Schaakrubrieken weekend 24 september 2016

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.
Vorig jaar op de clubavond van UVS probeerden 1900 speler Thomas Willemsen (niet te verwarren met IM Thomas Willemze) en ikzelf het ongelijk te bewijzen aan IM David Miedema tijdens de analyse van een eindspel toren+pion tegen loper+paard met pionnen op beide vleugels. Wij beweerden stellig dat de 2 stukken het makkelijk moesten houden, terwijl de meester andersom beweerde. Hoe erg we ook probeerden, de meester won steeds.
De Verenigde Staten hebben de Olympiade gewonnen, terwijl ze eigenlijk gelijk waren geëindigd met Oekraïne. Hans Ree en Gert Ligterink vonden dat in hun krantenrubriek eigenlijk niet eerlijk. Dat ze vrijwel dezelfde rubriek schreven, daar kom ik aan het eind nog even op terug. Beiden hadden een déjà vu naar 1980, toen de strijd tussen de Sovjet-Unie en Hongarije werd beslist op een bord in een veel lagere wedstrijd.

Frans Kuijpers (hier in 1971) deed veertien uur over zijn laatste partij.
Zelf dacht ik terug aan 1976, toen Nederland in Haifa met een tweede plaats het beste resultaat in de geschiedenis haalde. De afwezigheid van Oostbloklanden speelde daarbij mee, maar het bleef een geweldig resultaat. Weliswaar eindigde Nederland een half bordpunt achter de VS en was er dus geen sprake van een gelijke eindstand, maar een overeenkomst met nu was dat de beslissing op een wel heel laat moment viel. Namelijk na de geplande sluitingsceremonie.
Welshman ziet geen winst
Nederland kwam naar Israël met wat toen de ‘grote vier’ waren: Jan Timman, Genna Sosonko, Hein Donner en Hans Ree. De ‘invallers’ Gert Ligterink en Frans Kuijpers speelden ongeveer evenveel partijen.
Met Timman als absolute uitblinker aan het eerste bord ging Nederland van de zevende tot en met de twaalfde ronde aan de leiding. Na die twaalfde ronde hadden Nederland en de VS elk 33,5 bordpunt (daar ging het om) en Engeland een halfje minder. Als ze in de dertiende en laatste ronde gelijk zouden blijven, zou Nederland goud winnen.
Tenminste, als Engeland hen niet voorbij zou streven, maar dat gebeurde niet. John Nunn blunderde tegen Oostenrijk, waarna Nederland en de VS als kanshebbers overbleven. Nederland speelde tegen Finland, de VS tegen Wales. De opgave werd zwaar, de VS kwamen op 3-0. Sosonko won, maar Ligterink speelde remise.
Lees meer >De eerste column in dit nieuwe seizoen van Hans Meijer is een feit. Ik heb hem al gelezen, en met veel plezier. Nu is de beurt aan u. Lees de column hier !

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.
Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.
Een aantal keer kwam ik in de situatie dat er in de laatste ronde van een toernooi gestreden moest worden voor een titelnorm. In een partij, die ik helaas niet meer heb terug kunnen vinden, ging het om het verschil tussen een bepaalde torenzet. Als ik de toren een veldje minder ver had gezet, had ik gewonnen. In de partij ‘schoot’ die toren net even door en toen werd het remise. Dat was het verschil tussen wel of niet een IM-norm. U begrijpt dat toen dat na de partij was geconstateerd, ik daar wel een halve nacht wakker van heb gelegen.

Hans Ree (anno 2016). De foto is van Frans Peeters tijdens de wedstrijd Stukkenjagers – Caissa uit het vorige seizoen.
Nadat ik dat fragment in het clubblad van mijn toenmalige vereniging (de Eindhovense Schaakvereniging) had gezet, was er gelukkig een clublid die het eindspel nog eens uitvoerig analyseerde. Zijn conclusie was dat ik toch rustig had kunnen slapen, omdat de partij in beide gevallen – bij de beste verdediging – in remise had moeten eindigen.
Dit gevalletje riep bij mij automatisch de associatie op met een voorval dat de Nederlandse grootmeester Hans Ree in 1979 in Lone Pine (Verenigde Staten) overkwam. Ree, die toen nog een sterke IM was en zijn grootmeesternormen telkens op een haar na miste, zat in de laatste ronde tegen de Joegoslaaf Sahovic wederom voor een GM-norm te spelen. Op de 48ste zet moest hij een belangrijke beslissing nemen. Wat was beter? 48. Te7 of 48. Te8 ? Ree speelde de eerste van deze twee mogelijkheden en de partij eindigde in remise. Na afloop werd gevonden dat het tweede alternatief wel gewonnen had. Weg grootmeesterresultaat en ook weg 8000 dollar, indertijd (en nu ook nog) een fors bedrag. Uiteraard werd dit wrede lot uitgebreid beschreven in het blad Schaakbulletin.
Nu, na zoveel jaren, kwam ik deze partij weer tegen omdat ik een les rondom toreneindspelen aan het voorbereiden was. En warempel: met een sterke engine op de achtergrond blijkt dat ook nu beide zetten in remise moeten eindigen bij correct spel. We kunnen wel vaststellen dat zwart na de tweede mogelijkheid (48. Te8) maar één goed antwoord heeft, maar daarna is de stelling ook remise. Kortom: hierbij kunnen we Ree alsnog geruststellen!
Lees meer >
Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.
Tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro hebben we het Wilhelmus regelmatig kunnen horen, bij het begin van sommige teamwedstrijden en gelukkig ook een paar keer bij de medaille-uitreikingen. Een mooie zin uit ons volkslied (hoewel lastig om te zingen) vind ik: “De tirannie verdrijven, die mij mijn hart doorwondt”, al is die (in dit geval: Spaanse) tirannie voor Nederlanders iets uit een ver verleden.
Het is goed om te beseffen dat in sommige Europese landen de tirannie nog maar kort geleden is verdreven.
Lees meer >In de afgelopen Olympiade werd mijn oog getrokken naar een eindspel van onze Anna-Maja Kazarian, dat vermoedelijk bij de meeste mensen in de vergetelheid zal zijn geraakt. Het ging om het slot van de partij Cosma – Kazarian uit de derde ronde van ons damesteam tegen Roemenië. Het was eigenlijk het enige lichtpuntje in een wedstrijd waarin de onzen flink klop kregen. Anna-Maja hield een lastig eindspel remise. Wat was er dan zo bijzonder dat ik nu hierop terug wil komen? Vergelijkt u eens de volgende diagrammen met elkaar:


















Het eerste is uit bovengenoemde partij Cosma – Kazarian, het tweede is uit een partij Kotov – Pachman, Venetië 1950.
Ik heb die partij als trainingsstelling in mijn archief zitten, als voorbeeld hoe wit bepaalde voordelen uit een minderheidsaanval kan halen. Deze stelling komt voort uit de Ruilvariant van het Klassiek Damegambiet en veel strategen willen graag bewijzen dat zij een dergelijk voordeel in winst kunnen omzetten. Het is bijzonder leerzaam om te zien hoe Kotov te werk gaat.










Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.
Een discussie van eindspelproblemen bij de lezing van Remke Kruk over het schaken in de Arabische cultuur (Cultureel Intermezzo bij het NK schaken 2016).
We geven hieronder een paar schaakproblemen die in de oude Arabische wereld circuleerden. Ze zijn afkomstig van beroemde schakers uit de 9e en 10e eeuw, zoals al-Adli en as-Suli (ook wel gespeld als as-Soeli).
In een tweede stuk geven we scans en nog drie problemen;
Lees meer >