Rubrieken

Recensie: Your Jungle Guide to Chess Tactics

Inleiding

Het is al lang geen geheim meer: patroonherkenning is onontbeerlijk om een zeer goede schaker te worden. Een grondige kennis van tactische motieven is een absolute voorwaarde om met succes van strategie gebruik te kunnen maken. De schaakliteratuur staat dan ook bol van ‘puzzelboeken’ over deze tactische patronen. Een ‘Jungle Guide’ voor de immense hoeveelheid schaakliteratuur die in zijn algemeenheid wordt geproduceerd, zou daarom ook wel eens welkom zijn. Met deze recensie poog ik daaraan een bijdrage te leveren.

Het kersverse boek Your Jungle Guide to Chess Tactics verraste mij meteen in de inleiding. Auteur Peter Prohaszka benoemt daar dat hij met dit boek een opvallende leegte in de schaakliteratuur opvult: “There are countless puzzle books avaible. However, its very surprising that there is virtually almost none that gives a comprehensive overview wit hall of the frequent tactical motifs and themes that occur in practice.” Hij voegt daar aan toe dat de voor hem bekende puzzelboeken vaak incompleet, niet-systematisch of (te) oud zijn met fouten in de analyse. Zijn ambitieuze doel is dan ook om deze leemte op te vullen met als publiek de ambitieuze schaker en actieve schaakcoaches. Ik zou de leegte die Prohaszka benoemt iets willen afzwakken en hem tegelijkertijd willen complimenteren met de uitstekende wijze waarop zijn doelstelling is geslaagd. Maar daarover later meer.

Lees meer >

Krantenrubriek weekend 27 februari 2021

Wekelijks publiceren we de diverse schaakrubrieken van de weekendkranten. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

Lees meer >

In de schijnwerpers: Harold van der Heijden

“Eindspelstudies zijn kunst. Wat mij betreft, betekent het dat een studie een ‘ziel’ moet hebben. Een studie moet niet louter bestaan uit een ijskoud mechanisch pad dat naar winst of remise leidt, maar moet altijd een verrassing of iets bijzonders bevatten. Het moet ook vloeiend verlopen.” Eindspelcomponist Harold van der Heijden citeert John Keats “a thing of beauty is a joy forever”. Schoonheid en verrassing dat is waarom het draait in de wereld van de eindspelcomponisten. Het metier is al eeuwenoud. En gelukkig: springlevend!

In een interview dat ik over hem las, haalt hij een prachtig voorval aan. Harold was uitgenodigd voor een algemene bijeenkomst waarop hij de kans kreeg om eindspelcomposities te promoten. De bijeenkomst werd bezocht door talloze jonge talenten, sterke spelers en zelfs enkele grootmeesters. Hij liet ze de volgende stelling zien (u vindt de complete oplossing verderop in dit artikel):

Harold heeft deze stelling zelf bedacht. De schoonheid schuilt naar mijn smaak in de relatieve eenvoud van de stelling. Maar de oplossing is bepaald niet eenvoudig. Iedereen begon te puzzelen, maar het duurde wel eventjes voordat ze de oplossing vonden. Enkele slimmeriken zeiden:

“1. Kh1 moet de oplossing zijn omdat het de minst waarschijnlijke zet in de stelling is.”

Maar niemand kwam er aanvankelijk écht goed uit. Totdat Artur Yusupov langs kwam en er naar keek. Na een seconde of tien merkte hij droog op: “Kh1 en Dg2 mat”.  Daarop gaf Harold de grootmeester een andere opgave. Die kon hij niet kraken. Harolds conclusie: het oplossen van eindspelstudies is voor iedere schaker een prima bezigheid. Zelf voeg ik er aan toe: het is ook een prima training om studies op te lossen.

Vele talenten en functies

Harold vindt zichzelf geen begenadigd schaker. Zijn rating schommelt iets boven de 1900. Hij speelde jarenlang in het 2e team van HMC. En won maar liefst twee keer de schoonheidsprijs van de club. Zou dat dan toch te maken hebben met waarin hij uitblinkt? Dat deed hij trouwens bij het verdedigen van de zwarte kleuren.

Overigens kunnen we nog wel even verdergaan met het opsommen van zijn functies en activiteiten. Hij was bestuurslid (wedstrijdleider intern), lid van de technische commissie en hij verzorgde de automatisering van dezelfde vereniging. Tegenwoordig woont hij in Deventer en is Harold nog wel lid van HMC, maar niet meer actief. Daarnaast heeft hij ook nog diverse redactionele verplichtingen in de wereld van de componisten. En daar blijft het nog lang niet bij.

Lees meer >

Hoe sterk waren de meesters uit de 19e eeuw?

Hoe zat het nu werkelijk met de speelsterkte van de grote namen uit het verleden? Denk daarbij aan Steinitz, Chigorin en vele anderen die een heldenstatus hebben gekregen. Waren ze écht zo goed? Of overdrijft men hun kracht een beetje? Willy Hendriks doet hierover een boekje open in zijn prachtige werk “On the Origin of Good Moves”. Dit is niet bedoeld als een recensie. Waar het me nu om gaat is een eerste indruk van de speelsterkte van deze heren. Eigenlijk vallen deze reuzen een beetje van hun voetstuk. We kennen natuurlijk allemaal de volgende stelling waarin Steinitz een prachtige combinatie op het bord toverde. Verder lezen…

Lees meer >

Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 24: Garry Kasparov

 

 

Deze rubriek is gemaakt voor schaaksite.nl en is terug te vinden onder het kopje ‘Schaakhistorie’.

Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaakgeschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over Anatoly Karpov. In deze nieuwe aflevering zullen we het hebben over Garry Kasparov (Geboren in 1963).

 

 

Garry Kasparov met één van zijn grimassen (foto Jos Sutmuller)

In deze nieuwe aflevering spreken over het ‘wonderkind uit Baku’, Garry Kasparov. In 1984 werd hij de uitdager van wereldkampioen Karpov. Nadat deze turbulente WK-match in 1984 na bijna vier maanden met een voorsprong van 5-3 voor de titelhouder werd afgebroken, moesten de heren een jaar later op herhaling. Over de achtergronden van deze titelstrijd die door Campomanes, de voorzitter van de Fide, werd afgebroken is al veel gezegd en geschreven. Het komt er in het kort op neer dat de match ging om zes winstpartijen (zonder dat remises mee zouden tellen, precies zoals Fischer het had gewild!). Karpov kwam met 5-0 voor maar en leek op alle fronten de meerdere van zijn jonge uitdager. Die besloot toen om ‘Karpov als het ware tegen zichzelf te laten spelen’. Hij koos exact de openingsvarianten die zijn tegenstander tegen hem gebruikte en produceerde zo een hele lange reeks remises. Omdat hij duidelijk jonger en fysiek veel fitter was dan zijn rivaal, begonnen er scheurtjes in het spel van Karpov te komen. Dat vertaalde zich in drie nederlagen voor de regerende kampioen. Toen de tweekamp werd afgebroken, waren beide spelers woest. Karpov zei dat hij nog slechts één overwinning nodig had om de titel te behouden, Kasparov beweerde dat zijn tegenstander op instorten stond…

Maar een jaar later speelden beiden een nieuwe tweekamp die nu ging over 24 partijen waarbij de titelhouder voldoende had aan 12-12. Dit werd een zinderende tweekamp, die in Moskou gespeeld werd. Tegen het eind had Kasparov een voorsprong in handen tot Karpov de 22ste partij in zijn voordeel wist te beslissen en daarmee de achterstand verkleinde tot één punt. Na een remise in de 23ste partij moest Karpov dus in de laatste partij, waarin hij wit had, winnen om de titel te behouden. Dit werd één van de meest bijzondere partijen die ik ooit gezien heb, ook gezien de spanning die er op deze partij stond.

 

(foto Jos Sutmuller)

Karpov, Anatoly – Kasparov, Garry (24ste partij)

Deze partij werd een gevecht op het scherp van de snede. Ik herinner me heel goed dat ik voor mijn eigen club (de Eindhovense Schaakvereniging) in de hoogste klasse een teammatch speelde in Hilversum tegen HSG. In deze tijd was er nog geen internet maar wel hadden we tijdens deze wedstrijd de beschikking over een televisietoestel met Teletekst. In gelukkig werkte daar een schaker, die alle zetten, in vrijwel ‘realtime’ intypte. Dus stond er bij het toestel een schaakbord en daarop werden de zetten keurig door iemand bijgehouden. Op een gegeven moment was de spanning in deze partij tussen de twee grote ‘K’s’ zo voelbaar, dat steeds meer schakers om dit bord dromden en daarmee zelfs hun eigen partij in de steek lieten. Vooral het moment waarop Kasparov, die genoeg aan remise had, plotseling met een dubbel pionoffer de stelling opende, zorgde voor grote opwinding. Ondanks het hoge aantal Elopunten dat op deze dag aanwezig was, durfde niemand te voorspellen hoe deze partij zou aflopen. We voelden allemaal dat we getuige waren van één van de meest fascinerende en uiterst belangrijke schaakpartijen die ooit gespeeld was. Hier werd bepaald hoe onze schaakwereld er de komende tijd uit zou gaan zien…

Lees meer >

“STRAVA” voor schakers: nog even geduld!

Een korte update, speciaal voor wie het idee “STRAVA voor schakers” met interesse gevolgd of zelfs van harte gesteund heeft.

Voorlopig geen Nederlandse “STRAVA voor schakers”

Helaas! Het had er al kunnen zijn. Toch wordt het ook niet op korte termijn mogelijk om bij de KNSB resultaten van trainingspartijen in te voeren, te laten publiceren en te laten verwerken voor een KNSB training rating.

Lees meer >

“Intuïtie” door Manuel Nepveu

Linda is een slimme jongedame, psychologe en ze werkt bij een bank. Ze stelt belangstelling in alles wat met vrouwenrechten te maken heeft. Dit wetende, welk van de volgende uitspraken is dan het waarschijnlijkst?
1) Linda werkt bij een bank. 2) Linda werkt bij een bank en zit in een feministische werkgroep.
Deze of een soortgelijke opgave…. Lees de hele column in PDF.

Lees meer >

Krantenrubriek weekend 20 februari 2021

Wekelijks publiceren we de diverse schaakrubrieken van de weekendkranten. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend.

 

 

 

Lees meer >

Begrijp wat u doet 72: Het Londen Systeem

 

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

 

Een vrij populaire opening is het Londen Systeem, genoemd naar het toernooi uit 1922 dat in Londen gespeeld werd. Het ontstaat meestal als wit vanuit de beginstelling de zetten d2-d4, Pg1-f3 en Lc1-f4 speelt en dat ook nog laat volgen door c2-c3, e2-e3. Die laatste zet wordt meestal voorafgegaan door h2-h3 omdat wit zijn loper op f4 koestert en liever niet door een zwart paard (met …Pf6-h5) laat afruilen (zie het schematische diagram rechts)

1. d4 Pf6
We nemen een min of meer willekeurige volgorde die echter vaak leidt tot hetzelfde type stelling. Wit streeft ernaar om de opstelling in te nemen uit het volgende schematische diagram:

Andere volgordes zijn:
 
1…d5 2. Lf4 Deze snelle ontwikkelingszet stijgt in de hiërarchie omdat wereldkampioen Magnus Carlsen het diverse malen gespeeld heeft. Er bestaat een vuistregel (als ik het goed heb ooit door Euwe geformuleerd) dat bij het ontwikkelen de paarden liefst de voorrang moeten krijgen op lopers. Door een speler van het kaliber Carlsen wordt er soms gespot met dit soort algemeenheden. [2. Pf3 Pf6 3. Lf4]

2. Pf3 e6

2…g6 3. Lf4

3. Lf4

 

Magnus Carlsen (foto Frans Peeters)

Min of meer de basisopstelling die wit – vaak ongeacht wat zwart daar tegenover zet – wil innemen. In de jaren ’80 had ik te maken met een speler uit mijn omgeving die al rond zijn 15de bijna van meestersterkte was. Maar helaas werd schaken te belangrijk voor hem dat zijn relatie met ons spel – op zijn zachtst gezegd – onder druk kwam te staan. Verliezen kwam zo hard aan, dat hij het schaakbord al redelijk snel het raam uit gooide. Toen hij het veel later weer eens ging proberen, bleek dat verliezen nog altijd niet tot zijn vocabulaire hoorde. Mede daarom speelde hij het Londen Systeem dat. Het kenmerk van de witte opzet was, zoals hij het heel humoristisch formuleerde, een soort ‘langzaam naar voren schuivende vesting!’ Ofwel: met zo’n stevige opbouw (pionnen op c3 en e3) en verder allemaal goede stukken kan wit eigenlijk weinig gebeuren. Tenminste, zo had hij dat voor ogen.

3…c5
Veel zwartspelers kiezen voor deze actieve mogelijkheid. Het valt het witte pionnencentrum aan en brengt de mogelijkheid …Dd8-b6 in de stelling.
Spelers die het Dame-Indisch op hun repertoire hebben staan, zullen graag verder gaan met 3…b6 4. e3 Lb7 en nu is de meest gebruikelijke voortzetting. 5. Ld3 [Het is echter de vraag of 5. h3 niet nét wat nauwkeuriger is. Zwart zou graag de loper van f4 willen opjagen met …Pf6-h5 en zo is de terugtocht naar h2 mogelijk. Op deze bijzonder lastige kwestie poogt Peter Heine Nielsen, de secondant van Magnus Carlsen, antwoord te geven bij zijn analyse van de partij Carlsen-Thomashevsky, 2016. Zijn antwoord lijkt plausibel want hij zegt dat wit beter eerst Ld3 kan spelen om …Le7 af te wachten. Want op wits laatste zet speelde Aljechin ooit het interessante 5…Ld6!? Het idee is dat hij zijn koningsloper wil ruilen voor die zwartveldige van wit omdat wit nu een tempo heeft gespendeerd aan 5.h3. Na (In bovengenoemde partij Carlsen-Thomashevsky, 2016 volgde: 5…Le7 6. Ld3 O-O 7. O-O {In hetzelfde jaar ging de witspeler in Giri-Tomashevsky verder met 7. Pbd2 c5 8. c3 en ook hij kwam later tot winst.} 7…c5 8. c3 en wit slaagde erin een mooie aanval op de zwarte koningsvleugel te ontketenen.) 6. Lxd6 cxd6 (zie analysediagram)

Lees meer >

schaakstukje

Zwart-wit schaak

De gekte rond vermeende racistische uitspraken/oproepen of wat dies meer zij is nu blijkbaar ook al tot het schaak doorgedrongen. Na Zwarte Piet, de negerzoen en de jodenkoek zijn de zwarte en witte stukken (en velden) van het schaakspel aan de beurt. Tenminste als het aan techreus YouTube ligt.

Op de site van de Telegraaf las ik een bericht dat de bekende schaakvlogger Antonio Radic (Agadmator) van de site is verwijderd omdat het AI algoritme de woorden zwart en wit aanzag voor hate speech.

Lees meer >