Schaakrubrieken weekend 26 mei 2018

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.
Lees meer >
Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.
Lees meer >
Tegenwoordig worden schakers opgeleid door middel van de stappenmethode en daarmee worden hun tactische inzichten goed verbreed en daarnaast zijn er ook verschillende boeken en websites die vol staan met tactiek opgaves om mee te kunnen trainen. Ik zelf heb hiervan ook maar vaak genoeg gebruik gemaakt in mijn schaakcarrière. Wat trucjes vinden in een stelling is het probleem dan ook niet van vele schakers, maar kunnen ze ook altijd zien of ze goed staan zonder dat daarbij een materialistisch verschil komt kijken? Ik maak mezelf hier ook schuldig aan dat dit niet altijd lukt. Natuurlijk zie je het wel eens, maar op het gebied van strategie ondervind ik zelf een stuk meer problemen dan in het tactiek gedeelte. Toen ik dan ook het boek Strategic Chess Exercises van Emmanuel Bricard (peakrating: 2511) voorbij zag komen had ik snel interesse om dit boek door te werken.
Lees meer >
Deze rubriek is gemaakt voor schaaksite.nl en is terug te vinden onder het kopje ‘Schaakhistorie’.
Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaak¬geschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over Mikhail Tal. In deze nieuwe aflevering zullen we het hebben over Tigran Petrosian (1929 – 1984).

Tigran Petrosian
Een van de vorige afleveringen van deze serie over de schaakgeschiedenis ging over de Rus Mikhael Botwinnik (1911 – 1995) die, nadat hij de wereldtitel had veroverd, deze driemaal kwijtraakte aan een landgenoot. In 1963 verdedigde Botwinnik nog eenmaal zijn titel, ditmaal tegen Tigran Petrosian, die zijn rivaal pas in de slopende slotfase van de tweekamp de baas was. Omdat de revanchetweekamp inmiddels door de Fide was afgeschaft, behield Petrosian in de daarop volgende jaren de titel.
Met Petrosian is een speler genoemd die bekend stond om zijn zeer speciale speelstijl. Zijn bijnaam “De Tijger” geeft precies aan hoe zijn spel in elkaar stak. Als een echte tijger sloop hij om zijn prooi en sloeg af en toe een klauw uit. Vervolgens wachtte hij met ijselijk geduld op het moment dat deze geen kant meer op kon. Daarna nam hij zijn prooi in de tang om hem niet meer los te laten. Petrosian had een uitstekend gevoel voor gevaar, maar omdat hij iets te defensief was ingesteld stond hij ook erg veel remises toe. Daarom viel het hem als toernooispeler niet mee om veel evenementen te winnen. Als matchspeler daarentegen kwam hij altijd heel ver, omdat hij bijna niet te kloppen was en met zijn onuitputtelijke geduld bereid was om het kleinste foutje van de opponent af te wachten. Zijn grote voorbeeld was Nimzowitsch, waarvan hij het meesterwerk ‘Mein System’ bijna uit zijn hoofd kende. In de volgende partij zien we een vlekkeloze demonstratie van een ‘wurgpartij’ zoals we die van hem gewend waren.
Lees meer >
Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.
Lees meer >
Na Play 1…b6 (2005), The Philidor Files (2007) en Play the Scandinavian (2010) komt de Franse grootmeester Christian Bauer in 2018 met een nieuw boek, Candidate Moves. Na drie openingsboeken was het tijd voor iets anders. Aan de hand van 41 partijen van Bauer worden een viertal thema’s besproken: kwaliteitsoffers, tactische stellingen, koning in het centrum en rustigere partijen. Opvallend hierbij is dat iedere partij tweemaal wordt behandeld: één keer vanuit het witte perspectief en één keer vanuit het zwarte perspectief.
Bauer is geen onbekende in Nederland. Zo heeft hij afgelopen Pinksterweekend nog het Limburg Open (gedeeld) op zijn naam geschreven. Iets wat hij in 2017 ook al had gepresteerd. Het jaar daarvoor werd hij gedeeld tweede. Drie van de geanalyseerde partijen zijn afkomstig uit dat toernooi. Dat Bauer een sterke grootmeester is, blijkt eveneens uit zijn piekrating van 2682. Daarnaast heeft hij driemaal het kampioenschap van Frankrijk gewonnen.
Lees meer >
Het verhaal in de Top-40 van Johan Hut over grootmeester Jan Hein Donner heeft de gemoederen flink in beweging gebracht. Zoals de Amsterdammer dat gedurende zijn leven zelf ook al volop voor elkaar had gekregen, lukt het hem zoveel jaren na zijn dood toch ook weer. Het boek De Koning van Tim Krabbé en Max Pam laat ook zien hoe Donner er vaak in slaagde om te provoceren en te choqueren. Maar dat hij de lachers meestal op zijn hand kreeg, is ook een feit.

Jan Hein Donner (foto Wikipedia)
Als jonge snuiter van 22 jaar heb ik hem nog even van nabij meegemaakt. En ik moet zeggen dat het een hele belevenis was. Als totale outsider had ik me gekwalificeerd voor het Nederlands Kampioenschap in 1981 in Leeuwarden. Het ging toen om een veertienkamp, dat waren nog eens tijden… Er werd gespeeld in een soort van theater en alle spelers waren ondergebracht in het fameuze Oranjehotel.
Mijn eerste contact met Donner was al heel bijzonder. Bij de loting kwam uit de bus rollen dat ik al in de eerste ronde tegen de Grand maître zou spelen. We zaten aan een lange tafel en Donner keek wat meewarig, mompelde mijn naam (“Grooten, Grooten, wie is dat?”). Uit alles bleek dat hij niet wist wie de debutanten waren (er waren er drie, naast mij Rini Kuijf en Coen Stehouwer) en wat hij er zich bij voor moest stellen.

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.
Lees meer >Het duurde nog vrij lang voordat Loek van Wely kampioen van Nederland werd, maar toen werd hij het ook zes keer achter elkaar. Toen hij negen jaar na zijn zesde titel een tweede topperiode inging, mocht hij zich definitief een van de allergrootste Nederlandse schakers aller tijden noemen.

Tijdens het Remco Heite Toernooi 2014. Foto: Lennart Ootes
Loek van Wely (geboren 7 oktober 1972) werd in 1988 en 1989 jeugdkampioen van Nederland en debuteerde in 1991 op het NK met een vijfde plaats. In de rest van de jaren negentig werd hij twee keer derde, twee keer vierde en een keer achtste. Het lukte in eigen land dus nog niet, terwijl hij over de hele wereld successen haalde in open toernooien. Van Wely won open toernooien in Berlijn 1991, Philadelphia 1992, New York 1996 en Antwerpen 1996.
In 1996 vroeg Kamski hem als secondant voor zijn WK-match tegen Karpov. Van Wely zei ja en belde vanaf Schiphol nog even een KNSB-bestuurder om te zeggen dat hij toch maar niet meedeed aan het NK. De programmaboekjes waren echter al gedrukt en de jonge wereldreiziger kon een groot conflict nog net afwenden met een schadevergoeding voor nieuwe boekjes. Een jaar later, december 1997, haalde hij bij het FIDE-WK in Groningen (voor het eerst een knock-outtoernooi) de kwartfinale. Van zijn prijzengeld van 76.800 dollar, waarvan hij eerst luidkeels aan journalisten voorrekende hoeveel FIDE-heffing, BTW en inkomstenbelasting hij daarvan moest betalen, zou hij vervolgens een dikke BMW kopen. Dat deed hij ook, maar pas nadat hij eerst zijn rijbewijs haalde.
Die bravoure was er ook in interviews en andere mediamomenten, als de vraag aan de orde was wie de sterkste schaker van Nederland was. Timman, Piket en Van Wely gingen gelijk op. De mediastrijd leidde tot een match tegen Timman in 1998 in Breda. Na drie partijen stond Van Wely twee punten voor, maar Timman kwam terug tot 5-5. Van Wely won de barrage van rapidpartijen, maar verkondigde direct dat hij het gelijkspel als een nederlaag beschouwde.
Lees meer >
Toen ik in 2012 met enkele vrienden van de Koninklijke Brugse schaakkring een toernooi in het Spaanse Benasque speelde, waren twee van hen, Frederic Decoster en Linton Donovan, in de ban van de Tarrasch-verdediging. Ik was toen net begonnen met het spelen van 1. d4 en met de nuances en subtiliteiten van de Tarrasch-verdediging was ik onbekend. In mijn onwetendheid ging ik ervan uit dat wit makkelijk spel had tegen de geïsoleerde pion op d5. Dat was natuurlijk wel erg kort door de bocht aangezien veel giganten uit het verleden de Tarrasch in hun repertoire hadden. Frederic en Linton lieten me toen zien welke gevaarlijke ideeën zwart tot zijn beschikking heeft en sindsdien had ik altijd wat schrik om de Tarrasch tegen te krijgen, wat ook weer overdreven was. In 2011 verscheen het boek The Tarrasch Defence van Jacob Aagaard en Nikolaos Ntirlis wat gerust een standaardwerk genoemd mag worden. Het boek leidde tot een opleving van de opening die vooral populair was in de jaren 70 en 80. Sinds 2011 heeft men natuurlijk niet stilgezeten en volgens de laatste stand van de theorie heeft zwart volgens mij wat probleempjes. Ik was dus benieuwd wat Alexey Bezgodov zou vertellen in The Art of the Tarrasch Defence dat eind 2017 verscheen bij uitgeverij New in Chess.
Hans Meijer neemt ons in zijn column mee naar Argentinië. Natuurlijk mag een schaakopgave niet ontbreken.
Na een busreis van vijf uur kwamen Bernard Bannink en ik vanuit Buenos Aires in Mar del Plata aan. Daar hadden we ons ingeschreven voor het 49° Abierto Internacional Ciudad de Mar del Plata. Sinds mijn vorige toernooi in Andorra waren er vier jaar verstreken en had ik vrijwel geen partij gespeeld.
Lees meer >