentie op audiëntie komen, maar dat haalde niets uit.
Er werd van alles geprobeerd. Uhlmann kreeg een schriftelijke toezegging voor een visum van het Nederlandse consulaat-generaal in West-Berlijn, maar dat bleek geen afdoende reisdocument. Er waren plannen om de partijen per telex te spelen of de partijen op een boot buiten de territoriale wateren te laten spelen. Het liep allemaal op niets uit.

Lees meer >

Schaakrubrieken 11 augustus 2018

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Schaakhistorie (6): De eeuwige breuk met Lodewijk Prins

Resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Lodewijk Prins was een van onze grootste Olympiadespelers, maar aan zijn deelname zou natuurlijk een keer een einde komen. Dat gebeurde echter op een zeldzaam harde manier. Tussen Prins en het KNSB-bestuur, in welke samenstelling dan ook, kwam het nooit meer goed.
Lodewijk Prins (geboren in 1913) nam deel aan alle Olympiades van 1937 tot en met 1968. Dat waren er twaalf, alleen Jan Timman en Loek van Wely speelden er later eentje meer. Tussen 1939 en 1950 werden geen Olympiades gespeeld, anders had de lijst van Prins nog indrukwekkender kunnen zijn. Aan het Nederlands kampioenschap nam hij zelden deel. Na 1936 en 1938 was 1948 voor lange tijd zijn laatste. De teams werden niet samengesteld op basis van NK’s, ook niet op basis van Elo-ratings (die waren er nog niet), maar vastgesteld door een plaatsingscommissie of het KNSB-bestuur.
In 1965 meldde Prins zich na zeventien jaar opeens weer aan voor het NK. Met Kuijpers, Langeweg en Zuidema dienden zich in een paar jaar tijd nieuwe topspelers aan, Kuijpers werd in 1963 zelfs kampioen. Zag Prins zijn plaats in het Olympiadeteam in gevaar komen? Mogelijk. Een collega-schaakhistoricus denkt dat Prins zijn kans schoon zag bij de afwezigheid van Donner, voor het eerst sinds 1950. Prins zou geen zin hebben achter Donner te eindigen. Het is een theorie.
Hoe dan ook, het pakte goed uit. Prins eindigde samen met Zuidema bovenaan en liet Kuijpers en Langeweg achter zich, alsmede Ree en Enklaar, die vanaf dat moment ook opstootten. (Enklaar na een paar jaar pauze, daarover in een andere aflevering.) De oude meester won de beslissingsmatch van Zuidema.
Prins was 52, dus de titel was nog geen garantie voor jarenlang behoud van zijn Olympiadeplaats. Maar in 1966 mocht hij uiteraard mee en twee jaar later bereikte hij zelfs zijn hoogste score. In Lugano, waar Nederland de B-groep won (de A-groep telde veertien landen), scoorde Prins 9 uit 12 als tweede reserve, wat je dus ook vierdebordspeler mag noemen.

 

Samenstelling
Er leek dus geen vuiltje aan de lucht toen de Olympiade van 1970 in Siegen zich aandiende, al kwam Prins in eerste instantie niet in aanmerking. In een interview met Max Pam in Schaakbulletin, dat in 1975 ook werd opgenomen in de interviewbundel ‘De zuiverste liefde is die tussen een man en zijn paard’, omschreef Prins het als volgt.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 4 augustus 2018

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Schaakhistorie (5): De snelle entree van Genna Sosonko

“Moerwijk speelde met een nieuwe speler aan het eerste bord. Sosonko maakte remise met Bakker.” Met die woorden werd Genna Sosonko in het Nederlandse schaken geïntroduceerd, in het bondsblad van december 1972. Vier maanden later al werd hij gedeeld eerste in het Nederlands kampioenschap, waarna hij de beslissingsdriekamp won. Van Wim Andriessen had de acceptatie van de vreemdeling toch sneller gemogen.

Genna Sosonko tijdens het NK 1973

Toen Sosonko in 1972 vanuit Rusland via Israël in Nederland kwam, was hij niet bekend. Databanken bestonden nog niet, laat staan internet. Anders had men kunnen zien dat Sosonko, geboren 18 mei 1943, in 1967 had meegedaan aan het kampioenschap van de Sovjet-Unie. Dat behoorde vaak tot de sterkste toernooien van de wereld, maar in 1967 was het eenmalig een open toernooi met 126 deelnemers. Poloegajevski en Tal wonnen, Sosonko eindigde op een onopvallende gedeelde 27e tot en met 40e plaats. Meer dan als speler was hij actief als secondant van Tal en Kortchnoi.
In Nederland kwam hij in contact met Wim Andriessen, hoofdredacteur van het tijdschrift Schaakbulletin. Die hielp Sosonko aan onderdak in Wageningen, woonplaats van Andriessen en hoofdkwartier van het blad. In januari 1973 werd hij voor het eerst vermeld als redacteur, naast Andriessen, Dik Kruithof en Jan Timman. Redacteuren vormden een andere categorie dan medewerkers, een hele rij tot wie Donner, Enklaar, Krabbé, Münninghoff, Ligterink en Pam behoorden. Een citaat uit dat nummer: “Dankzij bemiddeling van Jan Timman, ontvingen wij twee interessante partijen van Dresko Velimirovic. De vertaling uit het Joegoslavisch leverde enige moeilijkheden op, maar met behulp van Genna Sosonko hopen wij er zo goed mogelijk uit gekomen te zijn.”

 

Snelschaaktoernooi
Andriessen maakte Sosonko lid van Moerwijk, een Haagse club die een sterk team in de hoofdklasse had. Zelf had Andriessen in 1971 deelgenomen aan het Nederlands kampioenschap, Fred van der Vliet en Arend van Dop respectievelijk in 1971 en 1972, Joost Marcus in 1970 en Max Viergever had zich een paar keer bijna voor het NK geplaatst. Een team van subtoppers dus. Sosonko werd aan het eerste bord geplaatst en scoorde 5,5 uit 7. Het seizoen erna stapten Sosonko en Andriessen beiden over naar het gesponsorde Philidor Leeuwarden. Sosonko scoorde daar in zes jaar tijd 40 uit 50, een reusachtige score aan het topbord in de hoofdklasse.

Lees meer >