Schaken. De man-vrouw-verschillen. En coolness
Menig krant vroeg het zich de afgelopen dagen af: schaken vrouwen slechter dan mannen en zo ja, waarom? Vaak kregen we zelfs de naïeve vraagstelling: ‘Waarom staan ze nu onderaan bij Tata Steel?’ (…)
Zelf heb ik mij nooit superieur gevoeld aan een schaakster. Ik speelde, een uitzondering daargelaten, doorgaans tegen vrouwen die véél beter zijn dan ik, en met hun ogen dicht nog zouden winnen. Mogelijk voelden zij zich superieur aan mij– en gelijk dat ze hadden!
Lees meer >
Iedereen heeft in zijn boekenkast wel boeken staan die je beschuldigend aanstaren. Ooit toen je ze kocht, had je je voorgenomen er heel veel aandacht aan te besteden, een verrijking van je leven, een stap in je ontwikkeling, om uiteindelijk ze op te bergen in je kast en er niet of nauwelijks meer naar om te kijken.
“Mijn schaamtegrens ligt bij 2200”, zei Rob Witt toen hij aan het eind van zijn leven daaronder dreigde te zakken. Hij was toen al ernstig ziek. In al zijn ironie maakt die uitspraak duidelijk hoe identiteit (wie ben ik, wat kan ik) voor veel schakers bijna griezelig verbonden is met Elo-rating.
Wekelijks publiceren we de schaakrubrieken van Dimitri Reinderman voor HDC Media, Henk Prins voor het Reformatorisch Dagblad, Nick Maatman voor Dagblad van het Noorden / Leeuwarder Courant en Hans Ree in de Groene Amsterdammer.
Het is al weer van even geleden dat ik u in deze rubriek mocht berichten over de – naar mijn idee – vele wetenswaardigheden uit Venlo’s rijke schaakhistorie. Zoals de zwarte gaten daarin, onder meer het omstreden oprichtingsjaar van de VSV, de status ten tijde van 
