Rubrieken

Schaakrubrieken weekend 10 juni 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 30: Eddie Scholl

Alle Nederlands kampioenen sinds Euwe komen in deze top-40 voor. Vermelding van Eddie Scholl noem ik echter beslist geen moetje. Hij stopte vroeg met topschaak, maar was in de jaren rond zijn kampioenschap in 1970 een absolute Nederlandse topper.

Eddie Scholl in 2008. Foto: Eelke Heidinga.

De Fries Scholl (geboren 17 oktober 1944) werd in 1963 jeugdkampioen van Nederland en in 1965 open kampioen. Van 1967 tot en met 1974 nam hij alle zeven keren aan het Nederlands kampioenschap deel (in 1968 werd er geen NK gespeeld). Al bij zijn debuut werd hij derde achter Ree en Bouwmeester, maar voor Donner, Kuijpers en Langeweg. In 1970 was het kampioenschap niet zo sterk bezet. Scholl eindigde samen met Coen Zuidema bovenaan, voor Langeweg en Hartoch, en won de beslissingsmatch. In 1971 werd hij derde achter Ree en Donner, maar voor Timman, Hartoch en Langeweg. Dat is in die jaren beslist een indrukwekkend rijtje.

 

Wereldtop

Ook al had hij de toen tweevoudig Nederlands kampioen Hans Ree niet verslagen (want die deed niet mee), mocht Scholl op de Olympiade van 1970 in Siegen toch aan het eerste bord spelen. Daar deed hij het met 10,5 uit 17 uitstekend. Als zijn beste prestatie noemt hij zijn overwinning op Larry Evans. Bij de IBM-toernooien van 1970 en 1971 speelde hij remises tegen Spasski (wereldkampioen), Geller, Keres, Hort, Smyslov, Uhlmann en Gligoric. Hij hield de wereldtop op remise en versloeg Donner in die twee toernooien beide keren.

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 3 juni 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Eindspeltest

Grootmeester Twan Burg laat weten dat hij op het internet ergens een leuke eindspeltest gevonden heeft. Deze is samengesteld door een aantal onderzoekers die het nodige te weten willen komen. Het gaat om 48 stellingen. Bezoekers van Schaaksite zijn bij deze uitgenodigd om hun eindspelkennis te testen en te zien of ze Twan kunnen verslaan. Hij had namelijk 47 van de 48 correct. Hier is de link van deze interessante eindspeltest.  

Lees meer >

Chess Training for Candidate Masters

Chess Training for Candidate Masters is het eerste Engelstalige boek van Alexander Kalinin. Bij de naam Kalinin gaat misschien niet meteen een belletje rinkelen, maar volgens de cover is hij een prominente Russische trainer. Zo heeft Kalinin jeugdwereldkampioen Daniel Naroditsky en Europees vrouwenkampioen Valentina Gunina getraind. Daarnaast heeft hij samen met Kortchnoi een driedelige serie over de Franse opening gepubliceerd. Deze Russische boeken zijn (helaas) niet naar het Engels vertaald.

In Chess Training for Candidate Masters ligt de nadruk op zelfstandig nadenken. Kalinin erkent dat de computer het algehele schaakniveau op een positieve manier heeft beïnvloed, maar hij wijst ook op de valkuilen van het elektronische hulpmiddel. Geleidelijk aan zijn steeds meer jonge spelers gestopt met het zelfstandig analyseren van partijen en doet de computer al het werk. Om een betere schaker te worden, is het essentieel je begrip van het spel te vergroten!

Terug in de tijd

Kalinin probeert een balans te vinden tussen het gebruik van de computer en het menselijke besluitvormingsproces. Hij vindt het belangrijk om de opkomende jeugd kennis te laten maken met trainingsmethoden uit het pre-computer tijdperk. De vier belangrijkste methoden om zelfstandig aan schaken te werken zijn volgens hem:

Lees meer >

“Modellen van de werkelijkheid en de werkelijkheid van modellen” door Hans Meijer. Column van Schaakvereniging Promotie.

Over modellen wilt u vast wel iets meer weten, nietwaar? En deze column van Hans bevat ook nog eens een foto! Lees zijn column hier !

Schaakrubrieken weekend 27 mei 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

“Eiland-magie” door Jan Willen Duijzer. Column van Schaakvereniging Promotie.

Als schakers staan we midden in de maatschappij. Toch gaat deze column van Jan Willem over een eiland.

In mijn column van 3 maart jl. heb ik gepleit voor open (top-)toernooien, in plaats van de tegenwoordig vaak saaie gesloten toptoernooien. Zie: http://www.svpromotie.nl/Senioren/uploads/JWD03mrt.pdf Net na de “Reykjavik Open 2017”, die Giri met zeven overwinningen (!) en drie remises schitterend won, behoeft dat betoog geen verdere toelichting meer, lijkt me. Ongelijke krachtsverhoudingen, een dagelijks verrassende indeling en prestatiebeloning doen wonderen. Of is er meer de hand? Is er misschien sprake van eiland-magie? Schakers gedijen bij isolement. Hoe eenzamer hoe beter.

Zelfs onvrijwillig isolement, in een gevangenis, kan vruchtbaar zijn voor de schaakontwikkeling. Bekend is dat Mandela met zijn medegevangenen op Robbeneiland tot een behoorlijk schaakniveau kwam. Vrijwillig isolement verdient natuurlijk de voorkeur. Eilanden zijn daarvoor ideale plekken. Met als beste voorbeeld IJsland, waar Spasski en Fischer in 1972 dankzij de gekozen afzondering hun tweekamp konden spelen en waar tot de dag van vandaag sprake is van een levendige en hoogwaardige schaakcultuur. Grappig om te weten is dat IJsland beschikt over een soort mini-IJsland, in de vorm van een klein noordelijk eilandje, Grimsey. In de 19e eeuw is dit eiland ‘geadopteerd’ door de Amerikaanse mecenas Willard Fiske, die zijn liefde voor het schaken met succes overbracht op de inwoners. Fischer was niet de eerste schaak-inspirator van IJsland, Fiske ging hem voor. Op de bijgevoegde foto is de sfeervolle vuur(schaak)toren van het eiland te zien. Splendid isolation!

Lees de column hier helemaal!

Lees meer >

Schaakrubrieken weekend 20 mei 2017

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

Top-40 Nederlandse schakers. 31: Henri Weenink

In de top-40 omdat hij de nummer twee was achter Max Euwe en dus nooit Nederlands kampioen kon worden. Niet al te hoog omdat hij die tweede plaats door zijn tragische dood wel heel kort bezette.

 

Henri Weenink (geboren 17 oktober 1892) nam slechts eenmaal deel aan het Nederlands kampioenschap. In 1929 werd hij samen met Salo Landau tweede achter Euwe. Toch werd hij al in 1927 gevraagd voor Nederland aan het tweede bord op de Olympiade te spelen, achter Euwe. In kleinere toernooien had hij zich bewezen. In 1928, 1930 en 1931 zat hij bij afwezigheid van Euwe zelfs aan het eerste bord. In 1930 in Hamburg scoorde hij met 10 uit 16 goed, bij de andere Olympiades scoorde hij onder de vijftig procent.

Een succes was het kampioenschap van Amsterdam in 1928 dat hij won voor Landau. In 1930 won hij een zeskamp in Amsterdam, waar hij Euwe en Landau versloeg. Weenink won hier en daar partijen van Reti, Rubinstein en Marshall, maar dat ging niet gepaard met toernooizeges. Een matchnederlaag tegen Reti met 3,5-6,5 kon met niet meer worden afgedaan dan ‘goed gedaan’.

 

Veelzijdig

Weenink diende de schaakwereld op een veelzijdige manier. Hij schreef in de jaren twintig de schaakrubriek in de Oprechte Haarlemsche Courant, de voorloper van het Haarlems Dagblad. Hij deed dat op bijzonder luchtige en zelfs vrolijke manier, met als curiositeiten ieder jaar voor 1 april een fantasieverhaal rond leuke schaakproblemen.

Lees meer >