Rubrieken

Recensie: Under the Surface – 2nd Edition

Hoe kan het toch dat een grootmeester zoveel sterker is dan een gewone clubspeler? Ziet een grootmeester meer mogelijkheden? Kan een grootmeester accurater of sneller rekenen? Kent een grootmeester meer openingen? Tot op zekere hoogte is het allemaal waar. Op elk vlak schiet een clubspeler tekort tegen een grootmeester. Het grootste verschil wordt volgens auteur Jan Markos gemaakt doordat een grootmeester dieper kijkt dan een clubspeler. Een clubspeler kijkt veel te oppervlakkig naar een stelling.

Lees meer >

Vraagje

We nemen de beginstelling. Wit speelt 1.a3. Construeer een partij die eindigt met 5.Txe5 mat.

Een aardig probleempje, waarvan ik de oplossing (nog) niet ga verklappen. In mijn niet meer geheel betrouwbare herinnering legde iemand dit de deelnemers voor tijdens het NJK van 1973. Mijn vraag is: klopt dit? Als iemand ook nog de bron of bedenker ervan weet, graag.

Lees meer >

“De Prins variant” door Hans Meijer

https://schaaksite.nl/wp-content/uploads/2020/09/Logo.png

In zijn artikel ‘Lodewijk Prins tot op het bot principieel’ vertelt Dirk Goes dat Robby Kevlishvili nog nooit van Lodewijk Prins gehoord had. Dat verbaasde mij want ik verwacht dat een grootmeester op de hoogte moet zijn van de openingen die wereldkampioenen en hun rivalen spelen. Lees de hele column in PDF.

De columnisten van SV Promotie schreven samen meer dan 1000 columns.

Schaken en tragiek

 

Schaken kan mensen veel brengen. Mij bijvoorbeeld brengt het veel. Ook toppers hebben zo hun verhouding met het spel.

Schaken kan ook ongeluk veroorzaken. Ene Shaikidow (rating rond de 1500) schreef enkele dagen terug op het forum van chess.com:

I’ve played chess for more than half of my life now. I used to be obsessed with it.

Lees meer >

Recensie: Playing the Nimzo-Indian door Renier Castellanos

Wie opgegroeid is in de jaren 80 of 90 van de vorige eeuw is beslist niet verwend: wij zijn opgegroeid met schaakboeken van zeer bedenkelijk niveau – maar er was niets anders. Natuurlijk waren er positieve uitzonderingen. Wat me zo te binnenschiet: de stappenmethode, Bronsteins Zürich 1953, Fischers My 60 memorable Games, Tals Life and Games. In de jaren waarin een grondig fundament voor het schaakbegrip gelegd moet worden, werden wij vanuit educatief perspectief bestookt met dogma’s (“speel niet met een randpion”, “openingsstudie is irrelevant tot 2300”, “open de stelling alleen als je het loperpaar hebt.”).

Lees meer >

Korte CV: Oele Dijkhuis

Mijn naam is Oele, 23 lentes jong. Ik woon momenteel in Rotterdam en vond schaken al op jonge leeftijd leuk en leerde het spel in Utrecht, nadat mijn broers mij waren voorgegaan. Als hoogtepunt ben ik op mijn vijftiende Nederlands kampioen geworden onder 16 jaar. Ik speelde veel toernooien in het buitenland; dat waren mijn leukste schaakervaringen. Met de Siciliaanse Draak pakte ik vaak punten en ook het Italiaans speel ik graag.

Lees meer >

Groningen ronde 3: niets dan narigheid [UPDATE]

In de derde ronde van het Schaakfestival Groningen mochten de acht koplopers tegen elkaar. Aan het begin van een toernooi denkt men nog niet aan normen, prijzengelden en ratingbehoud en willen de spelers winnen. En dat was te merken. Thomas Beerdsen offerde met zwart tegen Elias Ruzhansky een pion voor het loperpaar en Vitaliy Bernadskiy had daar met wit tegen Mykola Korchynskyi zelfs twee pionnen voor over.

Lees meer >

RD-winterpuzzel 2025

De avonden worden langer, de haard stoken we op, hoe gezellig kan het zijn om dan een schaakpuzzel op te lossen. Het oplossen van schaakproblemen is meestal ook bezig zijn met een puzzel. Voor schakers die graag stoeien met lopers en torens is het een uitdaging.

Maak zelf een schaakprobleem

De zes diagrammen moeten worden opgelost. De eerste drie problemen zijn tweezetten (wit begint en zet zwart mat op de volgende zet).

Lees meer >

Recensie: Ulf – the Attacker! door Thomas Engqvist


Als er één speler is die – met zijn bijzondere speelstijl – de aandacht verdient, is het wat mij betreft de Zweedse grootmeester Ulf Andersson. Hij behoorde een tijd tot de wereldtop met zijn zuiver strategische stijl en hij stond bekend om zijn fenomenale eindspeltechniek. Sommige mensen vonden dat zijn spel niet tot de verbeelding sprak, maar dat ben ik grondig met hen oneens.

Inderdaad: het lijkt allemaal dat veel van zijn partijen rond het isgelijkteken (ofwel in de tegenwoordige computertermen 0.00) hangen, maar bij het naspelen van veel partijen blijkt dat toch niet waar. Zo bediende Andersson bijna zijn gehele carrière tegen 1.e4 zich van het Siciliaans dat in de eerste plaats toch een vechtopening is. Voor mij was het altijd speciaal hoe tegen de gevaarlijkste aanvalsspelers ter wereld ook deze ondoorzichtige jungles overeind bleef en vaak ook nog won. Een belangrijke reden waarom ik zijn partijen met verhoogde interesse volgde was omdat hij graag het zogenaamde “egelsysteem” speelde. Ondanks een groot gebrek aan ruimte is opmerkelijk hoe groot de veerkracht is van deze speelwijze. Toen er een boek verscheen met de opmerkelijke titel “Ulf, the Attacker”, keek ik dan ook verwonderd op. Want eerlijk gezegd kende ik hem niet zo, maar grootmeester Thomas Engqist is er wat mij betreft volledig in geslaagd om deze kant in het spel van Ulf mooi te belichten. En eigenlijk durf ik nu te zeggen dat ik begrijp hoe Andersson zijn ontwikkeling naar de top heeft kunnen maken en vooral ook, hoe het komt dat hij tegen de grootste “hakkers” (om zo oneerbiedig te noemen) vaak met een vol punt aan de haal ging. Hij was tactisch ook een geweldenaar, kon goed rekenen en daarom ook zo goed verdedigen! Want in zijn jeugd had hij – als ik Engqist mag geloven – zich de stijl van Paul Morphy eigen gemaakt!

Jan Timman schreef het voorwoord voor het boek over zijn goede vriend Ulf (foto Jos Sutmuller)

Voordat ik inhoudelijk inga op wat voor moois er in dit boek allemaal te vinden is, een korte beschrijving van de levensloop en carrière van de sympathieke Zweedse grootmeester:

Ulf Andersson is geboren op 27 juni 1951 in Västerås in Zweden en groeide op in Arboga, een dorp zo’n 200 kilometer ten westen van Stockholm. Hij begon pas op 10-jarige leeftijd met schaken, rijkelijk laat voor een speler die later decennia lang tot de wereldtop zou gaan behoren. Hij vond voetbal en ijshockey leuk in zijn jeugd en het schaken kreeg pas een wat prominenter plek in zijn leven toen hij op zijn dertiende lid van een schaakvereniging in Arboga.

 

Ulf studeerde in 1969 af aan de vakschool als industrieel monteur, nadat hij net had leren draaien en lassen. Toch heeft hij letterlijk daar zijn “draai” niet in gevonden omdat zijn schaakcarrière een vlucht nam vanaf 1970 en hij eind jaren ’70 al bij de elite hoorde. Want vanaf 1979 toen hij nummer 25 was op de ratinglijst, klom hij op tot de 12e plek in 1981. Twee jaar later, in 1983 dus, werd hij zelfs de nummer vier van de wereld, toen met een piekrating van 2640. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Dan lijkt 2640 niet op de 2776 van Vincent Keymer dat de nummer vier van de wereld nu even in de liveratings heeft.

Lees meer >

Realtime je nieuwe rating met de Ratingcalculator

 

Je kent het wel: de laatste zet is gedaan, de uitslag is genoteerd en je loopt de speelzaal uit. De adrenaline stroomt nog door je lijf en er spookt vooral één vraag door je hoofd: “Wat doet dit met mijn rating?!”

Natuurlijk kun je wachten tot de officiële verwerking door de KNSB of FIDE in de volgende maand. Maar als je liever gelijk weet waar je aan toe bent, is er vanaf nu een eenvoudige oplossing: de Ratingcalculator.

Lees meer >