Schaakrubrieken weekend 20 augustus 2016

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.
Het eeuwenoude en koninklijke schaakspel is een fascinerend onderwerp voor wetenschappelijk onderzoek. Een soort ‘heilige graal’ voor onderzoekers. Voor verschillende vakgebieden is het schaakspel interessant zoals (kunstmatige)intelligentie, psychologie, speltheorie, wiskunde en computerkunde. Nu de machine de mens heeft verslagen en de schaakcomputers sterker zijn dan de wereldkampioen leek een voorlopig eindpunt bereikt. Niets is minder waar. In september 2015 verraste een Canadese schaker en student computerkunde de wereld met een geheel nieuwe en radicaal andere benadering van het computerschaak. Grensverleggend! Even was hij wereldberoemd en kreeg hij veel publiciteit totdat verrassende wendingen zich voordeden. Ging dit baanbrekende nieuws geruisluis aan de Nederlandse schaakwereld voorbij?
Een ‘must-read’ voor schakers en (schakende) studenten aan onze (technische) hogescholen en universiteiten! Een uitdaging?
Schaakwonderkinderen
Recent zond de Belgische tv de documentaire ‘De Polgár-variant’ uit. Het ging over de opvoeding en opleiding van de drie Polgár-zusjes in het communistische Hongarije. Drie schaakwonderkinderen, waarvan Judit de beste werd.
Op 13-jarige leeftijd speelde Judit Polgár, de jongste van de drie zusjes al op meesterniveau met een Elo rating boven 2300. Judit was toen niet de enige met dit niveau. Ook de in Londen geboren Demis Hassabis was een uitzonderlijk jeugdtalent. Hij was enkele dagen jonger dan Judit en hij had ook een rating van rond de 2300. Demis bezettte de tweede plaats achter Judit op de wereldranglijst junioren onder veertien jaar! Judit maakte carrière in de schaaksport, Demis ging werken en studeren, richtte een bedrijf op en kreeg na overname een topjob.
Lees meer >Zoals velen weten had Johan Cruijff aanleg voor meer sporten dan alleen voetbal, zoals honkbal, biljarten en golf. Minder bekend is dat hij ook een aardig potje schaakte.
Negen (Cruijff’s andere rugnummer) schaakwijsheden van nummer veertien:
1. Als je niet schaak zet, ken je niet winnen.
2. Zwart kan niet winnen, maar wit ken wel verliezen.
3. Voordat ik een foute zet speel, doe ik een andere.
Lees ook deel 1 , deel 2 en deel 3
Over schakers met of zonder stalen zenuwen, het fenomeen de onbedoelde zet, de ‘angstgegner’ en sterke staaltjes in de schaaksport. Ook een gedicht, alles komt voorbij.
De Zwarte Dood
De Britse Joseph Henry Blackburne (Manchester 1841- London 1924) behoorde tot de sterkste schakers in de tweede helft van de negentiende eeuw. Hij leerde pas op zijn achttiende schaken en werd al snel een zeer sterke speler. Zijn professionele schaakcarrière duurde meer dan 50 jaar. Hij deed veel aan de promotie voor het schaken door het geven van simultaans en blindschaak optredens. Hij maakte vaak grappen met zijn tegenstanders en de toeschouwers. Bij simultaans stopte hij regelmatig om whisky te drinken. Het verhaal gaat dat hij soms zo geconcentreerd was dat hij het verschil niet zag tussen een glas whisky en een glas water. Een keer dronk hij uit het glas van zijn tegenstander. Toen deze hem hierop wees repliceerde hij:’ You left it en prise and I took it en passant’
Toen hij in 1872 tegen tien deelnemers tegelijk blind schaakte in de concertzaal van Crystal Palace Hall werd tegelijkertijd het Te Deum van Sullivan uitgevoerd. Voor Blackburne was schaken vooral ook veel plezier beleven.
Blackburne wordt gezien als een icoon van het romantische schaak omdat hij een zeer aanvallende en tactische speler was. Na een belangrijk toernooi in Wenen in 1873, waar hij voor de eerste plaats ging maar het in de play offs moest afleggen tegen Steinitz, kreeg hij de bijnaam De Zwarte Dood (door zijn grote zwarte baard en zijn agressieve speelstijl) en ook de ‘man met de stalen zenuwen’.
Lees meer >
Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.
Over Euwe is de Euwe-mars geschreven, Hans Böhm heeft zelf een cd opgenomen, maar er is waarschijnlijk geen goede Nederlandse schaker geweest die zo vaak bezongen is als Jannes van der Wal. Bekend geworden als dammer, werd hij aan het eind van zijn leven een fanatieke schaker die topgrootmeesters goed partij kon bieden (zie partij aan het einde van dit artikel). Er waren al twee nummers over hem, daar is nu dankzij Meindert Talma een derde bijgekomen. In dit artikel zal ik alledrie de nummers bespreken.
Het eerste nummer dat over Van der Wal geschreven werd, werd in 1985 door hemzelf ingezongen. Hij kon ongeveer net zo goed zingen als “Oei oei oei” Johan Cruijff, slecht dus, en daar werd in het nummer de draak mee gestoken: “Hou op! Janus hou je kanus!” (Jannes tussendoor: “Jannes is de naam”) “Als jij gaat zingen ben je een gevaar!” Al was niet alleen de zang slecht, zo leren we op het einde van het nummer: “Waardeloos orkest”. Kortom, bepaald geen goed nummer, maar wel grappig.
Lees meer >
Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.
Wie zondagavond na middernacht nog tv wil kijken, bijvoorbeeld in afwachting van de Olympische zwemfinales, kan rond middernacht kijken naar een documentaire over de Polgar-zussen.
https://youtu.be/E5z9wx_rocc
Het gaat niet over hun periode als wereldtoppers, maar over hun jeugd. Centraal staat het experiment van hun vader, die al voor hun geboorte besloot dat ze topschakers (m/v?) zouden worden. Oud nieuws dus, misschien overbekend, maar er zijn vast lezers van Schaaksite die het graag willen zien.
Lees meer >De Olympische Spelen in Rio zijn al begonnen en vandaag, vrijdag, vindt de officiële opening plaats. Grenzen worden verlegd of nèt niet. Records en reputaties sneuvelen. Sporters stijgen boven zich zelf uit of nèt niet. Oude sporthelden nemen afscheid en nieuwe sporthelden staan op.
Kunnen Dafne, Epke, Ranomi, Marianne, Tom en de vele anderen de hoge verwachtingen waarmaken? We zullen het zien.
Het sportboek Grenzen verleggen
In het boek Grenzen verleggen dat recent verscheen gaan de onderzoekers Rick Lahaye en Thomas Waanders op zoek naar de vraag waar de grens ligt van het menselijk potentieel bij inspanning. Onder het verleggen van grenzen verstaan zij: doorgaan waar iemand normaal gesproken door vermoeidheid, pijn of ongemak gestopt zou zijn.
Ze wilden de inzichten, die de gesprekken met de topsporters hen opleverden, koppelen aan de inzichten die de wetenschap hen biedt. Daarom hebben zij de antwoorden van de (ex-)topsporters voorgelegd aan wetenschappers die toonaangevend zijn binnen hun vakgebied.
Hoofdstuk 1 begint al met een uitsmijter:
‘Als je niet dood neervalt na het passeren van de eindstreep, dan had je sneller gekund.’ Als je deze uitspraak van de Zuid-Afrikaanse wetenschapper Timothy Noakes voorlegt aan gouden medaillewinnaars , zijn ze zichtbaar getriggerd. Bij de meesten verschijnt er een grote glimlach op het gezicht. ‘Ja dat geloof ik wel.’ Andere sporters zijn het hier niet mee eens. ‘Onzin! Als je extreem uitgeput bent, kun je absoluut niet harder.’
Rick en Thomas hebben hun bevindingen, na gesprekken met de sporters, uitgewerkt in meer dan tien thema’s. Ik heb er enkele uitgekozen.
Lees meer >
Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.